Nijverheidslonen stegen fors in eerste kwartaal '88

Tussen januari en april dit jaar zijn de bruto uurlonen in de verwerkende nijverheid met 1,3 procent gestegen. Dit duidt erop dat de lonen opnieuw de stijgende toer opgaan. Immers op één jaar of tussen april 1987 en april 1988 zijn de lonen in de verwerkende industrie met slechts 1,8 procent gestegen. Dit wil zeggen dat meer dan driekwart van de jaarstijging zich tijdens het laatste kwartaal heeft afgespeeld. Daarbij stegen de lonen in vergelijkbare perioden met slechts 0,1 procent in 1985, daalden ze zelfs met 0,1 procent in 1986 en namen ze met amper 0,3 procent toe in 1987. Kortom, 1988 steekt er met 1,3 procent enorm bovenuit.

Door die redelijk forse stijging van de lonen in de nijverheid, die gelden voor de mannelijke meerderjarige arbeiders is ook een toename van de koopkracht tot stand gekomen voor die kategorie werknemers. Immers de inflatie over diezelfde periode tussen april 1987 en april 1988 steeg met amper 1 procent, zodat een reële loonsverhoging met 0,8 procent werd bereikt. De gegevens werden meegedeeld door het NIS in het jongste Weekbericht. Wel zijn de arbeiders van de steenkoolmijnen en de ijzernijverheid niet in de cijfers begrepen.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud