Pluralisme en de katholieke verdomhoek

Rare jongens, die Vlamingen. Men krijgt de indruk dat België - merkwaardig genoeg Vlaanderen op kop in een versneld tempo wordt gezuiverd van religieuze input in het openbare leven.Politieke partijen lopen elkaar voor de voeten bij het ter discussie stellen en vervolgens bijna afzweren van enige inbreng van godsdienst in het politieke bedrijf. Onder verwijzing naar een vermeende intrede van een areligieuze maatschappij, wordt pluralisme onder druk gesuggereerd en/of opgelegd aan elk initiatief dat op enigerlei wijze overheidssteun krijgt. Politici, academici, kunstenaars (onder wie schrijvers), Bekende Vlamingen: allen zijn ze betrokken in een zoektocht naar wat iedereen onder ons gemeen heeft, eerder dan wat ons onderscheidt. Een zoektocht dus naar de laagste gemeenschappelijke deler van de burgers in de samenleving.Katholiek zijn, meer nog kerkelijkheid, wordt door voornoemde categorieën, alsook door de gewone burger, vaak tot elke prijs verzwegen of, als het moet, met bijzonder grote schroom toegegeven. Katholieke beleving is toch echt niets voor intellectuelen, niet bon ton, eerder iets voor bijgelovige, oubollige burgers, die niet met de tijd mee willen gaan.Voor wie met de hulp van de ogen van buitenlanders deze evolutie volgt, komt ze bijzonder bevreemdend over. Deze ontwikkeling doet met name denken aan de neerbuigendheid en intellectuele arrogantie die katholieken in het Verenigd Koninkrijk te beurt vallen. Onder sterke druk van de analytische filosofie, die in de scholen en aan de Britse universiteiten de leidraad in het filosofische en levensbeschouwelijke onderwijs vormt, wordt godsovertuiging als een geldige parameter in politieke en maatschappelijke aangelegenheden resoluut afgewezen. Net zoals sommigen blijkbaar in Vlaanderen propageren, is religieuze moraliteit teruggedrongen als parameter voor aanvaardbaar familiaal, sociaal en maatschappelijk gedrag. Succes in de gezondheidssector, het onderwijs, sociale aangelegenheden, wordt gemeten aan de hand van zogenaamd objectieve criteria. Ouders worden ondersteund met psychologische studies, met zelfhulpgroepen, en met materiële hulp. Maar niet met suggesties van enige religieuze ondersteuning.Tegelijkertijd merkt men precies in de sterk analytische (in filosofische zin) Britse samenleving een ommekeer. Met name de premier beleeft zijn politieke missie vanuit een sterke christelijke gedrevenheid. Hij is de eerste om zich daadwerkelijk in te zetten voor de gelijkwaardigheid van alle Britse burgers, ongeacht religieuze beleving. Doch tegelijkertijd biedt hij beweerdelijk een religieuze (in zijn geval christelijke) leidraad voor individuele en collectieve verantwoordelijkheid.Commentatoren in Vlaanderen leiden uit recente politieke ontwikkelingen af dat de levensbeschouwelijke breuklijn in de politiek in dit land elk belang verloren heeft. Ook hier wordt godsovertuiging als een geldige parameter in politieke en maatschappelijke aangelegenheden resoluut afgewezen. Zowel het recente euthanasiedebat als de discussie over het onderwijs vormt hier een uitstekende illustratie van. De formuleringen van deze vaststellingen verwerpen echter tegelijkertijd enige rol überhaupt voor religieuze beschouwingen in het openbare leven.Een van de meest voor de hand liggende slachtoffers van deze ontwikkelingen is de vrijheid van onderwijs, inclusief de vrijheid van het katholieke net om zijn religieuze overtuiging als zingevend (niet louter academisch interessant) naar voren te schuiven. Laat die vrijheid van onderwijs nu net voor ons en ongetwijfeld voor een niet onbelangrijke groep buitenlanders en een stille doch grote groep ouders in het algemeen een bijzonder aantrekkelijk aspect van de Vlaamse samenleving uitmaken.Mocht het zogenaamd pluralistische project onverkort in de Vlaamse samenleving worden voortgezet, zou het bijzonder ironisch zijn mochten we onze kinderen naar Engeland moeten sturen, om er in katholieke privé-scholen op onverdachte en niet-geridiculiseerde wijze een religieus opvoedingsproject te kunnen aanbieden. In Vlaanderen lijkt een antireligieuze campagne te worden gevoerd (in sommige kringen ongetwijfeld een antikatholieke campagne) die het land dreigt te beroven van respect voor de religieus geïnspireerde opvoeding en zo de vrijheid van onderwijs op de helling zet. Ze veronachtzaamt ook de stimulerende, verrijkende rol, die religieuze inspiratie in het openbare leven ook in de politiek- kan spelen. Geert VAN CALSTER GARNETTDe auteur is verbonden aan de KU Leuven