Advertentie
Advertentie

OCMW hoeft geen steun uit te keren aan bedriegers

(tijd) - Het OCMW moet geen steun verlenen aan wie zich bedrieglijk onvermogend heeft gemaakt. Dat besliste het Hof van Cassatie op 10 januari. De Juristenkrant maakte het arrest woensdag wereldkundig. Een arme bejaarde richtte zich tot zijn OCMW met de vraag om een tussenkomst in de kosten van zijn rusthuisverblijf. Op zich is dit een heel gebruikelijk vraag. In de OCMW-wet staat dat elke persoon recht heeft op maatschappelijke dienstverlening om een menswaardig leven te kunnen leiden. Het OCMW gaat meestal in op dergelijke vragen, zeker wanneer de aanvrager geen rechtstreekse familie heeft die hem onderhoud verplicht is. Uit onderzoek bleek echter dat de bejaarde niet altijd arm is geweest. Zijn vermogen was geslonken door nadelige verkopen aan achternichtjes. De arbeidsrechter stelde dat er sprake was van een kunstmatig creëren van onvermogen om aanspraak te kunnen maken op OCMW-steun. Het Antwerpse arbeidshof vernietigde dat vonnis. Het stelde dat bedrieglijk onvermogen geen criterium voor het OCMW is om dienstverlening te weigeren. Het hoogste rechtscollege oordeelde daarop dat dit wel een reden voor uitsluiting kan zijn. Aan het Brusselse arbeidshof nu om een uitspraak over de feiten te doen. Ofwel oordeelt het hof dat er inderdaad sprake is van bedrieglijk opzet en dan zal de bejaarde in zijn huis moeten blijven of een financieel beroep doen op vrienden en de bewuste achternichtjes. Ofwel stelt het hof dat er geen sprake is van bedrieglijk onvermogen en kan de bejaarde van OCMW-steun genieten. In ieder geval is het moeilijk uit te maken waar de grens ligt tussen eerlijke verspilzucht en bedrieglijk onvermogen. Volgens de Juristenkrant moet het Cassatie-arrest in ieder geval restrictief geïnterpreteerd worden. Vraag is nu in welke mate OCMWs dit arrest als precedent in gelijkaardige zaken zullen inroepen.