Parijs: stabiel

In tegenstelling tot de rest van Europa, konden de Franse aandelen deze week niet echt fors toeleggen. Beleggers in de rest van de wereld waren enthousiast over de economische prestaties van de VS. De werkloosheid kende een grotere daling dan de economisten hadden ingeschat. Ook de huizenmarkt blijft elke maand verbazen. Vorige week zagen we al een beter dan verwachte industriele productie. De Universiteit van Michigan noteerde weliswaar een daling in het consumentenvertrouwen in de VS, maar dat kon de prest niet verstoren. Franse beleggers moesten wel rekening houden met een gedaalde economische activiteit in het thuisland. Dit zorgde voor een hernieuwde vrees van een recessieklimaat in Europa. Geen wonder dus dat de euro verzwakte en daalde tot onder 1,10 dollar. De rente steeg lichtjes tot 4,20 procent. De daling van de BBP-groei had een negatief effect op de financiele waarden. BNP Paribas verloor net als SocGen bijna 5 procent. Maar ook Credit Agricole verloor meer dan 3 procent. De verzekeraar Axa klom ruim 8 procent. STMicroelectronics was de sterkste stijger. De koers van het aandeel steeg ruim 15 procent. Zowel Lehman Brothers als Cititbank gaven de sector een opwaardering mee. Ook de consultant Gartner publiceerde een rapport dat de sector in een positief daglicht stelde. Bovendien kon Intel verrassen met een betere omzetverwachting. De sterke dollar had ook zijn invloed op de koersen. LVMH steeg 11 procent en Accor klom 7 procent. De positieve commentaar over de autosector van UBS deed Peugeot 5 procent toeleggen. Renault klom 2 procent. De telecomaandelen lieten van hun veren. Orange zakte met bijna 3 procent, France Telecom met 2,5 procent. De farmawaarden gedijden in dit klimaat niet. Sanofi zakte met 2 procent, Aventis met 2,5 procent. Pinault Printemps profiteerde van de goede cijfers van Wal Mart en GAP en klom 12 procent.