Oprichtersaansprakelijkheid vermijden als inschrijver

De oprichting van een vennootschap wordt ingegeven door verschillende motieven. Soms zijn deze overwegend van fiscale aard, soms geven niet-fiscale motieven de doorslag. Onder de niet-fiscale motieven is de overweging inzake beperking van de aansprakelijkheid de belangrijkste. Vanuit het standpunt der vennoten biedt een vennootschap het voordeel dat ze slechts hun inbreng verbinden en niet aansprakelijk kunnen gesteld worden tot betaling van schulden van de vennootschap, als gekozen wordt voor een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Die beperkte aansprakelijkheid heeft zijn beperkingen, door regels inzake oprichtersaansprakelijkheid.Het is verkeerd te denken dat de oprichting van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (we beperken ons tot de NV en de BVBA) ook een volstrekte beperking van de aansprakelijkheid impliceert. De regels inzake oprichtersaansprakelijkheid maken daarop immers een uitzondering. Voor de NV vindt men deze regels in artikel 35 van de Vennootschappenwet, voor de BVBA in artikel 123 van de Vennootschappenwet; deze artikelen zijn in grote mate gelijklopend.