Pleidooi voor een Vlaams meertaligheidsbeleid

Vlaanderen staat bekend om zijn meertaligheid en Vlamingen staan bekend als echte polyglotten. Toen de VEV-studiedienst in 1999 een benchmarkstudie uitvoerde naar de positie van Vlaanderen in vergelijking met andere Europese regios, kwam meertaligheid manifest naar voor als één van de sterke punten waarmee Vlaanderen zich onderscheidt. Uit diezelfde studie bleek trouwens dat de economisch performante regios consistent en aanzienlijk hoger scoren voor meertaligheid, dan de regios die het minder goed doen. Vlamingen schatten hun eigen meertaligheid ook hoger in dan de meeste andere Europeanen. Dit geldt met name voor het aandeel van de Vlamingen die zichzelf een goede kennis van Engels en van Frans toedichten. Ook het aandeel van de Vlamingen die regelmatig (vaak dagelijks) Engels en/of Frans gebruiken, ligt relatief hoog. In kennis en gebruik van Duits daarentegen lijkt Vlaanderen dan weer achterop te hinken in vergelijking met bijvoorbeeld Nederland en Denemarken.De basis van meertaligheid wordt meestal gelegd in het onderwijs. Uit de sterkte-zwakte-analyse van het Vlaamse onderwijssysteem die de VEV-studiedienst zopas uitwerkte, kwam het bijbrengen van vreemde talen als een duidelijke sterkte van het Vlaamse onderwijs naar voor. Vlaanderen is de enige regio is in Europa waar alle leerlingen van het hoger secundair onderwijs twee vreemde talen krijgen aangeboden.Dat twee- en meertaligheid belangrijk is op de arbeidsmarkt, blijkt uit de studies van het opleidingscentrum Cevora en van de federatie van uitzendbureaus Upedi over de knelpunten op de arbeidsmarkt en over de tewerkstellingskansen van werkzoekenden. Vooral in bediendenfuncties, en dan meer specifiek administratieve en commerciële functies, wordt gebrek aan talenkennis bij potentiële kandidaten door uitzendconsulenten vermeld als oorzaak van moeilijk op te vullen vacatures. Wanneer dan aan uitzendconsulenten wordt gevraagd welke opleidingen prioritair aan werkzoekenden zouden moeten worden aangeboden om beter aansluiting te vinden bij de arbeidsmarkt, dan worden taalopleidingen door een derde genoemd voor wat bediendenfuncties betreft. Uit het onderzoek van Cevora naar de kansen van werklozen op tewerkstelling in bediendenfuncties, blijkt verder dat meertaligheid de kansen op het vinden van werk positief beïnvloedt. Eentaligen zijn, in vergelijking met hun aandeel in de werklozenpopulatie, ondervertegenwoordigd in de aanwervingen. Voor zowat de helft van de vacatures voor bedienden is meertaligheid een vereiste. De auteurs van de studie vinden dan ook gepast om eentaligen te beschouwen als een risicogroep op de arbeidsmarkt van de bedienden.Nu het Europees Jaar van de Talen naar zijn einde loopt, moet men de strategische doelstellingen formuleren voor een Vlaams meertaligheidsbeleid. Wil Vlaanderen koploper blijven in meertaligheid, dan moeten inspanningen geleverd worden om volgende uitdagingen aan te gaan:Basiskennis van Engels en Frans als basiscompetentie. De vaardigheid om Engels en Frans te begrijpen en om zich in deze talen te kunnen uitdrukken, moet beschouwd worden als een basiscompetentie waarover de overgrote meerderheid van de Vlamingen moet kunnen beschikken. In het onderwijs moet daar voldoende aandacht naar uit gaan, zo niet dreigt een moeilijk te overbruggen kenniskloof tussen meertaligen en eentaligen.Aan de Europese top in kennis van Engels. Een goede kennis van Engels wordt een absolute troefkaart. Dit geldt zowel op het niveau van elk individu als van een regio. Hoewel veel Vlamingen zelf menen goed te zijn in Engels, lijkt Vlaanderen hierin achterop te lopen. Gezien onze ligging en economische structuur moet het onze ambitie zijn om aan de Europese top te staan voor de kennis van Engels.Herwaardering van Frans. Traditioneel wordt in Vlaanderen veel aandacht besteed aan kennis van Frans, zodat veel Vlamingen goed tweetalig (N/F) zijn, en daarbij gunstig afsteken tegenover veel van onze Franstalige landgenoten. Met de versterking van de politieke en economische positie van Vlaanderen binnen België, en met het toenemende belang van het Engels, lijkt de aandacht voor Frans op de achtergrond te raken. Nochtans is kennis van Frans erg belangrijk voor communicatie van Vlamingen, in eigen land en in het buitenland. Voldoende aandacht voor Duits. Hoewel heel wat leerlingen in het middelbaar onderwijs een initiatie Duits op het curriculum hebben staan, lijkt de kennis van Duits in Vlaanderen benedenmaats. De voorzitter van de Nederlandse werkgeversorganisatie VNO-NCW, Jacques Schraven, waarschuwde er onlangs voor dat een te beperkte kennis van Duits de Nederlandse bedrijven heel wat business kost en dat dit probleem zowel in het bedrijfsleven als maatschappelijk sterk onderschat wordt. Wellicht is in Vlaanderen de situatie niet beter, eerder integendeel.Spaans, Italiaans, Russisch, Pools, Chinees, Algemeen moeten Vlamingen aangemoedigd worden en mogelijkheden krijgen om méér talen te leren. Het verdient dan ook aanbeveling dat Vlaanderen investeert in moderne en efficiënte competentiecentra voor het talenonderwijs, zodat de meertaligheid in Vlaanderen (waarvoor vandaag al een goede basis bestaat) verder kan ontwikkeld en geëxploiteerd kan worden. Mark ANDRIES De auteur is adjunct-directeur van de VEV-studiedienst