Advertentie
Advertentie

Pensioenverzekering: Europees Hof bevestigt Bachmann-rechtspraak

Een groepsverzekering moet worden afgesloten bij een in België gevestigde verzekeringsonderneming. Zoniet heeft een werknemer voor zijn bijdragen geen recht op een belastingvermindering en kan de werkgever zijn bijdrage niet aftrekken. Wie een individuele levensverzekering afsluit, dient dat ook in België te doen, wil hij zijn recht op belastingvermindering niet verliezen. Dergelijke fiscale beperkingen kunnen erg vreemd voorkomen in een tijd dat we met zijn allen in een Europese Unie leven waar vrij verkeer van personen, diensten, kapitaal en goederen zou moeten heersen.Maar het Europees Hof van Justitie waakt over deze vrijheden. Want ook al heeft Europa op het terrein van de inkomstenbelastingen niet veel in de pap te brokken, de lidstaten dienen hun wetgevende bevoegdheden wel conform het Europese Verdrag uit te oefenen.Over de vraag of de Belgische regels conform het Verdrag zijn, deed het Hof al uitspraak in de arresten Bachmann en Commissie/Belgische Staat van 1990. Toen besloot het Hof dat de Belgische beperkingen gerechtvaardigd waren omwille van de fiscale samenhang die er bestaat tussen de aftrekbaarheid van de premies en de belastbaarheid van de latere pensioenuitkering. De aftrek van de premies, betaald voor een individuele pensioenverzekering, leidt inderdaad op het einde van de rit tot de belasting van het pensioenkapitaal. Geen aftrek betekent vrijstelling van het pensioen.Het kwam de Belgische regering en het Hof dan ook als gerechtvaardigd voor om een buitenlander die hier komt wonen voor zijn werk maar verder in het buitenland verzekeringspremies betaalt, de aftrek van deze premies in België te weigeren, aangezien de betrokkene bij zijn pensionering naar alle waarschijnlijkheid naar zijn land van oorsprong zal terugkeren zonder in België op het pensioen belast te zijn geworden.In latere rechtspraak van het Europese Hof haalde de rechtvaardigingsgrond van de zogenaamde fiscale samenhang evenwel geen succes meer. Bovendien stelde het Hof sinds 1995 dat deze samenhang niet meer op het niveau van de nationale rechtsregels bekeken moet worden, maar op het niveau van de verdragen die een lidstaat heeft afgesloten ter vermijding van dubbele belasting. Dergelijke verdragen geven de bevoegdheid om een pensioen te belasten in de regel aan die staat waarin de ontvanger woont op het ogenblik dat hij het pensioen ontvangt. De plaats waar de premies zijn betaald, speelt daarbij geen rol. Dat betekent dat een staat weliswaar afziet van belastingheffing over in het buitenland ontvangen pensioenen, ook wanneer die zijn opgebouwd door in het binnenland betaalde en afgetrokken premies. Maar dat betekent ook dat een staat de mogelijkheid heeft om in het buitenland opgebouwde pensioenen te belasten indien de betrokkene voor de uitkering naar deze staat is komen wonen. Het nadeel in het eerste geval wordt dan ook gecompenseerd door het voordeel in het tweede geval. Vandaar dient een staat steeds de aftrek van de premies toe te staan.Met haar arrest van 3 oktober in de Finse zaak-Danner bevestigt het Hof van Justitie evenwel het standpunt dat zij aannam in de zaak-Bachmann inzake fiscale samenhang. Het ging om de volgende situatie. De Duitse arts Danner was in 1977 naar Finland verhuisd en betaalde verder pensioenverzekeringspremies aan Duitse verzekeringsinstellingen. Volgens de Finse regels kon hij deze premies slechts in beperkte mate aftrekken in zijn belastingaangifte. Had hij echter na zijn immigratie een nieuwe polis afgesloten met een Finse maatschappij, dan had hij wel een volledige aftrek van zijn premies genoten. Dit leidt er ook toe dat niet-Finse verzekeringsmaatschappijen moeilijker toegang hebben tot de Finse verzekeringsmarkt, tenzij zij er een dochteronderneming oprichten. Het Finse Hof van Beroep richtte aan het Europese Hof de prejudiciële vraag of deze regeling conform is met de Europese vrijheden, in het bijzonder met de vrijheid van verkeer van diensten.Het Hof besluit dat de regel die de aftrek verhindert van premies die aan een buitenlandse pensioenverstrekker zijn betaald, terwijl de premies betaald aan een binnenlandse pensioenverstrekker wel kunnen worden afgetrokken, een niet te rechtvaardigen beperking inhoudt op het vrij verrichten van diensten, indien die regeling niet tegelijkertijd de belastbaarheid van de pensioenen uitsluit, wat in Finland inderdaad het geval was. In haar besluit beschouwt het Hof de fiscale samenhang blijkbaar op nationaal niveau.Wat betekent dit voor de Belgische regels? Aangezien voor een groepsverzekering geen zogenaamde fiscale samenhang bestaat tussen de vermindering voor de werknemersbijdrage of de aftrek van de werkgeversbijdrage en de belastbaarheid van het pensioen, is er sprake van schending van de Europese vrijheid van dienstenverkeer. Bij een individuele levensverzekering bestaat die fiscale samenhang wel, en zouden we dus kunnen besluiten dat de Belgische regeling terzake wel toegelaten is. Niettemin bevestigt het Hof in haar argumentatie dat de fiscale samenhang op verdragsniveau bekeken moet worden. En aangezien België met alle Europese lidstaten een dubbelbelastingverdrag gesloten heeft, is de kans op een veroordeling van de Belgische regeling met betrekking tot individuele levensverzekeringen groot. Paul-Yves BERNARD Hans BOSMA De auteurs zijn partner en supervising senior adviser bij KPMG Belastingconsulenten