Pol Bamelis, aftredend lid van het directiecomité bij Bayer, over de v

raag of de waarden winst en gezondheid te rijmen vallenHet is een feit dat de industrie over steeds betere middelen beschikt om een ziekte te bestrijden. Maar het onderzoek ernaar en de productie worden er niet goedkoper op. Uiteindelijk gaat ook de prijs die de gemeenschap betaalt omhoog. De maatschappij moet daarop een antwoord vinden. Maar dat niet iedereen in Zuid-Afrika zich medicijnen kan veroorloven, is niet de schuld van de ondernemingen. De farma-industrie moet producten op de markt brengen die nodig zijn, en ze moet voor werkgelegenheid zorgen. Dat kan ze alleen als ze de ruimte krijgt om als gezond bedrijf te functioneren. Dat zijn nu eenmaal de regels van het spel. Daarnaast klopt het natuurlijk dat ook de optimale return voor de aandeelhouders telt, maar het geld dat naar de staat vloeit via belastingen, maakt van de overheid veruit de grootste aandeelhouder. Wij kunnen als ondernemingen de rol van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) toch niet gaan overnemen? De landen moeten bereid zijn om bijvoorbeeld via de WHO meer geld uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking. (...) Het enige maatschappelijke systeem dat overleeft, is dat van de sociaal gecorrigeerde markteconomie. Die correctie gebeurt onder meer in de gezondheidszorg. Door de vlucht van de geneeskunde dreigt die correctie uitgehold te worden. Een tweeklassengeneeskunde is eigenlijk vandaag al een feit. Wil men dat? Is dat niet onvermijdelijk? De politieke wereld zal hiervan snel de grenzen moeten bepalen. TrendsMarcel van Dam, columnist, over EuropaAl heel vroeg in mijn leven heb ik mij gerealiseerd dat het nationalisme en het fascisme dezelfde moeder hebben: de idee dat het volk waartoe je behoort een hogere moraal koestert dan andere volken. In het verlengde van die opvatting ligt natuurlijk de overtuiging dat andere volkeren moeten buigen, met alle verwoestende gevolgen. Daarom ben ik vanaf mijn prilste politieke overtuiging Europeaan geweest. Mijn leven lang ben ik ervan overtuigd geweest dat Europa mijn vaderland zou worden en dat kon mij niet snel genoeg gebeuren. Snel gebeurde het in ieder geval niet. Gaandeweg heb ik de hoop opgegeven dat er gedurende mijn leven nog iets terecht zou komen van het Europa van mijn dromen. Heel lang heb ik mijzelf voorgehouden: wat wil je ook met die last van de geschiedenis en die enorme cultuurverschillen. Het duurt langer dan je dacht, maar komen doet het toch. Maar sinds een paar jaar vreet de fundamentele twijfel aan me of het wel nog komt. En die twijfel hangt samen met de vraag of ik het nog wel wil. Terwijl ik natuurlijk weet dat we niets meer te willen hebben. De Volkskrant