Advertentie
Advertentie

Oude wijn in nieuwe zakken

Toen de Waalse minister van Economie, KMOs, Onderzoek en Nieuwe Technologie, Serge Kubla (PRL), de oprichting van Carsid aankondigde, had hij het over een nieuwe geest van samenwerking tussen de regering, de staalbedrijven en de vakbonden. Carsid is een coöperatieve vennootschap van het Italiaans-Zwitserse Duferco, Usinor en het Waals Gewest, waarin de Franse staalgroep in feite haar productie van vloeibaar staal in Charleroi dumpt. Deze operatie verschilt trouwens in niets met de eerdere operaties in Clabecq of La Louvière: overheidsgeld stoppen in ten dode opgeschreven bedrijven is een Waals streekgerecht.De Franse staalgroep Usinor brengt de cokesfabriek, sinterlijn, hoogoven, elektrische oven, staalfabriek en continu gieterij van Cockerill Sambre in Charleroi over naar Carsid. Er zijn 2.100 werknemers bij deze transfer betrokken en dat aantal kan door een brugpensioenregeling tot 1.294 worden verminderd. Usinor wil af van de warme fase in Charleroi omdat het de zeer performante warmwalserij Carlam in Charleroi nog uitsluitend wil gebruiken voor roestvrij staal. Usinor smelt begin 2002 samen met Arbed en Aceralia tot s werelds grootste staalproducent en vanaf dan komen de producenten van vlakke producten in roestvrij staal, ALZ in Genk (Arbed), Industeel in Charleroi (Usinor) en Ugine in het Frans-Vlaamse Isbergues (Usinor), onder een dak. Dit drietal kan dan zijn volledige productie warm laten walsen bij Carlam, maar daarvoor moet capaciteit worden vrijgemaakt. De staalplakken in koolstofstaal van Cockerill Sambre in Charleroi zijn in dat scenario overbodig. Usinor kan het productieverlies in Charleroi ruimschoots compenseren met goedkopere halffabrikaten uit Duinkerke of zelfs Luik.Vanaf midden 2002 neemt Usinor geen vloeibaar staal meer af in Charleroi, wel nog halffabrikaten. De afname van halffabrikaten neemt daarna geleidelijk af. De Franse staalgroep stond voor de keuze de sinterlijn, cokesfabriek en hoogoven stil te leggen of een akkoord te sluiten met Duferco. Het werd het laatste. Het was een aanbod dat Duferco niet kon weigeren, omdat Usinors installaties in Charleroi veel performanter zijn dan die van Duferco in Clabecq. Het akkoord is bovendien het ideale alibi voor Duferco om niet te moeten investeren in Clabecq. Op 14 september 2000 had Duferco nochtans aangekondigd dat het investeringsbudget voor zijn twee Waalse vestigingen, Clabecq en La Louvière, met 198 miljoen euro (8 miljard frank) zou worden verhoogd tot 362 miljoen euro (14,625 miljard frank). In realiteit heeft Duferco alleen maar de hoogstnoodzakelijke investeringen gedaan bij de overname van Forges de Clabecq en Boël in La Louvière om de installaties draaiende te houden.De overname van Clabecq en later Boël door Duferco gebeurde telkens met flink wat geld van de Waalse belastingbetaler. De Waalse regering kon zeggen dat ze een sociaal probleem had opgelost en Duferco, dat door sommige collegas als een aasgier wordt bestempeld, deed eveneens een goede zaak. Voor een minimale investering verwierf de onderneming een handelsfonds en nog bruikbare installaties. Duferco deed dat kunstje met de hulp van het Waals Gewest nog eens over met BN in Manage, toen Bombardier had beslist de vestiging te sluiten en de Belgische activiteiten in Brugge te concentreren. Bovendien bleven er na elke overname door Duferco beduidend minder werknemers over. Men kan zich bijgevolg afvragen of de vakbonden voor de bedrijven over de kop gingen niet beter een grondige herstructurering hadden goedgekeurd.De strategie van Duferco komt immers neer op een stervensbegeleiding. Dat is zo voor de hoogoven van Clabecq, die eind 2001 voorgoed dicht ging - ondanks de beloften van Duferco bij de overname van Clabecq - en dat moment komt er ook aan voor de warme fase van Boël in La Louvière en de warme fase van Cockerill in Charleroi. Door zijn zeer lage kapitaalkosten kan Duferco de installaties gedurende enige tijd op een rendabele manier uitbaten, maar wanneer er grote investeringen zijn, haakt het af. Dat was zo in Clabecq en dat zal niet anders zijn in La Louvière en Charleroi. Want er is geen enkele reden waarom Duferco als het ook grote sommen moet investeren in zijn installaties zoveel rendabeler zou kunnen werken dan een staalgroep zoals Usinor. Dat beseffen de staalvakbonden goed genoeg, maar ze redeneren dat Duferco beter is dan niets. Serge Kubla beseft het misschien niet, maar dat zal hem een zorg wezen. Zolang zijn foto maar in de krant staat. Erik DE LEYE