Prokofjev

Prokofjev Tweede en Vierde Pianoconcerto Eliane Rodrigues (piano) Sint-Petersburg Philharmonic Orchestra o.l.v. Edward Serov stylin'art 09 019 Ook de Braziliaans-Belgische pianiste Eliane Rodrigues draagt haar steentje bij tot de 50ste verjaardag van het overlijden van Sergei Prokofjev met een opname van het tweede en vierde pianoconcerto. De pianomuziek neemt in het oeuvre van Prokofjev een relatief belangrijke plaats in. Het 'Tweede Pianoconcerto' is een bijzonder virtuoos stuk, waarin Prokofjev de mogelijkheden van de piano optimaal benut. In haar vertolking slaagt Eliane Rodrigues er goed in de romantische pathos die in deze partituur zeker aanwezig is, hand in hand te laten gaan met de expressionistische agressiviteit die nu en dan aan Prokofjevs 'Scytische Suite' herinnert. Op de cd staat ook een vertolking van het weinig gehoorde 'Pianoconcerto nr. 4 voor de linkerhand'. Prokofjev componeerde het werk op vraag van Paul Witgenstein, die zijn rechterhand tijdens de Eerste Wereldoorlog verloor en diverse componisten opdrachten gaf werken voor hem te componeren. Prokofjev grijpt in dit werk terug naar een lichter verteerbare muziektaal, maar hij komt opnieuw tot een vrije omgang met de concertovorm. Door de hoge moeilijkheidsgraad bleef het werk aanvankelijk echter onuitgevoerd. Samen met het Sint-Petersburg Philharmonic Orchestra onder leiding van Edward Serov brengt Eliane Rodrigues een zeer overtuigende uitvoering van het werk dat duidelijk meer is dan een curiosum. (TE) Sigismondo d'India Madrigalen voor solo-stemMaria Cristina Kiehr (sopraan) Concerto Soave o.l.v. Jean-Marc Aymes HMC 901774 De Argentijnse sopraan Maria Cristina Kiehr kwam na haar muzikale basisopleiding in Europa bij Rene Jacobs studeren en ze specialiseerde zich de voorbije 20 jaar in het zingen van barokmuziek. Ze werkte met diverse ensembles samen en ze brengt niet zelden een minder bekend repertoire tot leven. Ook op haar recente cd is dat zo. Centraal in die opname staan werken van Sigismondo d'India (1582-1629). Deze componist, zanger en dichter slaagde er net als Monteverdi in een combinatie van polyfonie en de moderne monodische stijl te brengen. Kiehr koos uit meer dan honderd composities enkele madrigalen voor solostem waarin d'India zich als een uitstekend tekstschilder ontplooit en waarin hij de expressieve mogelijkheden van melodie, harmonie en zangstem optimaal benut. Maria Cristina Kiehr beschikt over een uitstekende stem voor dit intieme vroeg-barokrepertoire en ze verstaat de kunst de muziek uiteindelijk voor zichzelf te laten spreken. In het muzikale avontuur dat ze aangaat wordt ze uitstekend begeleid door het Concerto Soave onder leiding van Jean-Marc Aymes, dat alert, kleurrijk maar altijd dienend begeleidt. Tussendoor laat Concerto Soave ons ook instrumentale werken van d'India, Trabaci, Mayone en de Macque ontdekken. (TE) Blur 'Think Tank'Parlophone/Capitol/EMI Het zevende studioalbum van Blur kwam op een turbulente manier tot stand en dat heeft duidelijk zijn weerslag op het totaalgeluid van de plaat. Pas onlangs verzoende zanger Damon Albarn zich met Graham Coxon, die de band verliet na een onstuimige opnamesessie in Marrakesh. Rechtstreeks gevolg: je hoort de gitarist alleen op slotsong 'Battery In Your Leg', een donkere, met ruis onderdrukte ballade, waarin Albarns breekbare zanglijnen contrasteren met een sporadisch euforische drumsectie. Moeilijk te zeggen of de rest van deze plaat met Coxon erbij anders had geklonken. Het is alvast een ambigu einde voor een eclectische cd, die bizar inzet met een kennelijk gelouterde Albarn. Hij zingt 'I ain't got nothing to be scared off' over een experimentele mix