Advertentie
Advertentie

Pensioenfonds VRT kiest vier vermogensbeheerders

BRUSSEL (tijd) - De raad van bestuur van het Pensioenfonds VRT heeft KB Securities, State Street Bank, Rotschild en ABN AMRO Investment Management gekozen als vermogensbeheerder van zijn pensioenreserves. De vier die na een uiterst strenge selectieprocedure overbleven, zullen samen 8 miljard frank beheren. Dat bedrag groeit in de komende jaren nog fors aan. De algemene vergadering van het pensioenfonds keurde maandag ook het zeer gedetailleerde beleggingsreglement van het pensioenfonds eenparig goed.Het 'Pensioenfonds Vlaamse Radio en Televisie' (Pensioenfonds VRT) zorgt voor de financiering van de wettelijke pensioenen van de ongeveer 2.900 statutaire personeelsleden van de VRT. In maart 1998 schreef het pensioenfonds een Europese offerteaanvraag uit voor de selectie van de vermogensbeheerders van zijn pensioenreserves. De kandidaat-vermogensbeheerders moesten minimum voor 15 miljard frank activa beheren voor rekening van derden. 'Wij ontvingen van 62 financiële instellingen in totaal 108 kandidaturen', zegt Hugo de Vreese, gedelegeerd bestuurder van VRT Pensioenfonds. 'Daarvan kwamen er 13 uit België, 7 uit Nederland, 15 uit de Verenigde Staten, 18 uit Groot-Brittannië, 5 uit Frankrijk en 4 uit Zwitserland. Uit deze 'long list' van kandidaturen bleven na selectie door het actuarissenkantoor Watson Wyatt, die het VRT-Pensioenfonds adviseert, 26 kandidaturen over. De betrokken instellingen kregen een uitgebreide vragenlijst toegestuurd. Dat leverde een ultieme selectie (of 'short list') van 10 kandidaten op. Na een presentatie en ultieme beoordeling op basis van vijf criteria (vroegere prestaties, investeringsproces, geschiktheid voor het specifieke beheersmandaat, kwaliteit van de dienstverlening en de kwaliteit van het beleggingsteam) viel de keuze op KB Securities, ABN AMRO Investment Management, Rotschild en State Street Bank. Het eerste mandaat, toegekend aan Rotschild in Londen, omvat een bedrag van 3,92 miljard frank (49 procent) en is bestemd voor belegging in EMU- en niet-EMU-obligaties. De belegging in niet-EMU-obligaties beloopt 7 procent en blijft daarmee binnen de vooropgestelde marge van 0 tot 10 procent. De EMU-obligaties vertegenwoordigen 42 procent wat eveneens binnen de voorziene marge van 30 tot 50 procent is. Voorts wordt 41 procent van de fondsen (3,28 miljard frank) belegd in aandelen en 10 procent (800 miljoen frank) in vastgoedcertificaten. Aandelen en vastgoedbeleggingen (samen 4,08 miljard frank) worden verdeeld over drie mandaten. Twee investeringsmanagers, KB Securities (rendementsaandelen) en ABN AMRO Investment Management (groeiaandelen) krijgen elk een identiek mandaat van telkens 1,4 miljard frank voor beleggingen in EMU-aandelen en vastgoedcertificaten. Het vierde mandaat, toegekend aan het Amerikaanse State Street Bank, heeft betrekking op beleggingen in niet-EMU-aandelen voor een bedrag van 1,28 miljard frank. KB