Noi Albinoi

Van Dagur Kari Met Tomas Lemarquis, Throstur Leo Gunnarsson, Elin Hansdottir, Anna Fridriksdottir, Petur Einarsson, Hjalti Rognvaldsson Van 'The Kingdom' tot 'Audition' en van 'Breaking the Waves' tot 'Japon', het Duitse bedrijfje The Coproduction Office heeft de laatste jaren een opmerkelijke neus voor beloftevolle jonge filmmakers gedemonstreerd. Met 'Noi Albinoi' voegen ze daar nu ook de 30-jarige Ijslandse cineast Dagur Kari aan toe. Toen ze diens 'Lost Weekend' (de middellange film die hij als eindwerk aan de Nationale Filmschool van Denemarken maakte) zagen, wisten ze blijkbaar meteen dat hij niet zou misstaan in het lijstje debutanten dat ze tot dan toe al vooruit hadden geholpen. Het minste wat je kan zeggen, is dat 'Noi Albinoi' die verwachtingen waarmaakt. Het gaat om een eigenaardige tragikomedie over een al even eigenaardige jonge kerel (de Noi uit de titel) die zich als een buffel in een aquarium voelt in het ondergesneeuwde Ijslandse dorpje waar hij woont. Dat heeft niet alleen te maken met zijn albino-uiterlijk maar ook met het feit dat hij niet kan wennen aan de gedeprimeerde en alles behalve ambitieuze sfeer die in het dorpje hangt. Iedereen lijkt er even stijfbevroren als het landschap, en Noi droomt ervan om ooit naar Hawai te kunnen verkassen. School is dan ook niet aan hem besteed, omdat hij hoogstwaarschijnlijk hoogbegaafd is en de lessen hem stierlijk vervelen. Een en ander komt in een stroomversnelling als hij de mooie Iris leert kennen, maar het valt niet mee om uit zijn situatie te ontsnappen. 'Noi Albinoi' vertelt het klassieke verhaal van de naar vrijheid smachtende eenzaat maar doet dat met zoveel inleving en zo'n ongewoon gevoel voor humor dat je er toch gefascineerd naar zit te kijken. Al vragen we ons af of de Ijslanders zelf wel opgezet zullen zijn met het donkere beeld dat Kari van hun land schetst. Dagur Kari: 'Ik denk niet dat je 'Noi Albinoi' mijn visie op Ijsland mag noemen. Ik kom zelf uit Rejkjavik en ik heb nooit in zo'n klein plattelandsdorpje gewoond. Het was ook niet mijn bedoeling om een realistisch portret te maken van Ijsland of algemene uitspraken te doen over mijn land. Mij was het om een specifiek verhaal te doen, en de wereld waarin het zich afspeelt heb ik zelf in het leven geroepen.' Je liep blijkbaar al een hele tijd rond met het concept voor 'Noi Albinoi'. Was wat het originele idee? Kari: 'Ik ben begonnen met de naam Noi Albinoi, wat zoveel wil zeggen als Noah de Albino. In het Ijslands rijmt het, waardoor het lekker klinkt. Op basis van die naam heb ik dan het personage verzonnen, de tiener die compleet anders is dan de mensen in zijn omgeving.' Zou je de droge en weinig benadrukte humor in 'Noi Albinoi' typisch Ijslands noemen? Kari: 'Daar kan ik moeilijk over oordelen. Als Ijslander lijkt me dat allemaal zo normaal dat ik er te weinig afstand van kan nemen. Die vraag kan je beter aan een buitenlander stellen. Ik heb nooit voor mezelf proberen te definieren wat Ijslandse humor precies inhoudt. Humor is ook heel persoonlijk, vind ik. Het is een van de elementen die definieren wie je bent. Zelf hou ik inderdaad het meest van droge grappen die niet te dik in de verf worden gezet. Misschien geldt dat wel voor de meeste Ijslanders, maar dat weet ik niet zeker.' Kende je het dorpje Bolungarvik voor je er ging draaien? Kari: 'Ik was er nog nooit geweest. De film is heel snel in productie gegaan, waardoor er weinig tijd overbleef om locaties te gaan scouten. Uiteindelijk hebben we op de kaart van Ijsland gezocht naar een geschikte plaats en zijn we er gewoon naartoe te gaan. Ik had natuurlijk wel een