van stemmen en instrumenten - let vooral op de dwingende saxofoonlijn. Volgt: het met fragmenten oud en kora verfraaide 'Out Of Time', zelfs voor Blur een atypische single. Albarn liet zich eveneens voor andere composities inspireren door zijn 'Mali Music'-project. Ook het dubhopsfeertje van 's mans cartooneske Gorillaz-uitstapje wordt met graagte gerehabiliteerd. Op 'Crazy Beat', een even aardig als aanstekelijk garagepopdeuntje dat pienter de eigen sound recycleert, plakt het etiket 'Norman Cook'. Op het etherische, door William Orbit geproducete 'Sweet Song' na, is de productie bewust lofi gehouden. Een prima keuze voor een plaat die het vooral moet hebben van zijn onderhuidse spanning. Of het trio die nu bereikt via een experimenteel countrybluespalet ('Jets') of via meer psychedelische kanalen ('On the Way to the Club') doet weinig ter zake, op 'Think Tank' zit het niet gekluisterd aan een vast patroon. En ook al wordt de plaat door sommigen honend beschouwd als Albarns solodebuut, zonder Coxon krijgt de ritmesectie alvast meer bewegingsvrijheid. Dat levert een nog organischer groepsgeluid op. (TPe) Dead Can Dance 'Wake - The Best Of'4AD/V2 Op de hoes van het debuutalbum van Dead Can Dance, het van Melbourne naar Londen uitgeweken ensemble rond Lisa Gerrard en Brendan Perry, stond een masker uit Nieuw-Guinea. Het was bedoeld als visuele ondersteuning van de groepsnaam. Het dode masker, ooit een 'levend' onderdeel van een boom, werd door de creativiteit van zijn maker opnieuw levenskracht ingeblazen: de dood die kan dansen. Niet iedereen doorzag de symboliek en vanaf de eerste release moest de groep afrekenen met vooroordelen over hun 'morbide' imago. Muzikaal putten ze er echter vertrouwen uit om te blijven experimenteren. Dat bewees ook de 47 tracks tellende anthologie die in 2001 verscheen. Gespreid over drie cd's en een dvd (met de concertfilm 'Towards The Within') bood de box een vrij volledig overzicht van het 17-jarig bestaan van de band. De doorgewinterde fan had het allemaal al eens gehoord. Maar voor de geinteresseerde leek was het een ideale warmmaker voor het eclectische, grens- en genrevervagende geluid van de groep, die in 1998 na zeven studio-albums ophield te bestaan, toen beide frontfiguren zich ten volle wilden concentreren op soloprojecten. Net als de box opent ook het zopas verschenen 'Wake', een op twee cd's geperste samenvatting van de anthologie, met de demoversie van 'Frontier', de eerste track die Gerrard en Perry samen opnamen. Wat volgt zijn 25 tracks waarin eerst en vooral de etherische, vaak in mistgordijnen gehulde en oosters geinspireerde vocalen van Gerrard opvallen. Het grijpt je samen met de verfijnde, veelal barokke synthese van synthesizers, strijkers, hakkenborden, draaiorgels en dies meer, naar de keel. Hoewel het verleden ontegensprekelijk een invloed uitoefende op de muziek van Dead Can Dance brouwde de band nooit een bric-a-brac, maar was hun blik gericht op de toekomst. Dat bleek ook na de split, toen beide protagonisten vooral succes oogsten met scores van films. (TPe) Stuurbaard Bakkebaard 'Mercedes'Munich Records De zanger-gitarist Timo van Veen en de contrabassist Onno Kortland begonnen als straatmuzikanten in Bussum. Toen ook de slagwerker Marc Koppen zich bij het duo voegde, was Stuurbaard Bakkebaard een feit. Samen maken ze het soort ketelmuziek dat in de jaren 90 ook indruk maakte op de Antwerpse muziekscene. Tom Waits en Captain Beefheart loeren om de hoek. Maar dat staat de avontuurlijke knutselrock van het Nederlandse gezelschap niet in de weg. Getuige hun eerste album, het in eigen beheer uitgebrachte 'Chuck'. De dwarse combinatie van contrabas, grimmige