Olie piekt door onrust in Nigeria en Iran

(tijd/reuters) - De prijs voor een vat Brent-olie haalde gisteren in Londen een piek van bijna 65 dollar. Dat was het hoogste peil in ruim drie maanden. De politieke toestand in Nigeria en Iran dreigt de olie-uitvoer uit die landen in gevaar te brengen. Samen zijn zij goed voor 7,5 procent van de wereldolieproductie. Het Internationaal Energie-agentschap (IEA) rekende voor dat de wereldwijde vraag naar olie dit jaar met 2,2 procent toeneemt.

De nieuwe stijging van de olieprijzen kwam er nadat de groepering Beweging voor de Emancipatie van de Nigerdelta had aangekondigd dat zij de volgende dagen een aantal aanvallen zal uitvoeren om de oliebedrijven haar macht te tonen. Vanaf 1 februari dreigt de rebellenbeweging ermee nog agressievere methodes te gebruiken tegen de werknemers uit de oliesector en hun families.

Gewapende militanten van de beweging vielen op 15 januari een installatie aan van Royal Dutch Shell. Daarbij kwamen minstens 14 soldaten om het leven. Op 11 januari werden bij een aanval op een offshore-olieveld van Shell vier gijzelaars gevangen genomen. In ruil voor hun vrijlating eisen de rebellen dat drie gevangenen worden vrijgelaten en dat Shell 1,5 miljard dollar losgeld betaalt aan de lokale regering van de Nigerdelta. Door de aanslagen van de voorbije weken ligt al zowat 10 procent van de Nigeriaanse olie-uitvoer stil.

De rebellen willen de olierijkdom van de Nigerdelta onder lokale controle brengen. Die regio vertegenwoordigt nagenoeg de ganse olieproductie van Nigeria. Als ze hun zin niet krijgen, dreigen ze de Nigeriaanse olieproductie volledig plat te leggen. Shell overweegt intussen alle personeelsleden in het westen van de Nigerdelta te evacueren.

De situatie baart niet alleen Shell zorgen. In Nigeria staat een groot aantal projecten op til. ExxonMobil, Total en Chevron plannen dit of volgend jaar nieuwe boorplatformen, die een dagproductie vertegenwoordigen van 660.000 vaten.

Nigeria bezet naar reserves de tiende plaats op de wereldranglijst. Het land is de grootste olieuitvoerder van Afrika en de vijfde leverancier van de VS. Ondanks de olie-inkomsten is Nigeria een arm land en dat is meteen een belangrijke oorzaak voor de onrust.

Iran van zijn kant daagde de voorbije weken de internationale gemeenschap uit door een eerder stilgelegd onderzoeksprogramma voor kernenergie opnieuw op te starten. De internationale gemeenschap vreest dat het land werkt aan de ontwikkeling van een kernbom.

Maandag kwamen diplomaten uit de VS, het VK, Frankrijk, China en Rusland bijeen in Londen om te praten over het mogelijk bijeenroepen van een spoedvergadering van het Internationaal Atoomenergieagentschap. Die zou het probleem kunnen doorverwijzen naar de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waar tot sancties kan worden beslist. Iran heeft er echter al mee gedreigd dat, als het tot sancties komt, de olieprijs fors zal stijgen.

'Vooral de situatie in Iran houdt de markten bezig', zegt Edward Meir, een analist van de oliehandelaar Man Financial. 'De landen die Iran willen bestraffen wegens het nucleaire programma, beseffen dat ze zwaar zullen lijden onder de sancties. Als de Iraanse daguitvoer van 2,4 miljoen vaten stilvalt, komt de groei van de hele wereldeconomie in gevaar.'

Teheran

Ook Iran zou zwaar worden getroffen. Het vooruitzicht op mogelijke sancties deed de beurs van Teheran de voorbije zes maanden al halveren. Iran verwacht tussen maart 2006 en maart 2007 voor 44 miljard dollar olie-inkomsten, liet een officiƫle instantie weten. De schatting is gebaseerd op een olieprijs van 50 dollar. Iran beschikt na Saudi-Arabiƫ en Canada over de grootste oliereserves ter wereld: naar schatting 126 miljard vaten. Het land is goed voor zowat 5 procent van de wereldolieproductie.

En terwijl het aanbod onder druk staat, stijgt de vraag naar olie opnieuw sneller. Het Internationaal Energie-agentschap (IEA) ziet die vraag dit jaar toenemen met 2,2 procent tot 85,1 miljoen vaten per dag, staat in haar maandelijks rapport. In het eerste kwartaal groeit de consumptie met 1,6 procent. In het vierde kwartaal loopt dat op tot 3 procent. In 2005 nam het verbruik met slechts 1,3 procent toe.

De groei stijgt dit jaar sneller wegens de hogere vraag uit de VS en China. In de VS had het verbruik vorig jaar te lijden onder het ongewoon drukke orkanenseizoen. Voor China wordt voor dit jaar gerekend op een vraag van 7 miljoen vaten per dag, 5,9 procent meer dan in 2005.

De organisatie maakt zich echter vooral zorgen over de beperkte mogelijkheden om extra olie op te pompen bij een verstoring van de markt. De reservecapaciteit wordt geraamd op slechts 1,5 miljoen vaten per dag. Zij bevindt zich enkel bij de lidstaten van de Organisatie voor Olieproducerende Landen (OPEC), aldus de IEA.

GVL/CDR

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud