Op zoek naar Zarathoestra

Op zoek naar Zarathoestra Weer een reisboek over Centraal-Azie? Ja, maar een heel bijzonder. Het is een georeligieuze zoektocht naar ongeveer de oudste monotheistische godsdienst. De naam Zarathoestra kennen wij uit de filosofie en de muziekgeschiedenis. Friedrich Nietzsche schreef 'Also sprach Zarathustra', een werk dat de componist Richard Strauss inspireerde. Zijn muziek heeft op haar beurt gediend voor de beroemde sf-film van Stanley Kubrick: '2001: A Space Oddyssey'. Het is wellicht omstreeks 1200 voor Christus dat de profeet Zarathoestra of Zoroaster leefde in wat nu Iran is. De schrijver Paul Kriwaczek, die jarenlang documentaires heeft gemaakt voor de BBC, heeft zijn spirituele zoektocht gekruid met zeer aardse aspecten. Het is een beproefde truc maar hij werkt nog steeds - als het goed gedaan is: vermenging van heden en verleden. Vandaag is Iran een toppunt van sjiitisch islamisme, maar de sporen van Zarathoestra zijn nog overal aanwezig. Hoe ze zich ook noemen, soennieten, sjiieten, ismaelieten, dat is alleen de buitenkant, zegt Kriwaczek. De eerste godsdienst van die mensen is het zoroastrisme geweest en vanbinnen zijn ze er nog steeds aan verknocht. Het leeft voort in het heden en het is zelfs de ideologie van de toekomst, meent hij. De aanhangers geloven dat de wereld een toneel is waar goed en kwaad tegen elkaar strijden, en dat het ieders plicht is het goede te koesteren en het kwade te verslaan. Het lijkt een prima, bijna letterlijke samenvatting van de Bush-politiek (de As van het Kwaad). Actueler kan het haast niet. Na de dood wordt de ziel naar 'De Brug van het Oordeel' geleid. Als de goede daden overwegen gaat ze naar het paradijs, als de slechte overwegen reist ze naar het kwellingsoord 'Huis van de Leugen'. In het machtige Perzische rijk van Cyrus was het zoroastrisme de staatsgodsdienst. Daar werd een eind aan gemaakt door de veroveringen van Alexander de Grote. De invloed van de profeet Zarathoestra kan nauwelijks worden overschat. Op het christendom, op het jodendom, op de islam. Onder meer de idee van de Apocalyps ('bekeer u want het einde der tijden nadert') is van Zoroaster. Ook de gnosis, het manicheisme, de theosofie en de vrijmetselarij, om alleen die sekten te noemen, hebben er een flink deel van hun esoterisch pakket aan ontleend. Het blijkt bijna godsonmogelijk om niet op een of andere wijze zoroastristisch 'bezig' te zijn. Paul Kriwaczek - Op zoek naar Zarathoestra - 2003, Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 352 blz., 18,50 euro, ISBN 90-450-0542-5. De tak van Salzburg Iedere veel-lezer voelt weleens de aandrift om een soort resume van zijn jarenlange lectuur te maken. Gelukkig komen de meesten daar niet aan toe. Anderen weer wel, zoals de Nederlandse schrijver van romans en essays Atte Jongstra. Het is een kanjer vol beschouwingen, onzin en diepzinnigheid, naar aanleiding van boeken, bibliotheken en internet. Soms met zelfspot, niet zelden met wat pedanterie. De cryptische titel wordt in het eerste hoofdstuk uitgelegd en kan al wijzen op enige zelfoverschatting. Maar het zijn stukjes, je hoeft ze niet allemaal na elkaar te lezen. Zelfs niet allemaal, tout court. In hun beste momenten herinneren die stukken aan de bizarre bedenksels van Boudewijn Buch, of een enkele keer aan de geconcentreerde brille van Van Boxsels 'Encyclopedie van de Domheid'. 'Heb ik moeite met onzekerheid? Zie ik elke dag de humor van het leven? Ben ik genoeg alleen? Ben ik dol op paradoxen en heb ik gevoel voor ironie? Hou ik van woordspelingen? Is er in mijn hoofd ruimte voor tegenstrijdigheid?' Wie aarzelt bij de antwoorden op deze vragen, hij reize naar Parijs om er bij de Mona Lisa te mediteren. Mensen die het probeerden, voelden zich als iemand die geheimen kent. Jongstra leest dit alles en maakt de bedenking wat hij nu aan moet met zijn ironie en of hij ongepast lollig doet - waarop men geneigd is ja te antwoorden. Ook al door het niet zo verrassende slot: 'Ik koop een kaartje voor Parijs, op weg naar Mona's glimlach.' Er staan minder goede stukken in het boek, maar ook betere. Over de 'schuldplank' bijvoorbeeld. Iedere lezer heeft wel een plank in de boekenkast waarop hij de werken rangschikt die zich met succes tegen lezing hebben verzet. Dan valt er een schuld in te lossen bij drie eisers: de boeken zelf, hun auteurs en je eigen zelfvertrouwen. We laten er ons toch niet onder krijgen? Wat denken die schrijvers en boeken wel? Maar de twijfel knaagt, komt het er ooit van ze van kaft tot kaft te lezen? Het boek van Jongstra zelf is niet meteen van de bovenste plank. Maar de schuldplank zou hem onrecht doen. En jezelf. Atte Jongstra - De tak van Salzburg/ Autobiografie van een lezer - 2002, Amsterdam, Querido, 445 blz., 29,95 euro, ISBN 90-214-6801-8. De tulp Hoe bekend ook, het verhaal blijft spectaculair. In de 16de eeuw werd een bloem uit Turkije naar onze streken getransfereerd, en ze zette bijna meteen heel Europa in rep en roer. De tulpomanie sloeg vooral in Nederland toe. Nog steeds trouwens, zij het in een aangepaste vorm. De tulpenbol werd uit Constantinopel naar Vlaanderen verscheept in 1562. Vlaamse kwekers veredelden het gewas, maar het waren de Hollanders die er zwaar en baar geld uit gingen slaan. Vooral de streek van Haarlem werd getroffen door de 'bollenrazernij'. Nadien ook grote delen van wat wij nu de Randstad noemen. In 1623 kostte de legendarische bloem 'Semper Augustus' zowat duizend florijnen, per bol. Het gemiddelde jaarinkomen lag toen rond 150 florijnen. Tien jaar later, op het hoogtepunt van de tulpomanie, werd een knol verkocht voor tien- of zelfs dertienduizend florijnen. Dat was meer dan het bedrag van een grachtenpand in volle Amsterdam, compleet met tuin en koetshuis. Wie zich geen echte tulpen kon aanschaffen maar toch wat te besteden had, liet een schilderij of tegels met tulpen vervaardigen. Voor de rijken was dit een gouden tijd in de Nederlanden, zegt de auteur, te vergelijken met de eeuw van Pericles in Athene of de Medici's in Italie. Dat lag natuurlijk niet enkel aan de knollengekte. Er was ook de braindrain van Antwerpen naar Holland - door de Spaanse onderdrukking. Die Vlamingen waren niet onbemiddeld en de aanschaf van tulpen gold als een teken van integratie. Er was bovenal, de oprichting van de gigantische rederij VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) in 1602, die het algemene winstbejag ten top voerde. Toen iedereen in Holland begon te speculeren met bollen en knollen, werd het een catastrofe. Vele bakkers, slagers, onderwijzers gingen failliet, niet zelden omdat ze hun hele kapitaal - hypotheek op het huis incluis - in de bollenwinkel hadden gestopt. Tiens, waar hebben we dat verhaal onlangs nog gehoord? De auteur, Anne Pavord, wordt door tuinjournalisten als een autoriteit erkend. Ze heeft een standaardwerk geproduceerd. Het is al eerder in het Nederlands uitgegeven, in twee dure delen hardcover. Deze goedkope editie bevat enkel het eerste - niet gespecialiseerde - deel, met weinig illustraties. Echte tulpenfreaks, die nog steeds bestaan, zullen het origineel aanschaffen. Maar voor gewone buitenmensen is deze paperback interessant genoeg. Anna Pavord - De tulp - 2003, Amsterdam, Anthos, 295 blz., 16,90 euro, ISBN 90-414-0627-1.