Advertentie
Advertentie

Onbehaaglijke modelmensen

Sinds ze aan de slag kon voor het New Yorkse societyblad Interview - ooit nog opgestart door Andy Warhol - is de Nederlandse fotografe Inez van Lamsweerde zelf ook in zekere mate een celebrity geworden. Aan prestigieuze opdrachtgevers, modebladen zoals The Face, Vogue, Harpers Bazaar, geen gebrek. Maar het meeste indruk maakt ze nog steeds als bedenker van haar eigen beelden. Van Lamsweerde ensceneert in haar werk doorgaans een, maximaal twee figuren in allerlei zelfvoldane poses. Geen modellen die je per se willen verleiden, maar die zich erg bewust concentreren op hun eigenheid. Intrigeren doen ze door allerhande bevreemdende details, zoals de verdacht vrouwelijke contouren van een mannenhand, de gespannen naaktheid van een al te gladde huid over een rank meisjeslichaam, of een baby waarvan de proporties erg bizar liggen. Die fascinerende impact van haar beelden verkrijgt Van Lamsweerde door digitaal in te grijpen. Anders dan Jeff Wall, die op een vergelijkbare manier de taal van de publicitaire fotografie hanteert en die digitaal manipuleert, opereert van Lamsweerde niet zo nadrukkelijk in een kunsthistorisch referentiekader. Ze bedoelt haar beelden niet meteen als iconografische referenties, maar eerder als commentaar op een eigentijds mensbeeld dat nog volop in wording is. Van een erg nadrukkelijke flirt met het hybride lichaam (door bijvoorbeeld een etalagepop digitaal te bekleden met echte huid) is Van Lamsweerde gaandeweg geëvolueerd naar een veel subtieler spel van vervreemding. Samen met haar vaste partner Vinoodh Matadin creëerde ze een van de meest gereproduceerde beelden uit de momenteel lopende tentoonstelling Bitstreams in het toonaangevende Whitney Museum in New York, een opname waarbij ze haar volkomen onzichtbare collega innig zoent. In Frankrijk werd ze een steen des aanstoots op de tentoonstelling Presumed Innocent, afgelopen zomer in Bordeaux, omdat ze een kindmeisje fotografeerde met een bebaarde man in de armen, een ongebruikelijke piëta. Samen met enkele collegas werd ze zowaar officieel in beschuldiging gesteld van het perverteren van de jeugd, een zaak die nog in behandeling is.Zon vaart zal het niet lopen met de serie fotos die aan de muren hangen van het Maison Européenne de la Photographie in Parijs. De reeks heet om mysterieuze redenen milneufcentseptantesix. Misschien is dat gewoon het geboortejaar van haar modellen, want de reeks ontstond uit een workshop gegeven aan een kunstschool in Lausanne (ECAL). Het lijkt een serie portretten van 13 beter behoede twintigers, jongelui met smaak die zich kunnen permitteren er nonchalant en toch duur gekleed bij te lopen. Maar de ondertitel suggereert ook dat er iets meer aan de hand is: ready-made characters for our generation. Van Lamsweerde en Matadin daagden de kunststudenten uit tot een rollenspel, met als opdracht zelfstandig een personage te bedenken dat effectief in de modebladen kan circuleren. Ze moesten met andere woorden met een artificiële persoonlijkheid voor de dag komen, inclusief eigen sociale code en culturele achtergrond, een adequate garderobe en vooral een geëigende lichaamstaal. Erg herkenbaar is de pose van de zakenvrouw. In de ene hand houdt ze een bundel briefpapier en pronkt ze met een kostbaar glimmend polshorloge, terwijl ze op haar andere, gebronsde onderarm de haartjes bestudeert. Haar zakelijk beige jasje en witte hemd zijn losgeknoopt zodat een witte beha met bloemetjesmotief zichtbaar wordt. Een bikkelharde volwassene die tijdens haar middagpauze dagdromend even weer haar onschuld terugvindt? Geruststellende beelden interesseren van Lamsweerde en Matadin niet, en daar zorgen ze voor door hun modellen voelbaar gevangen te houden in het kader. Nadrukkelijk geconstrueerde egos zijn hun handelsmerk. Dat dit ook zonder elektronische hulpmiddelen kan, wordt hier op indringende wijze gedemonstreerd. De spannende, tot zelfs akelige details werden natuurgetrouw geregistreerd. De tweelingen zijn echte tweelingen, de lange nagels en zandkorrels aan de handpalm raken daadwerkelijk het gelaat, het gesmolten lood ligt comfortabel op de borst, de sliert haar passeert zonder trucage door de oorlel. Bij de tentoonstelling hoort een fraai uitgegeven minicatalogus, een harmonicavormig boekwerkje dat op zijn beurt weer een intrigerend object vormt. Een woordkarige commentaartekst probeert deze ijdele verschijningen te begrijpen: Ze willen op een dag helden zijn, maar lijken op een brok informatie. Een informatie die, zo brutaal overgemaakt, geen enkele reactie losweekt. Hun concrete wilskracht maakt van deze gevonden personages monsterachtige prototypes. Om niet gechoqueerd te worden, is het nodig het leven te vertellen van deze personages, zo stelt de schrijfster. Maar ze raakt nauwelijks verder. Van Lamsweerde en Matadin houden een generatie kunststudenten een spiegel voor, en die reflecteert vooral blinde ambitie. ECaInez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin, nog tot 10 juni in het Maison Européennede la Photographie: www.mep-fr.orgDe reeks fotos valt ook te bekijken via de website van M/M: www.mmparis.com/1976/