Oliewaarden houden zich kranig

Olieaandelen waren de voorbije jaren de ideale schuilplaats voor de beursstorm. Zowel in 2001 als in 2002 lag de koersprestatie van de Europese olie-index 10 a 20 procent hoger dan het gemiddelde van de markt. Sinds begin dit jaar moeten de index evenwel 5 procent prijsgeven op de DJ EuroStoxx50. In het eerste kwartaal van het jaar konden de oliewaarden nog vasthouden aan hun relatief betere prestatie. Sinds dan ging het echter bergaf met een relatieve onderprestatie van 15 procent tegenover het marktgemiddelde. De snelle afloop van de oorlog in Irak is de voornaamste reden voor de plotse en forse terugval sinds maart. In 10 dagen tijd moesten olieaandelen 8 procent prijsgeven tegenover de rest van de markt. De onzekerheid verdween en menige analist was ervan overtuigd dat de olie-uitvoer vanuit Irak snel zou leiden tot een overaanbod, met een terugval van de olieprijs tot gevolg. De terugval van de olieprijs kwam er ook. Van een top van 34 dollar per vat viel de Brentprijs in enkele dagen terug tot 24 dollar per vat. Sinds eind april maakt de olieprijs evenwel een stevige remonte. De belangrijkste reden voor de stijgende olieprijs is het uitblijven van de terugkeer van Irak op de oliemarkt. Andere redenen zijn de aanhoudende moeilijkheden in Venezuela en Nigeria en het in toom houden van de productie door Saudi-Arabie en Koeweit. Op operationeel niveau wisten de olieaandelen voordeel te halen uit de hoge prijzen. In het eerste kwartaal tekenden ze recordwinsten op als gevolg van de zeer hoge olieprijs tot begin maart. Maar ook in het tweede kwartaal kwamen de resultaten een stuk hoger uit dan een jaar eerder. De grote Europese oliemaatschappijen die hun resultaten in dollar rapporteren, zagen de winst met 50 procent en meer toenemen. Voor hen die in euro rapporteren was de winsttoename iets minder flatterend. Maar ondanks de sterke resultaten en de stijging van de olieprijs presteerden de olieaandelen met een stijging van 10 procent over de laatste drie maanden iets minder goed dan het marktgemiddelde (11 procent). De reden is te vinden in verwachte economische heropleving. Vele beleggers passen de weging in hun portefeuille aan in het voordeel van de meer cyclische waarden ten koste van defensieve sectoren. Olieaandelen deden het echter nog relatief goed als men kijkt naar de koersprestatie van de farmaceutische en de nutsaandelen (amper +4 en +5 procent over de afgelopen drie maanden). Een andere reden is de vrees dat de resultaten van de olieaandelen volgend jaar een stuk minder zouden kunnen zijn. De consensus is een gemiddelde daling van het resultaat met 10 procent. Voor de DJ EuroStoxx50-aandelen verwachten de analisten een gemiddelde stijging met 9 procent. Dat de olieaandelen nog gelijke tred hebben kunnen houden met de rest van de markt, lijkt vanuit dit standpunt dan ook al een prestatie op zich. Worden de hooggespannen verwachtingen met betrekking tot de heropleving van de economie ingelost, dan is een grotere onderprestatie van de olieaandelen op korte termijn waarschijnlijk. Maar olie wordt een schaars product en kan alleen maar duurder worden. Een gezonde portie olieaandelen in de portefeuille blijft op lange termijn dan ook aangewezen. KDL