paar foto's gezien van Bolungarvik en ik wist dat het in een deel van Ijsland lag waar er waarschijnlijk veel sneeuw zou liggen. Achteraf gezien denk ik dat die manier van werken in mijn voordeel heeft gespeeld. Omdat ik het dorp niet kende, kon ik het bekijken met de ogen van een gast en minder rekening houden met de realiteit.' Hoe reageren de bewoners van het dorp op jouw film? Kari: 'Eerder positief. Het enige wat ze vreemd vinden, is de lay-out van het dorp in de film. Ik heb eigenlijk drie dorpen door elkaar gemengd. De bewoners van die plaatsen raken dus heel verward omdat de werkelijkheid van de film totaal niet strookt met het dorp dat zij kennen. Het is alsof je eerst laat zien hoe iemand door een straat in Brussel stapt en meteen daarna een straat in Antwerpen inslaat. Voor hen was 'Noi Albinoi' niet echt een Ijslandse film, denk ik. Volgens mij zagen ze het meer als een Europese film die toevallig bij hen werd gedraaid. Die dorpen draaien quasi volledig rond de visindustrie, terwijl ik in mijn film nauwelijks de haven toon. Dat deel van het dagelijks leven heb ik met opzet weggelaten.' Hoe ben je precies in de filmwereld terecht gekomen? Kari: 'Via de filmschool. Na mijn studies in Ijsland heb ik eerst een paar jaar voor een tv-station gewerkt, tot ik zin kreeg om in Denemarken filmschool te lopen. Ik kende een paar mensen die daar hun opleiding hadden genoten en die waren allemaal even enthousiast. En terecht. Ik heb heel veel geluk gehad dat ik daar lessen heb kunnen volgen. Je krijgt er de kans om veel korte films te draaien en met pellicule en professionele acteurs te werken. Daar leer je veel van. Bovendien hield ik wel van het idee om een tijdje in Kopenhagen te gaan wonen, een stad die me precies op mijn maat gesneden leek. Niet te groot, want miljoenensteden schrikten me toen af.' Naar eigen zeggen heb je ook veel opgestoken over cinema door naar 'The Simpsons' te kijken. Meen je dat? Kari: 'Absoluut. 'The Simpsons' is een briljant instrument als je films wil gaan maken. Die serie is bijna een handleiding voor beginnende cineasten, omdat elke episode een soort parodie is op een filmklassieker. 'Psycho' of zo. Omdat het bovendien een animatiereeks is worden verteltrucs nog duidelijker. Als je 'Psycho' kent en daar dan de 'Simpsons'-versie van ziet, begrijp je plots hoe dat verhaal en die stijl in elkaar steken.' Je volgende project is een Dogma-film. Waarom heb je zin om dat te proberen? Kari: 'De belangrijkste reden is dat het Dogma-idee veel ruimte laat voor improvisatie. Gewoonlijk ben je bij een film aan zo'n strikt schema gebonden dat je heel moeilijk spontaan kan zijn. Een van de dingen die ik bij 'Noi Albinoi' heb geleerd, is dat je als regisseur trouw moet blijven aan je oorspronkelijke visie maar tegelijk ook open moet staan voor het onverwachte. Dat moet je in je film proberen te verwerken, want het brengt je verhaal tot leven. Een Dogma-film maken is op dat vlak een uitstekende oefening.' 'Noi albinoi' speelt nu in de zalen. Igby Goes Down Van Burr Steers Met Kieran Culkin, Claire Danes, Ryan Philippe, Susan Sarandon, Bill Pullman, Amanda Peet, Jeff Goldblum, Jared Harris 'Igby Goes Down', het regiedebuut van de Newyorkse acteur/regisseur Burr Steers, is een van die films die zo nauw verankerd is met zijn hoofdpersonage dat je opinie over het geheel compleet afhangt van wat je van die hoofdfiguur denkt. Als je de jonge Igby een zeurpiet en een rotverwend rijkeluisjoch vindt, zal je Steers' humor en visie waarschijnlijk vrijblijvend en oppervlakkig vinden. Zelf neigen we eerder naar de andere kant, die ondanks Igby's eeuwige spot en cynisme sympathie kunnen opbrengen voor de jongen. 