Advertentie
Advertentie

Pierre Alechinsky: graficus van de beweging

De schilder Pierre Alechinsky, die verleden jaar zeventig werd, worstelde tot 1965 met olieverf, toen hij het sneller drogende en losser met het penseel meevloeiende acryl ontdekte. Alechinsky, die elk jaar sinds 1951 een zomer uittrok om in de natuur grashalmen, takken en struiken te tekenen, en die in 1955 naar Japan trok om er de techniek van de kalligrafie te bestuderen, kon nu met acryl tekenen, dus al tekenend schilderen.Zijn opleiding kreeg Alechinsky in de afdeling boekdrukkunst, typografie en grafiek van Terkameren kort na de oorlog. In 1949 werd hij zoals bekend actief lid van de Cobra-groep en richtte hij met gelijkgestemden in Brussel de Ateliers du Marais op, een werkplaats voor jongeren zoals Reinhoud, Olivier Strebelle of een Deense schilder op doortocht, zoals Asger Jorn.Met een beurs verhuisde Alechinsky naar Frankrijk en ging er in de leer bij de Britse meesterdrukker Stanley Hayter. Pas vanaf 1960 kon hij het zich permitteren voor zichzelf grafiek te maken. Inmiddels is die grafische productie opgelopen tot meer dan 1.800 stuks. Dat heeft zijn voor- en zijn nadelen voor tentoonstellingsmakers. De hoge kwaliteit van het werk zorgt ervoor dat nagenoeg elke wat behoorlijk opgestelde voorstelling een genot is voor het oog (en ook voor de geest, want de kunst van Alechinsky vertoont meer intellectuele inhoud dan, bijvoorbeeld, de prenten van Appel en Corneille). Nadeel is dat niemand over de ruimte beschikt om meer dan een fractie te tonen van de 1.800 werken waarvan het formaat varieert van 1 cm2 tot prenten van 100 bij 150 cm. Elke presentator kiest dus voor een eigen opstelling.Ronny van de Velde bracht verleden jaar naast grote schilderijen een keuze van grote grafiek, plus een selectie van volledig getoonde prentenreeksen of geïllustreerde tekstboeken. Catherine de Braekeleer brengt nu in het Centre de la Gravure in La Louvière, met een heel andere formule, een soort bloemlezing uit het grafisch oeuvre. Het is een boeiende tentoonstelling, waar uitzonderlijk veel van het vroege werk te bekijken valt.Alechinskys kunst is niet, zoals Mallarmé de kunst van Edgar Allen Poe omschrijft, als een zwart blok uit het azuur op aarde gevallen; zijn kunst heeft zich geduldig ontwikkeld wat betreft vakmanschap en ook thematiek. De eerste drukken hebben geen onderwerp, althans geen dat zich opdrong: er is een tafereel uit het circus, er zijn illustraties bij fabels van Esopus, er is een haven met een boot, er zijn navolgingen van voorbeelden. Pas veel later wordt de kunst van Alechinsky autonoom, beheerst krioelend en onstuimig rustend op geometrische rustpunten.Vanaf dan is ze onmiddellijk herkenbaar, maar valt ze toch niet makkelijk te omschrijven, want beweeglijkheid is een van haar kenmerken: een cirkel blijkt een slang die zich in de staart bijt, een vulkaanuitbarsting lijkt op het bloed dat bij een onthoofding opspringt en waarvan de stralen veranderen in de tooi van de carnavalshoeden van Binche (die ook al waren vergeleken met de pluimhoeden van de Mayas). Het bloed stroomt van de buste van de onthoofde naar beneden als brandende lava van een vulkaan, wat wellicht aanleiding gaf tot het ontstaan van de legende van de vuurspuwende draak, die eigenlijk een grote slang is, die zich, in de vallei beland, in de staart bijt, als een cirkel, enzovoorts...Het gevolg is dat de autonome beeldenwereld van Alechinsky, hoezeer hij ook wijzigt afhankelijk van het medium (ets, litho, beide soms vermengd), in wezen onveranderd blijft. Het is alsof de graveerkunst van Alechinsky zich gedraagt als een mimespeler die naast de tekst danst en er delen van uitbeeldt, maar altijd wit blijft, wit geschminkt en in wit kostuum. Nou ja, zo simpel is het ook weer niet. De interpretatie van Alechinsky kan zich heel eigenzinnig loszingen van haar onderwerp, de avonturen van de bibliofiel Alechinsky leiden hem soms ver. Hij illustreerde bijvoorbeeld teksten van Blaise Cendrars, de soms nogal opschepperige Zwitser die eigenlijk Frédéric Sauser heette. Avonturier, diamantsmokkelaar, nu eens schatrijk, dan aan de bedelstaf, overlevend als pooier in een havenstad, liet hij zich ook ooit inlijven bij het vreemdelingenlegioen; zo verloor hij in de Eerste Wereldoorlog zijn rechterarm. Hij kon goed bluffen, en men hechtte weinig geloof aan het feit dat hij zijn schuilnaam ontleende aan de dood van zijn vroege geliefde, Hélène, tijdens een brand in 1907. Van braises en cendres maakte hij dan Blaise Cendrars, zijn auteursnaam, die hij voor het eerst gebruikte voor een gedicht, dat hij prompt verloor. Een vriend had er een Russische versie van gemaakt, en deze Legende van Novgorod werd in 1907 op 14 exemplaren gedrukt in Sint-Petersburg. In 1995 vond een Bulgaarse dichter in Sofia een verhakkeld exemplaar van die legendarische editie. Cendrars dochter Myriam deed een beroep op Alechinsky om de bundel te illustreren. Het verhaal van de editie en de weergave in facsimile kan men zich in een goedkope editie van 620 frank aanschaffen in La Louvière.Soms speelt Alechinsky met de typografie van het boek en past hij zijn tekeningen aan. Bij Pointes van Scutenaire laat hij een maan-zonfiguurtje groeien, aanzwellen van klein tot bladvullend formaat, om het dan weer te laten afnemen in een suite van 17 prenten. Zoiets kan men in een kleine vitrine, zoals in La Louvière, niet tonen. Van vele boeken ziet men dus soms maar één pagina. Dat heeft tot amusant gevolg dat haast niemand merkt dat de editie Comme à la maison in feite bestaat uit een reeks erotische prenten.De catalogus bevat het altijd leuke verhaal van hoe Alechinsky als linkshandige verplicht werd met de rechterhand te schrijven, hoe het tekenen hem weer tot de linkerhand voerde, hoe hij in spiegelbeeld met beide handen leerde schrijven en tekenen, en hoe in de drukkerij het op de plaat aangebrachte beeld gespiegeld wordt: alweer, als het ware, de slang die zich in de staart bijt.Voor de gelegenheid vervaardigde de kunstenaar een lithografie rond een Rohrschach-beeld, met de obligaat in spiegelschrift dubbel geschreven titel Papillon, een uitgave van het Centrum, tijdens de tentoonstelling aangeboden voor 18.000 frank. FdVDe tentoonstelling loopt tot23 april in het Centre de la Gravure et de limage impriméein La Louvière. De catalogus,eentalig Frans, kost 880 frank.