Advertentie
Advertentie

Parijs-Dakar tussen Antwerpen en Brussel

Vorige maand lanceerde BMW een nieuwe versie van de F650 eenpitter die het merk sinds 1993 in het gamma heeft: de F650GS. De toevoeging GS doet het hem. Die staat voor Gelände Sport, zeg maar terreinrijden. Maar kun je in ons land wel terreinrijden? Of worden enduromotoren enkel voor de look gekocht en komen ze amper in aanraking met zand of modder?De nieuwe BMW F650GS ziet er fraai uit en heeft voor de buitenstaander heel veel weg van een crossmotor. Het stuur is breed, de veerwegen voor en achter groot, het spatbord steekt als een haviksneus uit onder de onderste kroonplaat van de voorvork en de minuscule koplamp/scherm-unit. Net als bij echte crossmotoren. BMW heeft terzelfder tijd ook een replica van de Paris-Dakar-F650 (F650RR) op de markt gebracht: de iets krachtiger en van een groter voorwiel voorziene F650GS Dakar. De F650GS is het kleinste GS-model in BMWs gamma. Het Duitse merk biedt ook 850 cc- en een 1150 cc-versie van de boxertwin.BMW gaf bij de introductie van de F650GS vorige maand de pers een cd-rom met fraaie kleurenfotos van de nieuwe machine. Prachtige plaatjes: de GS ergens in een glooiend landschap met een meer op de achtergrond, de motor op een landweg, een dame die de motor bestuurt op rood/oranje aarde, een man die de motor op een kiezelweg de sporen geeft getuige de stofwolk die het achterwiel produceert.Maar dan sta je daar met die motorfiets ergens in het Waasland en je zoekt naar een stukje onverharde weg. Ha, een karrespoor tussen een spoorlijn en een akker. Na nog geen kilometer rijden door plassen en modder houdt de weg op en is er enkel akkerland. Rechtsomkeert dan maar. Even later een nieuwe poging. De weg is redelijk vlak en bezaaid met zwart gravel. Na twee bochten houdt ook hier de weg op. Natuurlijk, je kunt proberen met de motor de akker van boer om te ploegen. Maar of de landbouwer daar op zit te wachten, is nog maar de vraag. Bovendien is de motor niet voorzien op uitstappen in heel zwaar terrein. De banden bijvoorbeeld zijn geen pure noppenexemplaren die veel grip geven in het zand of in de modder. Een derde poging om de GS op de onverharde weg te proberen strandt ook nu na enkele honderden meters. De rest van de tijd die BMW gaf om de motor eens te proberen wordt doorgebracht op verharde wegen.Dat lijkt in veel gevallen het lot van de terreinmotoren of de terreinachtige motoren in ons land. Sterker: kennelijk zijn die niet eens bedoeld voor het echte terreinwerk.Raoul de Frangh van BMW Belgium zegt ook dat de Dakar-uitvoering van de F650GS de versie is met de echte terreincapaciteiten. De gewone GS-exemplaren (ook de zwaardere) ...doen een knipoog naar off-the-road. Je kunt er af en toe mee in het terrein rijden. Het echte off-the-road rijden laat je beter over aan de professional. Je zit toch altijd met het gewicht van de motor dat je mee moet zeulen. De F650GS staat te boek voor 193 kilogram (droog gewicht), de R1150GS is rijklaar 249 kilogram zwaar. Dat is veel zwaarder dan bijvoorbeeld pure terreinmotoren als de Yamaha TT600R die 131 kilo op de schaal brengt, de Kawasaki KLX300 (106 kilo) of de Husaberg FE400 (slechts 105 kilo).Maar toch rijden er van die zware BMW-motoren rond. De Frangh: De mensen kopen met hun ogen. Ze dromen. Ze hebben een motor waar je mee off-the-road kunt rijden, zonder dat ze het ook werkelijk doen. Het is hetzelfde fenomeen als bij de 4x4-wagens. De Frangh zegt ook dat de GS-motoren eerder bedoeld zijn voor een excursie buiten de wegen op harde ondergrond. Maar om vlot door mul zand zoals in de Kempen of door slijk te raken, moet je een echte enduromotor hebben.Neem nu marktleider Honda. Dat merk kwam eind jaren tachtig met de Transalp. Die had trekjes van een motor voor woestijnraces. De publiciteitsfotos toonden de motor in het terrein. Als opvolger kwam vorig jaar de Varadero, een aangepaste versie van de VTR 1000 Firestorm 1000 cc V-twin, een sportmotor. Dat zijn adventure-touringmotoren, aldus Marc Verriest van Honda Belgium. Die hebben als dusdanig niets met enduro te maken. Het imago van de oorspronkelijke Transalp hing samen met dat van Paris-Dakar. Die motoren hebben een avontuurlijk image. De Africa Twin ging veel verder. Die had wel degelijk elementen in het motorblok en het frame die uit Paris-Dakar-wedstrijden kwamen. De Transalp is veel softer.Het zijn motoren waar je op vakantie in een zuiders land het laatste stukje onverharde weg naar het strand nog net kunt meepakken. Daar is die motor heel aangenaam omnivalent voor. De zithouding erop is relaxed, rechtop, er is veel koppel, zegt Verriest.Verschillende merken spelen op het avontuurlijke in door speciale trips aan te bieden, al dan niet in samenwerking met reisorganisatoren. Honda trok vorig jaar met Varadero-bezitters naar Marokko om daar ook op terrein met een hardere ondergrond te rijden. We hebben er de woestijn gedaan. Zolang het hard was, ging het prima, aldus Verriest. BMW heeft via Duitsland een speciaal enduro-reisprogramma.Je ziet dergelijke motoren inderdaad niet op een door