Pensioenfondsen boeken rendement van 3,5 procent

BRUSSEL (belga/tijd) - De Belgische pensioenfondsen boekten in de eerste helft van 2003 een rendement van 3,47 procent nadat ze drie jaar een negatief rendement hadden geboekt. Dit blijkt uit een enquete van de Belgische Vereniging van Pensioeninstellingen (BVPI) bij 24 pensioenfondsen, die samen 4 miljard euro beheren of ruim de helft van de sector van de tweede pensioenpijler. In de tweede pijler beheren de pensioenfondsen het geld voor aanvullende pensioenen. Maandelijks stort de werkgever en soms ook de werknemer een bijdrage en dat geld wordt dan belegd. De eerste pijler of het wettelijk pensioen wordt gefinancierd door de staat. Het positieve rendement van de pensioenfondsen in de tweede pijler is volgens Hugo Clemeur, secretaris-generaal van de BVPI, te danken aan het herstel van de aandelenkoersen en aan de aanhoudende stijging van de obligatiekoersen. Pensioenfondsen belegden eind vorig jaar 42,5 procent van hun portefeuille in aandelen, 41,9 procent in obligaties en de rest in liquide middelen en vastgoed. Of de negatieve trend van de voorbije jaren - met een negatief rendement van -0,07 procent in 2000, -5,12 procent in 2001 en -11,92 procent in 2002 - is gekeerd, wil Clemeur niet bevestigen. 'We blijven voorzichtig, maar net zoals voor de wijn lijkt 2003 een goed jaar te worden voor de pensioenfondsen.' Sinds 1985 boekten de pensioenfondsen een rendement van gemiddeld 7,4 procent per jaar. 'Vooral in de late jaren 80 en begin de jaren 90 lagen de rendementen hoog', zegt Clemeur. Het positieve rendement in het eerste halfjaar is vooral goed nieuws voor de werkgevers. In het pensioenstelsel met vaste prestatie, waarbij de werknemer aan het eind van zijn carriere een vast bedrag werd beloofd, doet een positief rendement de bijdrage van de werkgever dalen. In het stelsel met vaste bijdrage profiteert de werknemer van het extra kapitaal dat de pensioenfondsen opbouwen.