Advertentie
Advertentie

Pessimisme steeds het grootst aan vooravond van herstel

(tijd) - Als alles tegenvalt en niemand het nog ziet zitten, is de redding nabij. Deze sussende levenswijsheid geldt gelukkig ook in het wereldje van beurzen en beleggers. Bij haast elke internationale beurscrisis van de voorbije twintig jaar bleek het pessimisme het grootst toen de bodem net bereikt werd. Er zijn wel meer opvallende gelijkenissen tussen de huidige berenmarkt en die van de voorbije jaren. Dat is nuttig. We kunnen leren uit de geschiedenis.

De beleggers - die zich tot nog toe voorbeeldig gedroegen - raakten in paniek. Tot voor kort daagden hier en daar koopjesjagers op. Sinds donderdag wil bijna niemand nog kopen. Een getuige bij een bijeenkomst van vermogensbeheerders stelde vast dat alle aanwezigen pessimistisch waren, zonder uitzondering.Dit is een passage van een artikel in De Tijd van 3 oktober 1998, de dag nadat de vrees voor een internationale ramp in de financiële sector een hoogtepunt had bereikt. Enkele dagen voordien waarschuwde het IMF voor een reële kans op een wereldwijde recessie. Enkele dagen nadien sprak de toenmalige Amerikaans president Bill Clinton: Dit is allicht de ergste financiële crisis van de jongste vijftig jaar.Dat was zwaar overdreven. Toen was het ergste trouwens al achter de rug. De psychose rond de Rusland- en LTCM-crisissen bereikten die eerste dagen van oktober een hysterisch hoogtepunt. De weken en maanden nadien ruimden de vrees voor een allesvernietigende neerwaartse spiraal plaats voor de angst de volgende beurstrein te missen. De verkoopgolf werd een koopgolf, versterkt door factoren als Amerikaanse renteverlagingen, het besef dat de beurswaarderingen erg laag waren en het snel herstellende vertrouwen in het kapitalistische systeem.Nare periodenDe voorbije weken herbeleefden we de geschiedenis van toen. Net als toen maakten de beursindexen grote capriolen (zie grafiek 1) en was er paniek in de marktenzalen. De redenen waren vergelijkbaar, ook met alle andere berenmarkten sinds de crash van 1987. Telkens schonken de populaire media aandacht aan die rampzalige beurstoestanden, op het moment dat de grootste rampen achter de rug lagen. Telkens werd verwezen naar nare perioden uit vroegere tijden. Met de berenmarkt van 1990-91 leken we de oliecrisissen van de jaren 70 te zullen herbeleven: Irak viel Koeweit binnen, de olieprijs swingde de pan uit, de term stagflatie (inflatie in een stagnerende economische omgeving) werd opnieuw populair. In 1998 werd de term deflatie (spiraal van dalende prijzen, productie, consumptie, werkgelegenheid, enzovoort) van onder het stof gehaald. Vandaag is het allemaal recessie (negatieve economische groei) wat de klok slaat. En in alle gevallen wordt gretig vergeleken met de crash van 1929.Telkens ging de neergang gepaard met barslecht bedrijfsnieuws en bleef het slechte nieuws doorrazen toen het herstel al was ingezet. Zo voorspelden de economen van onder meer JP Morgan in oktober 1998 een pijnlijke recessie, toen de beurzen al fors hoger noteerden. Ook in de voorbije weken kwam nog lang geen einde aan de somberemarenstroom. Vooral de bedrijfsleiders lieten zich gaan. Ericsson-topman Kurt Hellström voorspelde woensdag een forse wereldwijde groeivertraging in de telecomsector. HP-topvrouw Carly Fiorina zei dat een snel herstel onwaarschijnlijk is. In België gaven de tenoren van Solvay, Agfa-Gevaert en heel wat andere ondernemingen voorzichtig te kennen dat hun resultaten van het lopende jaar zullen afhangen van de economische evolutie. Dit soort van berichten zal ons nog een poos bereiken.Gezwind en forsNog een kenmerk van de berenmarkten: telkens was het herstel gezwind en fors. De analisten van Schroder Salomon Smith Barney (SSSB) winden er in hun publicatie van maandag geen doekjes om: dit is een koopkans. Op jaarbasis boden Europese obligaties een return van gemiddeld 12 procent, terwijl aandelen 27 procent inleverden. Vandaag lijkt het moment gekomen om die mooie obligatiewinsten te nemen en over te stappen naar aandelen.SSSB staaft zijn overtuiging aan de hand van de bijgaande grafiek 2. Die geeft de verhouding tussen het rendement op beleggingen in aandelen en het obligatierendement voor continentaal Europa. De verhouding bedraagt sinds 1986 gemiddeld 1. Bij een ratio van 1,13 en meer, zijn aandelen theoretisch goedkoop. Dat was het geval in alle voorgaande berenmarkten. Vandaag bedraagt de ratio volgens SSSB 1,26 punten. Indien de langetermijnrente niet wijzigt en de bedrijfswinsten op hetzelfde peil blijven, moeten de aandelenkoersen met 26 procent stijgen om hun evenwichtspeil te bereiken. De analisten van SSSB houden bovendien rekening met wat bedrijfswinsten en mikken dus op een beursherstel van minstens 30 procent over twaalf maanden.Ze besluiten hun studie met een waarschuwing: Waar de bodem precies ligt, dat weet niemand. Maar van daaruit zullen de beurskoersen veel sneller stijgen dan de meeste beleggers verwachten. De grote Europese institutionele beleggers hebben in afwachting naar schatting 50 à 75 miljard dollar op zichtrekeningen geplaatst. Dat kapitaal zal bij een duidelijk herstel nagenoeg integraal naar de beurzen vloeien. Als dat gebeurt, zullen beleggers die de voorbije maanden met succes op beursdalingen gokten, snel aandelen moeten kopen om hun short-posities in te dekken. Een doorsnee belegger zal er dus allicht niet in slagen precies op de bodem in de markt te stappen. Het lijkt ons wijzer nu te kopen, dan achteraf.Achteraf? De Bel20 won vrijdag 3 procent en noteert al 10 procent boven zijn bodem van vorige week. Het herstel gaat inderdaad snel. PHu

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud