NIM belast met uitbouw van Hongaarse staatsholding

BRUSSEL (tijd) - Het Belgisch Instituut voor Vorming, Technische Bijstand en Overdracht van Technologie (IBF), is door de Hongaarse overheid belast met de oprichting van haar staatsholding. IBF is een dochter van de Nationale Investeringsmaatschappij (NIM). Het akkoord mag dan ook als een rode loper worden beschouwd voor het Belgische bedrijfsleven.

Op 22 juni 1992 werd de Hongaarse basiswet voor de uitbouw van de marktekonomie goedgekeurd. Privatizering is de boodschap, maar de regering wil een aantal strategische sektoren onder (enige) staatskontrole houden. De term Hongaarse verankering is hier zeker op zijn plaats.

Reeds begin juli viel de definitieve keuze op IBF-NIM als advizeur-architekt voor die staatsholding. "De Belgische dwerg' kreeg de voorkeur op grote financiële groepen zoals Indosuez, Rothschild... De Hongaren werden volgens voorzitter Philippe Wilmès vooral aangesproken door het NIM-model: onafhankelijk en toch 100 procent in handen de overheid; een instelling die geen veelvraat is van subsidies, maar haar middelen volgens marktekonomische principes beheert.

De hele opzet kost de Belgische belastingbetaler geen frank. Het projekt wordt helemaal gefinancierd door het Phare-programma van de EG. Phare staat voor "Poland and Hongary Action for Restructuring of the Economy', een hulpprogramma voor technische en financiële bijstand in de belangrijkste sektoren om de basis te scheppen voor een marktekonomie. Oorspronkelijk werd het opgezet voor Polen en Hongarije. Inmiddels is het uitgebreid tot Bulgarije, Tjechoslovakije, Joegoslavië en Roemenië. In 1992 heeft Phare een budget van 1 miljard ecu (42 miljard frank).

Het IBF ontvangt voor de technische bijstand 1,2 miljoen ecu, zowat 50 miljoen frank. Het programma loopt over 18 maanden en de inzet van hoog geschoolde mankracht is berekend op 60 man/maanden. Het IBF zal het hoofdzakelijk met eigen (NIM)-mensen doen. Er wordt wel samengewerkt met een Hongaars adviesbureau.

In eerste fase moet de Hongaarse overheid advies worden gegeven over de algemene organizatie, de financiële struktuur en het vinden van financiële partners. In een tweede faze zullen kaderleden van de NIM technische bijstand verlenen, terwijl er ook voor het toekomstige Hongaarse management een vormingsprogramma in België wordt voorzien. Dit laatste is een buitenkans voor het Belgisch bedrijfsleven om persoonlijke en professionele relaties uit te bouwen met toekomstige sleutelfiguren in de Hongaarse marktekonomie. In de laatste faze zullen experts van de NIM helpen bij het operationeel opstarten van de holding in Hongarije zelf. De staatsholding (die nog geen naam heeft) wordt belast met het beheer van de participaties in naar schatting 200 grote, strategische bedrijven. De voorselektie van de sektoren is reeds gebeurd: energie, uraniummijnen, de grote infrastruktuurwerken, water en distributie, de nationale luchtvaartmaaatschappij Malev, de vrachtwagenmaatschappij Ungarocamion, de aluminiumbehandeling, de staalindustrie en een aantal grote bedrijven "in de sfeer van Fabrimetal', de grote bedrijven uit de scheikunde, onderzoek en ontwikkeling in spitstechnologie, de porseleinfabrieken, een aantal uitgeverijaktiviteiten, een aantal banken, verzekeringen en andere financiële instellingen.

Het kontrakt past volledig in het kader van de internationalizeringspolitiek van de NIM, met een duidelijke voorkeur voor Centraal- en Oost-Europa. Het is een grote troef voor haar andere dochter BMI (Belgische Maatschappij voor Investeringen in het Buitenland). Op het ogenblik is er trouwens ook een zending van de NIM naar de stad Moskou. In die stad alleen al moeten 2.000 bedrijven worden geprivatizeerd. En ook in Roemenië is er belangstelling voor de NIM.

De NIM heeft in het voorbije boekjaar (van 18 maanden, eindigend maart 1992) voor 6 miljard frank geïnvesteerd. Ook de winst zou verder zijn gestegen. De hoge aktiviteitsgraad, de internationalizering en de herschikking van de portefeuille naar strategische sektoren ter stabilizering van het Belgisch aandeelhouderschap, zijn voor voorzitter Wilmès de belangrijkste kenmerken van het voorbije boekjaar. In tien jaar tijd is het aandeel van participaties in strategische sektoren als energie, infrastruktuur en financiële sektoren in de totale NIM-portefeuille gestegen van iets meer dan 30 naar 83 procent. Er is dan toch nog een Belgische verankeraar...

PLU

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud