Advertentie
Advertentie

Nieuwe zwarte week voor technologie

De algemene index van de 32 activiteitenniches die door de BBL worden gevolgd, verloor deze week 2,6 procent. De redenen voor ongerustheid zijn legio: dreigende terroristische aanslagen, spanningen tussen India en Pakistan, vragen bij de duurzaamheid van het economisch herstel wegens uitblijvende investeringen. De groeisectoren waren nogmaals de grote verliezers met een terugval van 4,5 procent, in het kielzog van de telecom- en elektronicafabrikanten die 7,1 procent moesten inleveren, afgestraft door het uitstel van de producten van de derde generatie. Nokia en Ericsson daalden respectievelijk 6,7 en 8,9 procent en bereikten hun laagste niveau sinds 1997. De geïntegreerde telecomoperatoren die bij het begin van de periode goed weerstand hadden geboden, verloren finaal 3,1 procent, negatief beïnvloed door een achteruitgang met 3,8 procent van France Télécom. Diens dochter MobilCom had verklaard de balans neer te leggen wegens uitblijvende financiële steun van haar aandeelhouder. Onder de farmaceutische waarden die een terugval van 4,4 procent neerzetten, gaf Glaxo Smithkline 10,8 procent prijs nadat een Amerikaanse rechtbank de brevetten op zijn sterproduct, Augmentin, ongeldig had verklaard. In de mediasector, die met 2,9 procent daalde, haakte Vivendi Universal af met 4,4 procent omdat het vertrouwen, wegens de verklaringen van de raad betreffende de schuldenlast en de strategie van de groep, niet hersteld raakte. De defensieve sectoren konden de schade beperken met een globale daling van slechts 0,7 procent. De voedingsdistributie die tot nu was verwaarloosd, bleef overeind. Geruggensteund door gunstige aanbevelingen van Duitse bedrijven, zette Carrefour een winst van 7,3 procent neer.Ook de rentegevoelige sectoren ondervonden minder schade. In de financiële sector zorgde Fortis voor een positieve verrassing met betere resultaten dan verwacht en zette een stijging met 0,4 procent neer.Onder de cyclische sectoren noteren we het weerstandsvermogen van de vrijetijdssectoren (+0,8 procent) en bouwmaterialen die hun voorsprong handhaafden.