Advertentie
Advertentie

Reële rente remt inflatie maar voedt 'asset inflation'

Een van de meer merkwaardige fenomenen in de jaren tachtig was dat van de hoog oplopende 'asset inflation'. Terwijl de centrale banken met argusogen de ontwikkeling van de geldhoeveelheid in de gaten hielden om een herhaling van de inflatiegolven van de jaren zeventig te vermijden, zag men het inflatieritme bijna konstant dalen. De prijzen van allerlei financiële activa gingen daarentegen soms met tientallen procenten per jaar de hoogte in. De inflatie op het vlak van de konsumptieprijzen was dus kennelijk vervangen door zogenaamde 'asset inflation'. Pas naar het einde van de jaren tachtig toe werd die trend met veel gedruis onderbroken via de crash van 1987 en de crash op de immobiliënmarkten in de daarop volgende jaren. Hoe zit dat nu in de jaren negentig? Net als in de eerste helft van de jaren tachtig is er momenteel weer grote bezorgdheid over een herleving van de inflatie. Voorlopig is dat nog niet uitgedrukt in stijgende konsumptieprijzen, maar vooral in een merkelijke stijging van de reële rente. Of die bezorgdheid verantwoord is, zal de nabije toekomst nog moeten uitwijzen. Wat wel vaststaat is dat de markt door de rentestijging in 1994 op zijn minst al voor een deel voorbereid is. Dat betekent meteen dat men de mogelijkheid niet mag uitsluiten dat het met die inflatie nog zou kunnen meevallen. Naarmate de rente stijgt en een domper op het groei-entoesiasme zet, wordt het inflatiegevaar immers automatisch ook al voor een deel afgeremd.