Advertentie
Advertentie

Privé-avontuur

De film Laventure du jazz werd tussen 1969 en 1972 gerealiseerd door Louis en Claudine Panassié. Hij toont meer dan 200 muzikanten, zangers en dansers in actie: Louis Armstrong, het orkest van Duke Ellington, Lionel Hampton, de swinghelden Buck Clayton, Charlie Shavers en Buddy Tate, stride pianist Willie The Lion Smith, John Lee Hooker in zijn huiskamer, en Jo Jones de man die drumde als de wind. Allemaal werkten ze gratis mee, op een enkele voorwaarde: Laventure du jazz kon alleen buiten het commerciële circuit en door de auteurs in eigen persoon worden voorgesteld. Weinigen onder ons hebben het document dus ooit gezien, net zoals weinigen ooit de originele en nooit heruitgegeven soundtrack hebben gehoord, een dubbele elpee op het privé-label van de familie Panassié. Zo kan het dus gebeuren dat het ruim 150 minuten lange document pas nu voor het eerst door de Antwerpse Jazz Club en het Filmmuseum in ons land wordt gepresenteerd.Louis Panassié bevestigt met Laventure de opvattingen van vader Hugues Panassié (1912-1974), de criticus en pionier die van in de jaren dertig wereldwijd propaganda voerde voor le vrai jazz. De film schuift de jazz naar voren als populaire muziek, gespeeld door zwarten, doordrongen van de blues, gedreven door een swingende vierkwartsmaat, mikkend op de benen van de dansers. Tot aan zijn dood klampte Hugues Panassié zich vast aan deze criteria, ook en vooral toen ze door de muzikale realiteit al lang waren ingehaald. Sinds Wynton Marsalis is deze filosofie in bepaalde kringen weer en vogue, zij het in een lichtjes gemoderniseerde versie. Die laat een raffinement en een sofisticatie toe die Panassié, de Jean-Jacques Rousseau van de jazz, nooit in overeenstemming kon brengen met zijn idee van de authentieke neger. Het belette hem en, door zijn grote invloed, vele andere apostels van le vrai jazz om plezier te beleven aan Charlie Parker, Thelonious Monk of Ornette Coleman, hoewel die op hun manier toch wel aardig volgens (en met) de regels speelden.Laventure werpt ook licht op het lot van de man die volgens de regels speelde, de mainstream muzikant. Het begrip mainstream werd trouwens bedacht door criticus en producer Stanley Dance om de muzikanten aan te duiden die bebop noch dixieland speelden en de gematigde middenweg kozen. Meestal had dit soort muzikant een sterke reputatie of zelfs sterrenstatus opgebouwd in de swingjaren, om in de herfst van zijn muzikale leven af te drijven naar de marge van het jazzgebeuren. Eerst kon hij nog rekenen op producers als Norman Granz of John Hammond, die de studiodeuren van Columbia en Vanguard op een kier hield. Later kreeg hij misschien nog een kans bij Swingville, het sublabel van het modernistische Prestige.Een mooi voorbeeld van zon muzikant is trompettist Buck Clayton, de gewezen ster van het Count Basie-orkest, die van Hammond een succesvolle reeks in scène gezette jam sessions mocht opnemen. Maar vanaf het eind van de jaren zestig was het gros van deze muzikanten vooral aangewezen op de goodwill en het idealisme van fanatieke supporters die voor hun ouder wordende helden concerttournees en plaatopnamen opzetten. Die artisanale zijtak van de industrie leidde in Europa, de bakermat van deze bedrijvigheid, tot het ontstaan van het gespecialiseerde label Black & Blue, in de Verenigde Staten gevolgd door Chiaroscuro. Mainstream in de marge - de situatie vertoont in de jaren dat Louis Panassié zijn film draaide nog het meest gelijkenis met het lot van de zo fel bevochten avantgardisten. Oh, ironie!NovemberVooruit Geluid brengt elk jaar weer muziek op het snijpunt van genres en culturen. Op 6 december zet een compact aanbieding drie kwartetten in de etalage. Bl!ndman onderzoekt de wrijving tussen vier saxofoons en elektronica. Als Bl!ndman Electr!c brengen ze Domestic Disruptions van voorman Eric Sleichim, Stille.Macht van Helmut Oehring, Stadt Land Fluss van Heiner Goebbels en New York Counterpoint van Steve Reich.De jonge Franse strijkers van Quatuor IXI nodigen rietblazer Louis Sclavis uit. De Nederlandse trompettist Eric Boeren laat zijn kwartet (met Han Bennink, Wilbert de Joode en Michael Moore) verbindingen leggen tussen Ornette Coleman en eigen stukken. Dat deden ze pas nog met zwier in de broeierige ambiance van Café Central in Brussel, en op de nieuwe cd Soft nose. Dat is intussen nummer drie in een reeks die composities van Ornette Coleman samenpuzzelt met materiaal van de hand van Boeren zelf, meestal spitse en speelse stukjes die in het verlengde liggen van Colemans vroegste werk.Dat niemand er ooit eerder aan dacht om de lichtjes ontwrichte bebop en R & B-licks van Colemans Atlantic-platen tot onderwerp van een repertoire te nemen! Het is een wonder als je de vanzelfsprekendheid hoort waarmee Boeren en de zijnen Mr. & Mrs. People of I Heard It Over The Tadio tot klinken brengen.Het klinkt gek genoeg allemaal een beetje ouderwets, op een interessante manier. Dit kwartet zou nooit de proef van Panassié hebben doorstaan.Rob LEURENTOPLaventure du jazz, maandag10 december, auditorium Fortis Bank, Antwerpen, voorstellingen om 14u30 en 20u. (inlichtingen bij het Filmmuseum, 03-233.85.71)Blindman Electric, Quatuor IXI & Louis Sclavis, Eric Boeren Quartet, woensdag 6 december om 20 uur in Vooruit Gent (09-267.28.28)Eric Boeren Quartet Soft nose(BV Haast cd 1501)