'Igby Goes Down' opent met een scene waarin Igby en zijn broer euthanasie plegen op hun moeder, die aan kanker lijdt. De film beschrijft vervolgens in flashback hoe het zover is kunnen komen. Hier heb je een knaap die in de goeie traditie van Holden Caulfield uit 'Catcher in the Rye' wanhopig wil ontsnappen uit de gouden kooi waarin hij is opgegroeid. Hij wordt doodziek van de hypocrisie waarop de betere Newyorkse kringen teren en rebelleert op elke manier die hij kan bedenken. Hij wordt constant van school geschopt, steelt de kredietkaart van zijn koude moeder en weigert elk toekomstplan dat voor hem uitgetekend wordt. De reden waarom hij zelf zo harteloos en cynisch door het leven stapt, is dan ook simpelweg dat hij nooit iets anders gekend heeft. De lieve vader die zijn blik op de wereld had kunnen veranderen, verloor zijn verstand toen Igby nog een kind was en de enige mensen die hem sindsdien omringden (zijn egotrippende en manipulatieve moeder, zijn rotkapitalistische stiefvader, zijn Reagan-aanbiddende broer) bevestigden alleen maar zijn groeiende ongenoegen. Het is pas als hij ontsnapt uit die wurgende kring en kennis maakt met 'gewone' mensen dat hij zijn schild van bittere oneliners langzaam laat zakken. 'Igby Goes Down' is verre van een pareltje. Daarvoor houdt Burr Steers veel te duidelijk van zijn eigen vondsten en probeert hij te opvallend in het vaarwater van Wes Andersons 'The Royal Tenenbaums' te geraken. Maar de regisseur demonstreert op zijn minst dat hij acteurs kan leiden en dat hij oog heeft voor veelzeggende details, waardoor de wereld van zijn personages echt tot leven komt. Steers weet trouwens waarover hij praat, want als neef van Gore Vidal kent hij de Newyorkse high society door en door. Bringing Down the House Van Adam Shankman Met Steve Martin, Queen Latifah, Eugene Levy, Joan Plowright, Jean Smart, Kimberly J. Brown, Angus T. Jones, Missi Pyle Ooit was Steve Martin een veelbelovende en begenadigde komiek, maar tegenwoordig is hij verplicht om tien keer een 'Bringing Down the House' te maken voor hij een 'Bowfinger' aangeboden krijgt. Met 'Bringing Down the House' bedoelen we een komedie die zijn inspiratie volledig uit het handboek 'Tien regels om een commerciele hit te scoren' heeft gehaald. En dus krijgen we het verhaal van een grijzende regelneef (Martin) die gespecialiseerd is in fiscaal recht en de opdracht heeft om er een smetteloos leven op na te houden. Tot een luidruchtige zwarte vrouw (Queen Latifah, best een aanstekelijke verschijning) dat mooie leventje compleet overhoop komt gooien. Het gekibbel en geruzie tussen Martin en Latifah houdt de aandacht nog wel een tijdje vast (ook al omdat 'American Pie'-vader Eugene Levy zich van zijn beste kant laat zien), maar uiteindelijk is het toch weer de onnozele lolbroekerij (Martin in rapkleren? Please!) die de film de nek omwringt. Samenstelling: Ruben NOLLET Gezocht: jonge filmreporters In september start Art Basics for Children een medialab waar tien jonge filmmakers een jaar lang mogen werken rond beeld en geluid. Ze zullen daarbij begeleid worden door professionelen en de kans krijgen om de hele filmwereld te leren kennen. De workshops vinden plaats op zaterdag (gemiddeld twee per maand). Mocht je geinteresseerd zijn, dan nodigen de organisatoren je vriendelijk uit op een kennismakings- en selectienamiddag, op zondag 14 september in de inkomhal van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel (vlakbij het Centraal Station). Voor meer inlichtingen kan je terecht op www.abc-web.be of op 02/502 00 27 (vragen naar Sarah).