Patstelling doorbreken

De ultieme onderhandelingen gisteren tussen de minister van Onderwijs, Marleen Vanderpoorten, en de onderwijsbonden over de verhoging van de leeftijd voor terbeschikkingstelling (TBS) zijn van korte duur geweest. Voor de start van de onderhandelingen lieten de bonden reeds weten dat ze niet bereid waren veel water in hun wijn te doen. De onderhandelingen zelf hadden dan ook veel weg van een dovemansgesprek, zodat na korte tijd al moest worden vastgesteld dat verder praten geen zin had. De bonden leken zich vorige week nochtans soepeler op te stellen. Mogelijk zijn de voorstellen van VLD-voorzitter De Gucht om de stakingen in de openbare sector aan nadere regels te onderwerpen bij de bonden in het verkeerde keelgat geschoten. Maar waarschijnlijker is dat hun soepeler houding slechts schijn was, een tactisch manoeuvre om Vanderpoorten met verregaande toegevingen over de brug te krijgen. Die toegevingen zijn er ook gekomen. De minister van Onderwijs is de onderwijsbonden precies halfweg tegemoet gekomen. De TBS-leeftijd zou niet opgetrokken worden van 55 tot 58 jaar, maar tot 56,5 jaar. De bonden bleven evenwel onverkort een TBS-leeftijd van 55 jaar eisen. Het gevolg is dat ze nu volledig achter het net vissen. Zonder akkoord blijft de Vlaamse regering vasthouden aan 58 jaar. Dat de bonden zich nog niet gewonnen geven, laat zich raden. De tweedaagse staking deze week donderdag en vrijdag gaat alvast door, zodat de novembervakantie de facto met twee dagen wordt verlengd. Weinig leraars en leerlingen die hierover zullen klagen, de ouders, die alweer voor opvang moeten zorgen, des te meer. Voor november kondigen de bonden nieuwe en langdurige acties aan. Creatief staken hoort daar alweer bij, maar ouders en leerlingen zouden maximaal worden gespaard.De patstelling tussen de bonden en de minister van Onderwijs is compleet. Vanderpoorten kan na het mislukte overleg niet anders dan het been stijf houden. Als ze, zoals bij de onderhandelingen over de nieuwe onderwijs-CAO, na enkele actiedagen voor de eisen van de bonden zwicht, is haar gezichtsverlies compleet. De meerderheid kan dan maar beter op zoek gaan naar een nieuwe minister van Onderwijs. Maar ook de bonden kunnen niet anders dan koppig volhouden. Als ze de buit niet volledig binnenhalen, worden zij de verliezers van de nieuwe krachtmeting die ze met de politiek zijn aangegaan. Sterke druk vanuit de basis, het onderwijsveld, kan beweging brengen in de verstarde posities. Ouders en onderwijzend personeel kunnen de politieke en syndicale wereld laten weten dat de verbetenheid waarmee ze vasthouden aan hun grote eigen gelijk niet de manier is om de toestand te ontmijnen. Hiernaast kunnen onderwijsbonden en Vanderpoorten een voorbeeld nemen aan de regels die in de privé-sector werden uitgewerkt om bij sociale conflicten uit de impasse te geraken. Een sociaal bemiddelaar bijvoorbeeld zou ongetwijfeld nuttig zijn om de tegenstellingen te helpen overbruggen. Stefaan HUYSENTRUYT