Recht en billijkheid

De zuivelindustrie eiste gisteren bij deurwaardersexploot op het adres van premier Verhofstadt in de Wetstraat een schadevergoeding van liefst 2 miljard frank. De sector baseert zich op het vonnis van een rechter in Brussel. Die verplichtte de regering op 8 juni, in volle dioxinecrisis, tot een dwangsom van 1 miljard frank per dag voor het uitblijven van de lijst van verdachte melkveebedrijven. De Staat was twee dagen te laat. Nu blijkt dat de overheid (federaal en gewestelijk) niet langer bereid is de economische schade te vergoeden aan niet-landbouwbedrijven, speelt de zuivelsector het spel keihard. België staat voor een ultimatum en krijgt amper 24 uur om die som te betalen. De rechtsstaat kraakt in zijn voegen.Voor elke rechtgeaarde burger komt een dergelijke eis vreemd en zeker hautain over. Hij roept in eerste instantie weerzin op. Het is immers al te gemakkelijk om voor alles wat misloopt in de maatschappij de Staat verantwoordelijk te stellen. Zoiets kan leiden tot een golf van aanklachten tegen de Staat, want die is in vrijwel alle economische kwesties betrokken. Dat dit zo weinig gebeurt, heeft te maken met de spontane burgerzin die ook bedrijven aan de dag leggen. Uiteraard heeft die burgerzin soms meer te maken met angst dan met respect. De regering kan met gerichte wetten het de bedrijven en de burgers erg lastig te maken. Procederen tegen de Staat is dan ook een laatste stap.De zuivelsector zet met deze juridische actie zijn goede imago bij de bevolking op het spel, in ruil voor een nog onzekere financiële compensatie. Het ministerie van Landbouw tekende op 8 juni immers verzet aan tegen de beschikking van de rechtbank. Er zijn maar weinig voorbeelden te vinden van bedrijven of sectoren die een fundamentele zaak tegen een staat hebben gewonnen. Denk maar aan het Amerikaanse Grace Silica, dat zijn fabriek in Puurs niet kon opstarten wegens het ontbreken van beloofde milieuvergunningen. De rechtszaak tegen het Vlaams Gewest draaide op niets uit.De zuivelsector staat natuurlijk niet alleen met zijn eis om ook de economische schade voor de dioxinecrisis vergoed te krijgen. De voedingsnijverheid (Fevia) en de vleesverwerking (Fenavian) protesteren eveneens tegen het uitblijven van de beloofde schadevergoeding. Die sectoren hebben evenwel in overleg met de Staat gehandeld om als goede burgers de schadezaak te regelen. Ook zij vinden geen gehoor, ondanks beloftes in juni van vorig jaar. Fevia en Fenavian hebben geen juridische stok achter de deur. Hen rest enkel de onderhandelingstafel.Indien de zuivelindustrie haar gelijk zou halen, betekent dit een zwaar precedent voor de samenleving. Bedrijven en burgers zullen dan niet meer aarzelen om bij het minste de Belgische Staat voor de rechtbank te slepen, precies zoals dat al in de VS gebeurt. Zon evolutie zou de belastingbetaler wel eens veel kunnen kosten. De regering heeft er alle belang bij om de dioxineschade ook voor niet-landbouwbedrijven in alle openheid en eerlijkheid te regelen. Er zijn bedrijven die harder getroffen zijn dan de zuivelsector. Ook de gewone burger heeft ongewild een niet vergoed risico gelopen. Een billijke schaderegeling moet met alle belangen rekening houden en niet ingaan op juridische chantage. Guy VAN DEN BROEK