Advertentie
Advertentie

Op de Hazenberg in Opveld

Apporte. Het bevel van jager Jef is duidelijk. De hond, een bouvier met mooie zwarte krullen, komt aangestormd met een haas in zijn bek. Zit. De hond gaat zitten. Los! De hond legt de prooi op de grond.Zes hazen hebben de zes jagers nu geschoten, plus vier fazanthanen en evenveel -hennen (poules). En een konijn. Ze hebben er minstens evenveel gemist, en op de twee reeën hebben ze niet eens geschoten: die stonden te ver, ze hadden niet de juiste munitie op zitten. Het is zondagmiddag, 13 uur, op de Hazenberg, pal op de taalgrens, tussen Opveld en Bevekom. De jagers houden het voorlopig voor bekeken. Ze hebben al vier uur lang het hele jachtgebied doorkruist.Zij zijn er s ochtends aan begonnen, klokslag negen uur. Ze hebben hun vaste ritueel gevolgd: eerst een klein witteke - om de kou eruit te jagen - en een kom koffie. Dan gaan de laarzen aan plus een regenbroek. De patronengordel wordt volgepropt met hulzen, de groene jas wordt strak aangetrokken, en het gezelschap van zes jagers, drie drijvers en twee honden trekt de velden in. De hazen die ze schieten, zijn echt wild. De fazanten zijn voor de zomer als jonge dieren uitgezet, ze hebben zes maanden kunnen verwilderen. De wetgeving is streng: maximaal een fazant per hectare mag worden uitgezet. In het najaar komen ze (voor een groot stuk) terug bij de man die ze uitgezet heeft.Luc Demaeght (52 jaar, groothandelaar in materiaal voor elektrische installaties) heeft het jachtrevier van 300 ha samen met een partner in pacht. Driehonderdduizend frank per jaar betalen ze ervoor, om in het jachtseizoen - op een moment dat de boeren nagenoeg alle oogsten binnen hebben - door de velden te trekken. Het jachtrecht bedraagt 6.000 frank in het Vlaamse Gewest, en 9.000 frank in het Waalse, plus telkens 900 frank provinciale taksen. En omdat het jachtrevier over de beide gewesten loopt, moet het recht twee keer betaald worden. Een huls kost 8 tot 12 frank per stuk, afhankelijk van het kaliber. Voor een jachtgeweer moet je minimaal 45.000 frank uittrekken, maar het is een koud kunstje om er drie (of zelfs tien) keer zoveel aan te besteden.Luc Demaeght heeft 15 jachtgeweren. Eentje daarvan gebruikt hij voor de jacht op klein wild (haas, patrijs, fazant), eentje is er voor het groot wild (dus niet voor hier). De rest zijn verzamelobjecten. Zeven jachten per jaar kunnen we doen, zegt hij. Het is dus een dure hobby? Als je omrekent naar stuk wild, kom je makkelijk uit op 6.000, 7.000 frank per geschoten dier. Daar moet je het niet voor doen. Waarom doet hij het dan, al dertig jaar lang? Je bent een aantal uren buiten, je kunt niet anders dan je op het jagen concentreren, het maakt het hoofd helemaal leeg. En je kunt mensen op de jacht uitnodigen, dat schept een band.De kick, zegt hij, is het oogsten, de jacht dus. Twee maanden in het najaar ben je daar mee bezig. Maar je bent er het hele jaar mee bezig. In de zomer hou je het jachtgebied schoon, in de winter ga je de dieren bijvoeren. Het neemt veel tijd.Jager Julien is een van de zes mannen met geweren. Hij is politicus, een belangrijke gast in het gezelschap. Hij vindt het jagen wel leuk, zegt hij, maar het neerschieten blijf ik moeilijk vinden. Hij mist achtereenvolgens een haas, een fazanthaan en een poule.Jager Jef mist nagenoeg niets van wat er voorbij komt. Hij gaat, vertelt hij, in het seizoen tot drie keer per week op jacht. Mijn vrouw is jachtweduwe, zegt hij. Gelukkig duurt het seizoen maar enkele maanden. Drieëndertig jaar al gaat hij jagen, eerst met zijn grootvader, later met zijn oom, nu alleen. Hij heeft twee zonen, maar die hebben er geen belangstelling voor, zegt hij.Er zijn, vertelt Luc Demaeght, ook wel jonge jagers. Maar ook zijn kinderen hebben geen jachtinstinct in het bloed. Zijn ze een uitstervend ras? Jagen heeft geen hoge maatschappelijke acceptatiegraad, er gaapt een grote kloof tussen de jagers en een groot deel van de natuurliefhebbers. Jagen vergt bovendien veel tijd, het blijft grotendeels een mannelijke activiteit die in het hedendaagse gezinsleven niet vanzelfsprekend te integreren is. Jonge mensen die willen jagen, moeten eerst een jagersexamen afleggen: een zware theoretische proef, en een praktische proef (in kleiduifschieten). Geen wonder dat de Sint-Hubertusclub, de jagersvereniging, al enkele tijd zijn ledenaantal ziet teruglopen. Er zijn nu nog zon 22.000 geregistreerde jagers in ons land.En toch. Volgens voorzichtige tellingen lopen er jaarlijks zon 7 miljoen geregistreerde jagers rond in onze Europese bossen en velden. Voeg hierbij de miljoenen zwartschieters en we kunnen ons voorstellen hoeveel vlees er bij elkaar geknald wordt.Luc Demaeght verkiest de jacht à la botte: te voet, met het geweer in de hand, en met de hond erbij. Je moet het wild gaan zoeken, zegt hij. Ja, hij weet dat er ook jachten bestaan waar ze achter de bosjes de korven hebben staan waaruit de fazanten opgejaagd worden. Daar wil hij niet van weten. Jaagt hij ook groot wild? Dat gebeurt. Eind deze maand ga ik enkele dagen naar Polen, op herten- en everzwijnenjacht. En beren? Neen, dat zegt me niets. Ik ken niets van beren. Je moet het wild kennen dat je jaagt.Stropen is een favoriet gespreksonderwerp na de jacht. Geen goed woord hebben de jagers er voor over. Tussen stropers en jagers is de kloof misschien nog groter dan tussen jagers en groenen. Maar onze zes jagers laten het niet aan hun hart komen. Zij hebben voor deze middag witlof klaar staan, en fazant van een vorige jacht. Het wordt fazant op Brabantse wijze. Een glas wijn erbij, en tegen twee uur staan ze weer op het jacht. Twee hazen schieten ze nog, en vijf fazanten.Dan is er tijd voor een glas. Tegen acht uur zijn ze thuis. ED n