Rechtsgedingen tegen bedrijfsrevisoren

Het beroep van bedrijfsrevisor behoort tot de categorie van de meest gereglementeerde vrije beroepen. Naast de strikte voorwaarden inzake de toegang tot het beroep, is de eigenlijke beroepsuitoefening ook onderworpen aan tal van regels.Als volledig onafhankelijke en onpartijdige deskundige controleert de commissaris (=een bedrijfsrevisor die een opdracht uitvoert in het kader van de controle op de jaarrekening overeenkomstig het Wetboek van Vennootschappen) de financiële toestand van een vennootschap, de jaarrekening en het jaarverslag. Hij moet nagaan of er wettelijke of statutaire inbreuken gepleegd zijn en heeft een informatieve en pedagogische taak tegenover de ondernemingsraad. Vervolgens maakt hij de resultaten van zijn onderzoek kenbaar in een omstandig en schriftelijk verslag waarmee hij geloofwaardigheid verleent aan de resultaten die de bedrijfsleiding bekendmaakt.Naast deze taken worden ook nog specifieke opdrachten door het Wetboek van Vennootschappen aan de bedrijfsrevisor toevertrouwd.De bedrijfsrevisor heeft dus een zeer complexe taak met een aanzienlijk maatschappelijk belang. Bij een optimale bedrijfsuitoefening wordt hij dan ook verondersteld een aantal specifieke voorwaarden in acht te nemen, die kunnen aangeduid worden als de deontologische verplichtingen. Uit dit alles vloeit zijn drieledige aansprakelijkheid voort, namelijk de burgerlijke, strafrechtelijke en tuchtrechtelijke.De burgerlijke of burgerrechtelijke aansprakelijkheid vindt haar oorsprong in een overtreding van een bepaling van het Burgerlijk Recht. De revisor kan burgerlijk aansprakelijk gesteld worden als hij schade berokkend heeft aan derden ingevolge artikel 1382 B.W. Deze schade zal meestal aan de hand van een schadevergoeding ongedaan moeten worden gemaakt.De strafrechtelijke aansprakelijkheid vindt haar oorsprong in de overtreding van een wetsbepaling. Vooral het Wetboek van Vennootschappen, de Boekhoudwet en de Strafwet zijn hierbij van belang. Deze aansprakelijkheid vloeit voort uit het legaliteitsbeginsel. Het strafrecht is een rechtsdiscipline waarin de thematiek van de aansprakelijkheid centraal staat. De repressieve aard van het strafrecht vereist een persoonlijke en zware fout als aansprakelijkheidsgrond. Als de bedrijfsrevisor schuldig wordt bevonden, zal hij meestal een boete moeten betalen en in uitzonderlijke gevallen een gevangenisstraf uitzitten. Wanneer de bedrijfsrevisor strafrechtelijk aansprakelijk wordt bevonden, heeft dit een belangrijke impact op zijn verdere beroepsleven.De tuchtrechtelijke of deontologische aansprakelijkheid van de bedrijfsrevisor wordt geregeld door de Raad van het Instituut der Bedrijfsrevisoren en de Hoge Raad voor Economische Beroepen. Iedere belanghebbende kan bij deze raden een klacht indienen over een bedrijfsrevisor. De betrokken raden gaan dan na of de bedrijfsrevisor tuchtrechtelijk aansprakelijk is. Er zijn verschillende tuchtstraffen mogelijk, gaande van een waarschuwing tot een schrapping.Het is duidelijk dat er een zware aansprakelijkheid rust op bedrijfsrevisoren. Deze kan vervallen wanneer de vennootschap kwijting verleent aan de bedrijfsrevisor of, in de meeste gevallen, door verjaring na vijf jaren.Als men naar de Belgische situatie kijkt (in vergelijking met de Angelsaksische), valt het op dat er zeer weinig bedrijfsrevisoren burgerlijk of strafrechtelijk aansprakelijk gesteld worden. Dit wil nog niet zeggen dat zij geen fouten maken en terzake wordt verwezen naar de tuchtdossiers van de Tuchtcommissie van het Instituut der Bedrijfsrevisoren.Het arrest Sud-Lait (1995-1996) is een voorbeeld en bijna het enige arrest waar een commissaris strafrechtelijk aansprakelijk gesteld wordt en bovendien een gevangenisstraf opgelegd kreeg. Het arrest is echter niet representatief daar veelal een minnelijke schikking wordt nagestreefd met in de meeste gevallen een terugtrekking van de eis, waardoor publicatie van deze problematiek bijgevolg niet beschikbaar is.De commissaris van Sud-Lait werd verdacht van valsheid in geschrifte als auteur, co-auteur of als iemand die ervoor gezorgd heeft dat de valsheid in geschrifte plaats kon hebben. Hij werd ook verdacht van valsheid in de jaarrekening en van frauduleuze praktijken door onvolledige of onjuiste verklaringen.Gekeken naar de situatie waarin de commissaris verkeerde, hield de rechter van Eerste Aanleg (Neufchâteau 26/01/1995) voor dat de commissaris niet schuldig was aan een van deze beschuldigingen. Het Hof van Beroep te Luik (25/01/1996) daarentegen veroordeelde de commissaris en legde hem de zwaarste straf op die op dit misdrijf bestaat, een boete van 10.000 frank (of een maand vervangende gevangenisstraf) en een gevangenisstraf van een maand.In dit arrest merken we dus dat verschillende rechters soms tegenstrijdige beslissingen nemen naargelang hun uitgangspunt en de manier waarop ze de feiten interpreteren. Het is duidelijk dat er geen zwart-witoplossingen bestaan. Gerechtelijke beslissingen zijn nu eenmaal onderhevig aan een sterk interpretatieprobleem.Nathalie BURSSENSLicentiaat HandelswetenschappenAccountancyEHSAL-Brussel