Advertentie
Advertentie

Op 24 augustus 2001 vierde Oekraïne tien jaar onafhankelijkheid.

Die onafhankelijkheid heeft het niet zonder slag of stoot veroverd. De graanschuur van Europa was wegens zijn rijke bodem altijd wel voor iemand een begeerlijk stuk territorium. Het land, iets groter dan Frankrijk, heeft bovendien zijn eigen zoete Côte dAzur: het schiereiland de Krim. Voor de Russen is de Krim altijd een exclusief vakantieoord geweest, met Jalta, hun parel van de zuidkust, als exponent. Hun staatshoofden interesseerden er zich vooral voor de havenstad Sevastopol, de uitvalsbasis van de marine aan de Zwarte Zee, die tot 1996 hermetisch van de buitenwereld afgesloten bleef. Het schiereiland, zo groot als België, komt nu langzaam bij van zijn ruwe geschiedenis. Het scharrelt de resten van zijn economie bijeen en kijkt met grote nieuwsgierige ogen naar wat zijn mede-Europeanen in het Westen de laatste eeuw hebben uitgespookt. Wij keken met dezelfde blik terug: hoe is het leven daar, voorbij die geheimzinnige grens tussen Oost- en West-Europa? We vonden er Marlboro, MacDonalds en Heineken, net als thuis. Maar die merktekens hangen er -voorlopig nog- als bizarre anachronismen tussen de groteske symbolen van het communisme, de tomeloze grandeur uit de tsarentijd en de geknakte Oekraïense cultuur. Beetje bij beetje, verhaal per verhaal gunden de Krimbewoners ons een blik in de melancholische Slavische ziel.