'Overheid moet meer investeren in alternerend leren'

BRUSSEL (tijd) - In ons land werkt minder dan één jongere op drie. Dat komt hoofdzakelijk omdat de jongeren tot hun 18de geen enkele band met de arbeidsmarkt hebben. Het technisch en beroepsonderwijs worden als een 'tweederangstraject' beschouwd. En de systemen van alternerend leren hebben evenmin succes. Niet alleen omdat ze gezien worden als ultiem vangnet voor niet-geslaagde jongeren, ook omdat ze hopeloos versnipperd zijn. De overheid zou daaraan kunnen verhelpen door meer te investeren in één enkel systeem van alternerend leren.Dat is een van de conclusies die het ministerie van Arbeid trekt in zijn jongste evaluatierapport over het federaal werkgelegenheidsbeleid. De studie legt de vinger op de wonde van het opleidingsniveau van de Belgische (beroeps)bevolking. Bijna 43 procent van de actieve bevolking beschikt over een diploma van maximum lager secundair onderwijs. Daarmee is het aandeel van de laaggeschoolden veel groter dan bij de buurlanden. In Frankrijk is 38 procent van de bevolking laaggeschoold, in Nederland en Duitsland is dat respectievelijk 20 en 17 procent.