Olieschok

De aardolieprijs heeft gisteren de psychologisch belangrijke drempel van 30 dollar het vat overschreden. Een vat Brent-olie uit de Noordzee kost nu driemaal zoveel als begin vorig jaar en was sinds de Golfcrisis van tien jaar geleden nooit meer zo duur. De nieuwe olieschok zal zeker negatieve economische gevolgen hebben, maar in tegenstelling tot de jaren 70 zal hij geen crisis veroorzaken.Vooreerst moeten we de spectaculaire prijsstijging sinds begin 1999 ietwat nuanceren, want in 1998 was de prijs fors gedaald. Aardolie is nog steeds goedkoper dan in het begin van de jaren 80. Indien we een vergelijking maken met het algemene prijspeil, blijkt dat de olieprijs sinds 1974 ongeveer even sterk steeg als de index van consumptieprijzen.Bovendien is de Belgische economie minder afhankelijk van energie dan een kwarteeuw geleden. Dit is een gevolg van de desindustrialisering en energiebesparende investeringen. Daarom heeft de sterke stijging van de olieprijs maar een beperkte invloed op de economische groei. Het ziet er nog steeds naar uit dat de Belgische economie dit jaar met ten minste 3 procent zal groeien.De weerslag van de olieprijzen op de inflatie is duidelijker. De inflatie versnelde van minder dan 1 procent midden vorig jaar tot bijna 2 procent begin dit jaar. Maar dankzij de gezondheidsindex leidt de hogere inflatie niet tot bijkomende loonstijgingen en een verslechtering van de concurrentiekracht. Terecht besliste de regering in 1994 dat de loonindexering niet meer tot gevolg mag hebben dat de gezinnen een verarming van het land of verhogingen van indirecte belastingen afwentelen op de ondernemingen. In de tweede helft van de jaren 70 had een loon-prijsspiraal catastrofale gevolgen voor de werkgelegenheid.Dit betekent echter niet dat de overheid niets kan doen om de negatieve impact van de olieprijsstijging zoveel mogelijk te beperken. De regering zal na de zomer een belastinghervorming lanceren en de energiefiscaliteit moet dan zeker onder de loupe worden genomen. Het voorstel om het autogebruik zwaarder te belasten en het autobezit minder zwaar is bijna zo oud als de straat. Duurdere benzine en diesel kunnen het openbaar vervoer stimuleren. Misschien is wel een compensatie nodig ter bescherming van de transportsector, die relatief belangrijk is in ons land. Voorts kan de regering overwegen een deel van de belastingdruk te verschuiven van de productiefactor arbeid naar het energieverbruik of de uitstoot van schadelijke stoffen. Simulaties tonen aan dat een dergelijke herschikking gunstige economische gevolgen heeft.Ook een aanmoediging van alternatieve energie is wenselijk. De Vlaamse regering denkt in die richting, want zij wil de elektriciteitsproducenten verplichten om tegen 2004 een bepaalde hoeveelheid groene stroom te produceren via windmolens, waterkracht of biomassa.Maar tegelijkertijd bereidt de federale regering de geleidelijke sluiting voor van de kerncentrales. Dat dreigt contraproductief te zijn. Aangezien alternatieve energie waarschijnlijk nooit erg belangrijk wordt in België, zullen de elektriciteitsproducenten na een sluiting van de kerncentrales meer aardolie, aardgas of steenkool moeten invoeren.Hoewel de olieschok nu niet tot een crisis leidt, kan het zeker geen kwaad om ons te beraden over het energiebeleid. Het parlement is daarvoor het ideale forum. Wouter VERVENNE