Recessie dreigtWouter Vervenne

De hoop op een economische heropleving is gisteren voor de zoveelste keer de grond ingeboord. De Nationale Bank deelde mee dat het ondernemersvertrouwen deze maand daalde tot het laagste peil in tien jaar. Dat betekent dat de Belgische economie niet meer groeit en zelfs een recessie dreigt. Het einde van de oorlog tegen Irak leidde dus niet tot een geleidelijke toename van de economische activiteit. De sterke daling van de olieprijzen, het herstel van de aandelenkoersen en de lage rente blijken niet voldoende om de economie nieuw leven in te blazen. Overigens is de economische stagnatie geen Belgisch maar een algemeen Europees fenomeen. Het Italiaanse consumentenvertrouwen daalde in juni tot het laagste peil in zes jaar. De Nederlandse economie boekt dit jaar een negatieve groei en Duitsland, onze grootste handelspartner, een nulgroei. Een van de redenen van de aanhoudende laagconjunctuur is de sterke stijging van de euro. Maar het is onterecht de eenheidsmunt de grote schuldige te noemen, want haar koers stemt nu ongeveer overeen met het langetermijngemiddelde en met de reele waarde. Het gebrek aan vertrouwen lijkt een groter probleem. De zwakke conjunctuur heeft twee pijnlijke gevolgen. In de eerste plaats daalt de werkgelegenheid, waardoor de werkloosheid stijgt. Bovendien verslechtert het begrotingsplaatje. De gezinnen en ondernemingen betalen minder belastingen en sociale bijdragen en de regering moet meer werkloosheidsuitkeringen betalen. De overheid heeft twee instrumenten om de economie aan te zwengelen: het begrotingsbeleid en het monetaire beleid. De ruimte voor een versoepeling van de begroting is beperkt. Belgie heeft nog altijd een huizenhoge overheidsschuld en daarom moet een groot begrotingstekort worden vermeden. Een klein deficit is aanvaardbaar als de begroting structureel of conjunctuurgezuiverd in evenwicht blijft. De grote Europese landen Duitsland en Frankrijk hebben een veel lagere schuld. Maar zij worstelen nu al met begrotingstekorten die groter zijn dan de limiet die wordt toegelaten door het Europese Stabiliteitspact. Het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft meer manoeuvreerruimte, hoewel de kortetermijnrente nu al op het laagste peil staat in een halve eeuw. De ECB kan de rente nog verlagen zonder de doelstelling van prijsstabiliteit in het gedrang te brengen. Maar van een versoepeling van het monetaire beleid mag geen mirakel worden verwacht. De Belgische overheid beschikt dus niet over een middel om snel het tij te keren. Ze heeft wel een beperkte marge om met lastenverlagingen en andere ingrepen het begrotingsbeleid te optimaliseren. Voor de rest kunnen we als kleine open economie niet veel meer doen dan wachten op een internationale heropleving.