Pop

Pop Nathalie Merchant The House Carpenter's Daughter Myth America Records/Bertus 'A collection of traditional & contemporary folk music', luidt de ondertitel van deze plaat. Meteen is duidelijk dat ex-10.000 Maniacs-zangeres Nathalie Merchant het gebied waarin ze haar songs zocht niet te strikt afbakende. Geen traditionele instrumenten, ongeschoolde muzikanten of simpele songschrijvers. Wel songs die over heel de wereld bekend zijn, en anderen die het ontdekken waard zijn. Het zijn songs die gebruikt worden als slaapliederen, bij het rouwen om een verlies of om de liefde bezingen. Via traditionals zoals 'Sally Ann', de moordballade 'Diver Boy', een oud kinderlied 'Soldier Soldier' of een protestantse hymne 'Weeping Pilgrim' brengt Merchant de luisteraar op een subtiele manier in contact met een muzikaal erfgoed dat de moderne stadsmens steeds meer uit het oog verliest. Zeer mooi is haar bewerking van 'Crazy Man Michael' dat Richard Thompson in 1969 schreef toen hij nog deel uitmaakte van de folklegende Fairport Convention. DF Al Green I Can't Stop Blue Note/Capitol-EMI Een van de (bitter)zoetste stemmen van de Memphis-soul heeft een nieuwe plaat uit en dat is altijd even spannend. Het betreft 's mans eerste album met niet religieus materiaal in 12 jaar (je spreekt Al Green tegenwoordig aan met reverend) en zijn eerste met producer en arrangeur Willie Mitchell in 27 jaar. Het lijkt alsof de tijd is blijven stilstaan. Dat mes snijdt aan twee kanten. Innovatief is Green op 'I Can't stop' niet. De r&b van vandaag staat mijlenver van de nostalgische mijmeringen en classic soul die Green bedrijft. Maar anderzijds: zo'n stem cijfer je niet zomaar weg. Daar komt bij dat met de twee broertjes Hodges, de helft van de Royal Horns en de drie backing vocalisten een deel van de originele begeleidingsgroep van Green intact blijft. Ook het liedjesmateriaal is hoogstaand, al doet het je vooral terugdenken aan vroeger: de zachte drums, de strakke blazerspartijen, het achtergrondkoortje Rhodes, Chalmers & Rhodes. De funkgrooves stutten de extatische vocalen en de falsetschreeuwtjes die nog steeds verleiden. Mitchell zet sommige tracks iets te sterk naar zijn hand, wat weleens leidt tot een te volle sound. Zo overschaduwt hij Greens stemgeluid dat eigenlijk centraal moet staan. Twee van Mitchells kleinzonen waren trouwens nauw betrokken bij de opnames. De ene als engineer, de andere als coordinator van het project. En daar is het de tandem Mitchell-Green vooral om te doen: de muziek van vroeger overleveren aan de nu-generatie. Het paradepaardje van de cd is de ballade 'Rainin' In My Heart'. 'Why can't it be like it used to be', smeekt Green een verloren geliefde. Het kan dus. TPe De Mens Akoestisch PIAS Dit voorsmaakje van de akoestische tournee van De Mens (die eind januari start) bestaat uit een mix van oude nummers die in een nieuw arrangement steken en een aantal nieuwe liedjes. Je denkt dat de intro van opener 'Dit Is Mijn Huis' je op een vals spoor zet, maar eens Frank Vander linden zijn mond opendoet besef je dat het precies dat spoor is dat De Mens op deze plaat wil bewandelen: oude rockers worden eerst helemaal uitgekleed en pas daarna ingevuld volgens het minder-is-meercredo. Precies omdat De Mens het vooral moet hebben van zijn vinnige rockoptredens, komt het in het begin een beetje onwennig en mak over. Maar eens je over die drempel heen bent, blijkt het album, dat op amper vier dagen werd opgenomen, meer dan gewoonweg spielerei te zijn. De Mens heeft zijn repertoire al vaker aangepast om de koude wintermaanden door te komen via een omweg langs de culturele centra en theaters. Die ervaring wordt nu aangesproken. Bovenstaande drempelvrees blijft afwezig bij nieuwe nummers zoals 'De Dingen' en 'Been', die van nature ingetogen zijn, evenals bij 'Kim Is Dood' en andere tracks die de drive van de albumversie behouden. Tine Reymer zingt mee op de knap verpakte oerversie van 'Patti Blues'. Steven De Bruyn blaast 'Irene' melancholie in en beademt 'Kamer in Amsterdam' met een extra dosis rauwheid. Op het einde van de plaat wordt het tempo opgevoerd en mag de rudimentaire ritmesectie zich uitleven op de inhoud van de keukenkast. Opgelet: na de intimistische afsluiter 'Sheryl Crow I Need You So' volgt nog een bonustrack en de eerste oplage van deze 'Akoestisch' bevat de cd 'Live & Elektrich in AB' met zeven songs van het tienjarige jubileumconcert. TPe Movietone The Sand and the Stars Karaoke Kalk/ Aim Records Had je de Velvet Underground destijds een banjo, een klarinet, een viool en een cello toegestopt en Nico meteen tot frontvrouw gebombardeerd, dan zou het resultaat ongeveer geklonken hebben zoals Movietone vandaag. Nico is ondertussen vervangen door Kate Wright, die destijds het noisecombo Flying Saucer Attack opgaf voor een wijdser geluid, waarin haar frele fluistervocalen beter tot hun recht kwamen. De psychedelische folk op Movietones vierde album is iets ruwer dan op hun vorige cd's, maar vooral ondoorgrondelijker. Wie evenwel de moeite neemt om de cd langzaam en op de juiste momenten te laten insijpelen, geniet van het zacht schuifelende, gedempte palet, dat zich slechts in de details openvouwt. TPe Pluramon Dreams Top Rock Karaoke Kalk/ Aim Records De Keulenaar Marcus Schmickler brengt onder eigen naam of pseudoniemen hoogst abstracte elektronica uit. Als Pluramon dankt hij naambekendheid aan zijn debuutalbum 'Pickup Canyon' (Mille Plateaux, 1996) en vooral aan 'Render Bandits' (Mille Plateaux, 1998): knisperende platen die de clicks-'n'-cutsgolf voorspelden en waar Mogwai, Hecker en Lee Ranaldo tracks van remixten. Schmickler is volstrekt onvoorspelbaar: de Duitser laat zich deze keer inspireren door de zogeheten shoegazerscene, een erg melancholiek gitaargenre dat midden jaren tachtig door bands als My Bloody Valentine, Lush en Slowdive uitgetekend werd. Schmickler vervangt zijn zoemende en bliepende elektronica door scheurende noisegitaren, synthakkoorden en slepende drumritmes. Daarbij krijgt hij de hulp van de Amerikaanse gitarist Kevin Drumm, de Duitse knoppendraaier Felix Kubin en de oudgediende Britse experimentalist Keith Rowe (!). De grote verrassing van dit nieuwe album is echter Julie Cruise, de ex-David Lynch-coryfee. De combinatie van Schmicklers mistroostige gitaarlandschappen en Cruises dromerige, ijle en wulpse stem verleent de nummers zowel kracht als breekbaarheid. Schmickler speelt ook leentjebuur bij andere genres: garagerock ('Hello Shadow'), country en spacepop ('Difference Machine'). Ook gevonden geluiden ('PS') of klikkende cd-spelers worden naadloos met het shoegazerstramien verweven. Een briljant uitgewerkte verrassing. (IS) Samenstelling: Dirk FRYNS, Tom PEETERS, Ive STEVENHEYDENS