Advertentie
Advertentie

Presidentiële dynastie

Met de dood van de Syrische president Hafez al-Assad verdwijnt er in het Midden-Oosten opnieuw een Arabische leider van formaat. Na het overlijden van de Syrische leider en van de Jordaanse koning Hoessein begin vorig jaar, blijven enkel nog Yasser Arafat en in zekere zin ook de Egyptische president Hosni Moebarak over als vertegenwoordigers van de oude garde. De opvolging van de Jordaanse koning werd pas enkele weken voor diens dood geregeld toen diens broer als kroonprins het veld moest ruimen voor Hoesseins zoon Abdallah. Ook Bashar el-Assad, de tweede zoon van de Syrische president, was niet de eerste keuze voor de machtsovername. Diens in 1994 verongelukte oudere broer Bassel was de gedoodverfde opvolger. De 34-jarige Bashar moest zes jaar geleden een kruis zetten over een carrière als oogarts en werd de voorbije jaren voorbereid om in de voetstappen van zijn vader te treden en de presidentiële dynastie van de Assads voort te zetten. Alhoewel verwacht wordt dat Bashar al-Assad Syrië openstelt voor de moderne wereld is een resolute breuk met het verleden voorlopig weinig voorstelbaar.Bashar is niet van koninklijken bloede en is voor de uitbouw van zijn positie afhankelijk van het leger en van de Baath-partij. Zijn vader bereidde de machtswissel grondig voor. Veel tegenwind zal Bashar waarschijnlijk niet krijgen. De wereld staat evenwel niet stil en op een bepaald moment moet hij beslissingen nemen. Als die indruisen tegen de door zijn vader uitgestippelde lijn, zou de nieuwe Syrische president in moeilijkheden kunnen geraken. Zoals de versnelde Israëlische terugtrekking aantoonde, kunnen de bakens in het Midden-Oosten snel worden verzet. Een door de Hezbollah uitgelokt incident aan de Libanees-Israëlische grens kan nog steeds tot hoogoplopende spanningen in de regio leiden. Syrië, dat circa 30.000 soldaten in Libanon gelegerd heeft, is dan meteen betrokken partij.De door Bashar onderschreven Syrische eis, dat Israël zich van de Golanhoogte dient terug te trekken tot aan de grens van 4 juni 1967, belooft geen onmiddellijke doorbraak in het Syrisch-Israëlische vredesoverleg. Bashar kan het door de VN-resolutie 242 uit november 1967 onderbouwde standpunt van zijn vader zeker nu niet verraden. Resolutie 242 roept Israël op de tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 bezette gebieden te verlaten, inclusief de bezette Palestijnse gebieden. Na de Israëlische terugtrekking uit Zuid-Libanon en de waarschijnlijk nog even aanslepende stilstand in de Syrisch-Israëlische gesprekken, zal de Palestijnse kwestie voor de rest van het jaar centraal staan, vooral omdat tegen 13 september een definitief akkoord over de status van de Palestijnse gebieden moet worden afgesloten.In tegenstelling tot de Jordaanse koning Hoessein, de Marokkaanse koning Hassan en de Syrische president Assad, heeft de Palestijnse leider Yasser Arafat geen opvolger van eigen vlees en bloed in de coulissen. Indien een onafhankelijke Palestijnse staat voor eeuwig verbonden moet blijven met de naam Arafat, moet Yasser Arafat hem zelf uitroepen. Dat is hij dit jaar dan ook van plan. De dood van Assad herinnert hem er beslist aan dat de biologische klok verder tikt en dat hij niet kan rekenen op een presidentiële dynastie om zijn levenswerk tot een goed einde te brengen. Ludwig DE VOCHT