tractoren uitgesleten landbouwweg rijden. De echte terreinmotoren (al dan niet gehomologeerd voor weggebruik) zijn daar weer beter voor uitgerust. Maar dan nog. Die karrensporen zijn eigenlijk helemaal niet zo leuk om over te rijden. Er zitten te veel grote putten in. Maar is er een alternatief? In feite niet. Goed, er zijn zandafgravingen waar terreinrijders te vinden zijn. Bij de aansluiting van de E40 op de E314 in Heverlee bij Leuven zijn sporen van terreinmotoren te zien op de heuvel. Marc Verriest van Honda laat er zich op voorstaan de heuvel bij Heverlee te hebben ingewijd. En op de heuvels bij de Craeybeckx-tunnel in Antwerpen zijn soms ook motorrijders te ontwaren.In Wallonië mag de wandelende burger sinds de wet-Lutgens (1995) zelfs niet het pad in een bos verlaten. Een motorrijder hoeft er niet eens aan te denken met zijn voertuig het Waalse bos in te trekken. Verboden! Verriest zegt dat grote groepen buitenlanders (Duitsers en Nederlanders) het voor de Belgen verpest hebben door in de Ardennen een weekendje rond te crossen. Dat heeft een nefaste invloed gehad. Ik zeg niet dat de Belgen dat niet deden, maar toen is wel het besef gegroeid dat er iets negatiefs gaande was, zegt hij.De merken hebben alternatieven. Honda heeft het Honda Park in de Kempen en Yamaha heeft Motoland pal aan de E314 in Tielt-Winge. In Duitsland heeft BMW in Heghlinger een enduropark, waar de GS-rijder een tweedaagse training terreinrijden kan volgen. Maar ook buiten de merken om wordt eraan gewerkt de terreinrijder aan zijn trekken te laten komen. In Wallonië is er de Association des Sports sur Terrains Permanents. Patrick Fontaine, die die vereniging leidt, zegt dat het niet alleen om terreinrijden met motoren gaat, maar om alle gemotoriseerde sporten, zowel on- als off-road. In het Waalse landsgedeelte zijn er twee sporen. Het ene is de code vert. De personen achter dat idee willen meer toegeeflijkheid van de overheid om liefhebbers van terreinrijden in staat te stellen in de vrije natuur hun hobby wat uit te oefenen. Dat is een heel moeilijke strijd, zegt Fontaine. Hij richt zich dan ook op het verkrijgen van permanente terreinen als alternatief en mikt op één complex per provincie. Dat lijkt te lukken. Als je daar alles groepeert, hinder je veel minder mensen, aldus Fontaine. De minister vroeg ons ook: wat wil je? Het bos in of op de motor rijden? De motor is onze passie. Met andere woorden: terreinrijden hoeft niet per se in het bos.Aan Vlaamse kant is men nog niet zo ver, maar er zit wel beweging in de zaak. Men pleit hier ook voor een groepering van lawaaisporten. Ter verdediging van de belangen van de gemotoriseerde sporten is in 1998 al de VZW Gemotoriseerde Sporten Vlaanderen opgericht. Die zetelt in de kantoren van het circuit van Zolder. Het gaat niet alleen om wedstrijdsport, maar ook om de mensen in hun vrije tijd aan hun trekken te laten komen, zegt Walter Goossens van die VZW en van Zolder. Er zijn inmiddels gesprekken gaande met de ministeries van Leefmilieu, Sport en Ruimtelijke Ordening. Dat er iets gedaan moet worden, lijkt evident. Het aantal (permanente) motorcrossterreinen in Vlaanderen neemt immers snel af en het resultaat is wildcrossen. Het idee is ook de vrijetijdsrijder de kans te geven met zijn motor eens van de weg te gaan. De redenering is dat voor weekendvoetballers - al dan niet in clubverband - er ook infrastructuur is, dus waarom niet voor motorsporters.Intussen is de verkoop van echte terreinmotoren niet groot. Verriest ziet de jongste drie jaar wel een kleine revival. KTM en Husqvarna zitten in de lift en juist die merken zijn heel sterk gericht op het sportrijden. Toch gaat het om kleine aantallen. Ik verwacht niet dat de hoeveelheden van 15, 20 jaar geleden terugkomen, zegt hij. Het gaat daarbij veel minder om de vrijetijdsrijder dan om de wedstrijdrijder. Kawasaki Belgium had vroeger een ruim gamma aan (sport-)terreinmotoren, maar dat is nu beperkter geworden. Philippe Borguet van Kawasaki Belgium zegt dat er door dat merk vorig jaar zon 150 terreinmotoren aan de man zijn gebracht. In het verleden was dat veel meer. Toen verkochten we 200 tot 300 KDXen per jaar, stelt hij.Soms zie je ook aangepaste terreinmotoren voor puur straatgebruik. Het spatbord is dan vlak tegen het voorwiel aangebracht, rond de velgen zitten wegbanden. Die rijders wanen zich een deelnemer aan supermotardwedstrijden. Het voordeel is dat dergelijke motoren zeer handelbaar zijn. Het brede stuur en de meer rechte zit zijn ook een voordeel in het gewone verkeer. In fileverkeer is zelfs een lichte terrein(-achtige) motor ideaal, juist door die wendbaarheid. En er openen zich nieuwe gebruiksmogelijkheden voor terreinmotoren op de weg: verkeersdrempels kunnen veel gemakkelijker genomen worden met een enduro of fun-enduro dan met een auto. En als de weg wat hobbeliger wordt, als er gaten in het asfalt zitten, is zon motor een uitkomst. Anders gezegd: de terreinmotor is een alternatief voertuig voor de urban jungle. En ondertussen droom je tussen Brussel en Antwerpen op je adventuremotor over Paris-Dakar. AVP