gitaren, bizarre stemmen en geimproviseerde trommels sloot geen stijlen en talen uit. Op het nieuwe album gaat het trio, inmiddels opgepikt door Munich Records, op hetzelfde elan voort. Dit keer hebben de bandleden ervoor gezorgd dat de energie die hun live-optredens kenmerkt, ook op plaat overeind blijft. Het hele album werd haast in een keer op band gezet. De groep ging de studio in met een pak ruwe ideeen en liet die onder deskundige begeleiding van de producer Eelco Grimm, die zijn sporen vooral verdiende in de klassieke muziek, tijdens de opnamesessies groeien. Zes dagen later waren ze bevallen van 'Mercedes', een kloeke dochter en een talenwonder - al is dat laatste moeilijk uit te maken want ze brabbelt er serieus op los. Niet getreurd, de cd klinkt akoestischer en rafeliger dan zijn voorganger, er zitten minder effecten op de stem van de zanger, maar de bevreemding blijft. Na elf tracks blijkt Engels de voertaal, de onheilspellende mengelmoes van sferen en grooves is echter universeel. (TPe) Lucinda Williams 'World Without Tears'Lost Highway / Universal Met 'Car Wheels on a Gravel Road' en het superbe 'Essence' bewees de Amerikaanse rootszangeres Lucinda Williams dat ze een vaak stagnerend genre als country van nieuw leven kon voorzien. Williams verstaat de kunst om te ontroeren en komt op die manier op hetzelfde niveau te staan als bijvoorbeeld Emmylou Harris. 'World Without Tears' is haar zevende cd en meteen ook de meest veelzijdige van een vrouw die pas na haar 50ste door het grote publiek ontdekt lijkt te worden. Dat er amper twee jaar gepasseerd zijn na 'Essence' - het is ooit anders geweest - doet ook vermoeden dat ze op een creatief hoogtepunt is gekomen in haar carriere. Het best in het oor liggend zijn de vrij potige rocksongs met echo's naar de Stones ('Real Live Bleeding Fingers and Broken Guitar Strings') of Howlin' Wolf ('Atonement' - rauw en beklemmend) en het verzengende, brutale maar sexy 'Righteously'. Echt mooi en ontroerend wordt het met de veeleer melancholisch getinte songs als 'Fruits of my Labour', 'Words Fell' of 'Minneapolis', die door de co-producer Mark Howard (cfr. Dylan en U2) in een warme, organische klank gegoten werden. In 'American Dream' laat Williams vooral de schaduwzijde van haar land aan bod komen, terwijl in 'Sweet Side' onmiskenbaar de geest van Dylan geslopen is. (DF) Athlete 'Vehicles & Animals'Parlophone/EMI Dankzij de vorig jaar verschenen debuut-ep wist het uit Deptford, Zuid-Londen afkomstige Athlete een contract in de wacht te slepen bij major Parlophone. Daar moet men meteen beseft hebben dat de fotogenieke 25-jarige zanger-gitarist Joel Pott een neus voor prima popsongs met een breed referentiekader heeft, wat hij op dit eerste volwaardige debuut zeker voor de helft met brio demonstreert. Athlete zag amper drie jaar geleden het levenslicht, op een moment dat de Britpop de laatste stuiptrekkingen beleefde. Maar een aantal zaken spreken in het voordeel van Athlete: de vier leden werken samen aan de songs - drie ervan kennen elkaar sinds hun vroege tienerjaren -, ontwijken een conventioneel rockgeluid en speelden zowat alle clubs plat voor de studio geboekt werd. Producer Victor van Vugt (cfr. Nick Cave, PJ Harvey, Sparklehorse) zorgde voor een fris en open geluid dat hitgevoelige songs zoals de single 'El Salvador', het tot luid meezingen aanzettende 'Westside' of het gevoelige 'One Million' nog beter in het oor laat springen. Tekstueel staan heel wat songs in het teken van de kinderlijke onschuld waarmee je de wereld kunt bekijken, het leven in Londen, rassenrellen ('You Got The Style') of gewoon het bizarre bestaan in een band. Athlete klinkt over de hele lijn op