Rob Vreeken, columnist, over het begrip topman

Het is een mooi woord. Een woord dat, hoewel baarmoederloos, zwanger gaat van betekenissen en implicaties. Topman. Het is een stoer woord, behoorlijk macho. De topmannen van de voorpagina hebben gouden visitekaartjes, zij worden in één adem genoemd met kolossale bedragen, desnoods een negatief eigen vermogen of een flop van 188 miljoen verlies per maand. Het woord heeft - top, man! - meteen al een enthousiaste klank, er hoort een opgestoken duim bij of een sissend yessss. We horen de Batman-achtige tune waarmee de televisieserie begint, tata-tata-tata-tata Topmàn, en nemen waar hoe onze held, in het gewone leven een burgermannetje met pantoffels en grijze pull-over, zijn metamorfose ondergaat zodra het Topman-alarm klinkt: een noodlijdend bedrijf moet worden gered, een geblesseerde voetbalclub naar de beker geloodst. Topman glijdt langs een gladde paal naar zijn geheime kelder. Hij heeft zijn Topman-kostuum - Armani-pak met rode T op de rug - al aan en springt soepel in zijn geleaste Top-mobiel, op weg naar de ongelukkigen die zijn hulp behoeven. Vreest niet, Topman komt. De VolkskrantHenk Hofland, columnist, over massamedia en commercieIn deze tijd valt de commercie van geen enkel massamedium uit te sluiten. Dat is het probleem ook niet. Het gaat om de vraag hoe een medium zijn onafhankelijkheid kan bewaren, tegen directe druk van de commercie maar vooral tegen de sluipende invloed die dwingt tot het zoeken naar de grootste markten. Dat betekent in de praktijk: aanpassing aan de grootste getallen, het conformisme van de grootste massa, met het negeren van de smaak, de behoeften en de belangen van minderheden. Dat is een mondiaal probleem, al heel lang. Met de toenemende macht van de internationale mediagiganten en hun succes op het gebied van wereldentertainment wordt het letterlijk iedere dag duidelijk zichtbaar. Er moeten middelen zijn om aan de gelijkschakeling door de vrije markt, de schijnheiligheid van Benetton, universele loltrapperij en de ongetelde platheden en brutaliteiten in de ether te ontkomen. NRC HandelsbladMarc Van Rompaey, topman van het durfkapitaalfonds Pythagoras, over de risicos van het vakDiegenen die hun nek hebben uitgestoken in risicokapitaal, die krijgen nu de klappen. Er was trouwens niet alleen de hype, maar ook de concurrentie onder de durfkapitaalfondsen. Bleef je aan de kant staan, dan was er een trein vertrokken waaraan centen verdiend konden worden. Wat is de slotconclusie voor Pythagoras? Wat we aan de ene kant gewonnen hebben, hebben we aan de andere kant weer moeten afgeven. En dan kan je zoveel tussentijdse waarderingen hebben als je wil, ze zijn niet tastbaar zolang ze op papier staan. Het is op het einde van de rit, bij het afsluiten van het fonds, dat de rekeningen worden vereffend. Het Financieele Dagblad