Overheid als risicofactor

Volgens een onderzoek van de Economist Intelligence Unit (EIU) blijken de overheden wereldwijd het slechtst te scoren bij het internationale bedrijfsleven. Op een schaal van 0 tot 100 krijgen de 60 onderzochte landen een gemiddelde score van 59, terwijl de factor onveiligheid en terrorisme maar 35 scoorde. Dat laatste beperkt zich tot welbepaalde landen, terwijl corruptie en bureaucratie, zoals de risicofactor overheid omschreven werd, verspreid zijn over bijna alle landen.Het onderzoek van de EIU is te groots opgezet om veel te zeggen over de economische risicofactoren voor Belgische of Vlaamse bedrijven. België behoorde trouwens niet tot de groep van landen die in dit onderzoek onder de loep werden genomen. Maar de kans is groot dat de overheid het er ook bij ons slecht van af zou brengen in zon onderzoek. Vorige week nog pakte Unizo uit met een onderzoek bij 1.258 ondernemers die tot 49 mensen tewerkstellen. Daaruit bleek dat de overheid ook bij ons het grootste zorgenkind is voor ondernemers, ver voor klanten, personeel en bedrijfsbeheer. Nu de vennootschapsbelasting hervormd is en sociale lasten wat naar beneden zijn gehaald, zijn de administratieve lasten de kop van jut. Met andere woorden: de bureaucratie uit het EIU-onderzoek, waar een hoge papierberg en een pak formaliteiten toe behoren, wordt ook bij ons gepercipieerd als een bedrijfsrisico van formaat.Dat de overheid in voormalige Oostbloklanden of ontwikkelingslanden beschouwd wordt als een heuse risicofactor is te betreuren. Hier valt echter nog veel te verwachten van politieke en economische ontwikkeling en reconversie. Maar dat ook in het welvarende Vlaanderen, waar bovendien een coalitie met liberalen het voor het zeggen heeft, de overheid als een probleemfactor wordt beschouwd wordt, gaat wel erg ver. Had die paars-groene coalitie trouwens niet in haar regeerakkoord vermeld dat de administratieve rompslomp tegen 2003 met 25 procent naar beneden moest? Als om die intentie kracht bij te zetten, trokken de liberale leiders van dit land en onze regio, Guy Verhofstadt en Patrick Dewael, dit dossier naar zich toe. Logisch, want administratieve rompslomp en overheidsdruk zijn voelbaar op alle vlakken van het beleid. Toch blijkt het niet te lukken. Daaruit kan je twee conclusies trekken. Dat het zelfs twee liberale regeringsleiders niet lukt de papieren greep op het bedrijfsleven te verminderen, toont dat het knelpunt van de administratieve lasten hardnekkiger is dan verwacht. Of het toont de intrinsieke zwakte van deze regering, die voortdurend naar evenwichten moet zoeken in het totale eisenpakket van de coalitiepartners. Enkele voorbeelden: op gewestelijk niveau is de milieuregulering, die vooral het werk is van de goedbedoelende minister van Leefmilieu, Vera Dua (Agalev), de voorbije jaren enorm verzwaard. Federaal blinkt de minister van Werkgelegenheid, Laurette Onkelinx (PS), uit in regelneverij: van een preventieadviseur over de veiligheidscoördinator tot borstvoedingspauzes op het werk en verplichte outplacement. Opnieuw allemaal goed bedoeld, maar het zijn allemaal regels die het statuut van een overheid als risicofactor versterken. De overheid zou nochtans het omgekeerde moeten zijn: een faciliterende factor. Door deze polarisering worden bedrijven zelf vaak als een risicofactor beschouwd voor de overheid, en bij uitbreiding de hele gemeenschap. Geen ideale uitgangspositie om het ondernemerschap aan te moedigen bij de bevolking. Tom Michielsen