en top Brits, maar gooit zonder probleem ook een lijntje uit naar liefhebbers van onder anderen Mercury Rev, Pavement, Beck of zelfs The Beach Boys. Zeker te volgen tijdens een van de komende zomerfestivals. (DF) Four Tet 'Rounds'Domino/ Munich In zijn soloproject Four Tet concentreert Kieran Hebden - tevens lid van het interessante trio Fridge - zich op bewerkte dansmuziek: zijn output bevat een experimentele touch maar laat het poppy gevoel domineren. Op zijn vorige albums gebruikte de no-nonsense Londenaar steeds massa's samples van akoestische instrumenten om ze op de computer in een nieuwe context op te gieten. Dat is met Four Tets derde langspeler 'Rounds' niet anders: plukken harp, drums, belletjes, elektrische gitaar en dies meer worden digitaal aan elkaar geplakt. Hebdens technieken zijn bijzonder eenvoudig. Hij knipt en plakt en maakt daarbij uitgebreid gebruik van inversie, van haperingen en van versnelling. Dankzij zijn uitgebalanceerde Fingerspitsengefuhl weet hij andermaal op 'Rounds' vrolijke en catchy nummers ineen te zetten. De opener 'Hands' pint bijvoorbeeld fragmenten van rommelende cimbalen, een hartslag en dwarrelende orgeltonen op aanstekelijke handclaps en schuifelende beats; de snaarpizzicato en de huppelende drums van de ietwat oosters aandoende single 'She Moves She' krijgen door een forse gitaardistortion een grote drive. Hoewel 'Rounds' knap in elkaar zit, vinden we Four Tets derde bij momenten toch wat licht. Dat hoeft niet per se negatief te zijn: de muziek van Four Tet wil ontspannen, amuseren en eventueel tot dansen aanzetten. In die missie is Hebden andermaal geslaagd. (IS) Arca 'Angles'Les disques du soleil et de l'acier/ Bang! Sylvain Chauveau 'Un autre decembre'Fat Cat/ PIAS Sylvain Chauveau is een autodidactische muzikant uit Toulouse die een korte carriere in rockbands als Watermelon Club beleefde. Sinds vijf jaar verkent hij samen met zijn landgenoot Frederic Luneau een meer kabbelend pad: het duo Micro:Mega vertaalt een slepende rockesthetiek naar een ingetogen, elektronisch klankspectrum. In Frankrijk bracht de onlangs naar Parijs verhuisde Chauveau al twee soloalbums uit, 'Le livre noir du capitalisme' uit 2000 en 'Nocturne impalpable' uit 2001 (beide verschenen bij Les disques du soleil et de l'acier). Zopas verscheen bij het Britse label Fat Cat 'Un autre decembre', Chauveaus eerste die op een ruime(re) schaal gedistribueerd wordt. Op zijn derde soloalbum toont de man zich van zijn meest minimalistische zijde: de twaalf nummers zijn ijle, eenvoudige pianomotiefjes die een groot respect voor de stilte in zich dragen. Telkens strooit Chauveau een handvol toetsen uit, zweverig resoneren ze in de koud aanvoelende leegte en langzaam doven ze uit. Een enkele keer wisselt de Fransman de ingetogenheid af met een brokje elektronische ruis, in de slottrack 'Du reve dans les yeux' begeleidt Vincent Pouplards sobere accordeon Chauveaus pianospel. Maar die zetten vallen echter haast niet op: ofschoon 'Un autre decembre' schraal van opzet is, lokt het een dromerig effect uit. Parallel aan dit album verschijnt 'Angles', het debuut van Arca. Dat project stampte Chauveau in 2000 samen met de bassist en knoppendraaier Joan Cambon uit de grond. Bijgestaan door een team van gastmuzikanten op onder meer cello, klarinet en drum speelt Chauveau op 'Angles' onder meer piano, gitaar en Glockenspiel. De rode draad op Arca's eersteling vormt de gesamplede menselijke stem: uit de ether geplukt, krasserig gedeclameerd of door de walkietalkie vervormd, geeft ze de tracks een zweem van vergankelijkheid of zelfs van hopeloosheid. (IS) Samenstelling: Tom EELEN, Dirk FRYNS, Tom PEETERS, Ive STEVENHEYDENS.