Renteverschil tussen kas- en verzekeringsbon daalt

(tijd) - De Kontroledienst voor de Verzekeringen (CDV) verlaagde de maximumrente voor verzekeringsbons. Voor een bon op vijf jaar mag nu nog ten hoogste 6,89 procent gegeven worden tegen 7,13 procent voorheen. Dat is meer dan de opbrengst van een kasbon op vijf jaar. Het Gemeentekrediet, dat marktleider is op de markt van de kasbons, betaalt bijvoorbeeld 6 procent rente.De maximale rente van de verzekeringsbons is afgestemd op de gemiddelde rendementsvoet van de staatsfondsen. Door de daling van dit rendement tot 7,19 procent, werd meteen ook het renteplafond voor verzekeringsbons op 1 jaar verlaagd van 7,48 naar 7,19 procent. Naarmate de looptijd langer wordt, daalt dit plafond. Voor een verzekeringsbon met een looptijd van acht jaar mag ten hoogste 6,70 procent toegekend worden. Deze opbrengsten zijn netto-opbrengsten omdat geen roerende voorheffing moet betaald worden. Op de rente van een kasbon moet wel RV afgehouden worden. De vrijstelling van RV kan echter enkel wanneer de verzekeringsbon ook een overlijdensdekking bevat van minstens 130 procent van het kapitaal. De premie voor deze overlijdensdekking en de instapkosten komen bij bepaalde verzekeraars in mindering van het gepubliceerde rendement. Bij andere maatschappijen zijn deze kosten al verrekend. Verzekeringsbons zijn levensverzekeringskontrakten op naam met een looptijd van één tot acht jaar. Als geen eenmalige koopsompremie wordt betaald maar een jaarlijkse koopsompremie, mag het hoger gewaarborgd rendement maar voor ten hoogste vier jaar toegekend worden.