Advertentie
Advertentie

PCB-rechtzaak is van bij aanvang een ingewikkeld kluwen

(tijd) - 'Een kat zou er zijn jongen niet in terugvinden', typeerde de raadsman van de PCB-minderheidsaandeelhouders gisteren tegenover de tiende kamer van de rechtbank van koophandel de zaak waarin hij moest pleiten. De zaak die een groepering van minderheidsaandeelhouders tegen de PCB-grootaandeelhouders Brugefi Invest en OCP hebben aangespannen, is inderdaad een kluwen van data en percentages. De grond van de zaak is anders meer dan eenvoudig: de eisers willen van hun tegenpartij 1.000 frank per stuk voor hun PCB-aandelen, ook al noteren die momenteel nauwelijks een slappe 280 frank op de Brusselse beurs. De oorsprong van de eis van de 132 minderheidsaandeelhouders, goed voor zo'n 4 procent van het PCB-kapitaal, gaat terug op enkele 'dure' transakties in de loop van 1992. Brugefi Invest, de Luxemburgse hoofdaandeelhouder van de Belgische farmadistributeur PCB, kocht toen 60.000 PCB-aandelen van een partikulier met een verkoopoptie tegen 361 frank per aandeel. Cangefi, de kontroleholding boven de Brugefi-groep, kon toen 178.805 aandelen aan de Luxemburgse vennootschap kwijt tegen 261 frank per stuk. De hoofdvogel was echter voor de Zwitserse vennootschap Sofibra die 41.195 aandelen tegen 1.000 frank per stuk kon verkopen. In de drie gevallen ging het om bedragen die fors boven de beurskoers van toen lagen. De minderheidsaandeelhouders nemen de hoogst betaalde prijs als richtsnoer voor hun eis bij de rechtbank van koophandel.