Advertentie
Advertentie

Ruimtelijk ordenen vergt ruggengraat

Wat de groenen in de Vlaamse regering onder dak krijgen, is op de vingers van één hand te tellen. Daarvoor zijn verzachtende omstandigheden, al was het maar omdat ze de kleinste en meest onervaren coalitiepartner zijn. Maar omdat niet alle kiezers zo mild zijn, trekt minister Dua toch tegen de liberalen ten strijde. En over de ruimtelijke ordening dan nog. Ondanks de goedkeuring van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) willen de liberalen een armslag over de ruimtelijke ordening behouden. Begrijpelijk, aangezien de VLD-achterban smeekt om extra bedrijfsterreinen, en de partijtop de aantijging wil pareren dat hij niets onderneemt tegen de oplopende bouwgrondprijzen, onder meer als gevolg van de door het RSV georganiseerde schaarste. Prijzen die weer kunnen dalen, indien die schaarste door het voortijdig aansnijden van woonuitbreidingsgebieden ongedaan wordt gemaakt. Te gemakkelijk, menen terecht de groenen. Want de door het RSV georganiseerde bouwgrondschaarste is slechts één facet van de opwaartse prijsdruk die de Vlaamse bouw en huisvesting met zich meezeult. De groenen argumenteren terecht dat in het RSV eveneens gekozen is voor het indijken van de stadsvlucht, maar dat de Vlaamse regering in gebreke blijft met maatregelen die de stadsvlucht tegengaan. Zeker, de leegstandtaks (of krotbelasting) brengt geld in het laatje, maar zorgt er intussen niet voor dat eigenaars van oude panden doen wat moet, namelijk renoveren om nadien te verhuren of te verkopen. Waarom dan niet renovatie (ten dele) belastingvrij maken? En kandidaat-eigenaars kunnen met lagere registratierechten, of met een aanzienlijke verlaging van de jaarlijkse onroerende voorheffing, aangespoord worden veeleer in de stad dan op het platteland huisvesting te gaan zoeken.Kortom, er zijn ingrepen bij de vleet die de opwaartse druk op de bouw(grond)prijzen kunnen milderen en toch de reserve aan woonuitbreidingsgebieden niet aanspreken. Dat de noodzakelijke maatregelen niet genomen worden, heeft te maken met het feit dat ze van bestuurders meer ruggengraat vergen. Alleszins meer ruggengraat, dan met een pennentrek grond een andere bestemming te geven. Conclusie: principieel hebben de groenen gelijk, hoewel ze er niet in slagen dat gelijk ook verkocht te krijgen.Dat de socialisten minister Dua niet te hulp schieten, heeft evenzeer met rivaliteit ter linkerzijde als met het amateurisme van de minister te maken. Daarvoor is echter een goede remedie, aangezien de groenen een belangrijk argument tegenover de liberalen ongebruikt laten liggen, nl. de algemene fiscaliteit op het bouwen, die verantwoordelijk is voor een aanzienlijk grotere druk op de bouwprijzen dan enkel de grondprijzen. En dat argument ligt in liberale kring doorgaans veel gevoeliger.Want is het zinvol dat de overheid de eigen gezinswoning loodzwaar belast, als zou ze buitensporige luxe zijn? Belgische gezinnen bouwen (of kopen) hun woning met netto-inkomsten: inkomsten dus die al door de overheid werden belast. Dat is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt, want in Frankrijk en Nederland bijvoorbeeld, wordt het belastbaar gezinsinkomen verminderd met de intresten én de kapitaalaflossing nodig voor de verwerving van de eigen woning. Bovendien belast diezelfde overheid de eigendomsverwerving met een registratierecht dat een wereldrecord is, zelfs na aftopping van 12,5 naar 10 procent. Ten slotte betalen de eigenaars jaarlijks onroerende voorheffing en wordt hun (geïndexeerd) kadastraal inkomen eveneens jaarlijks bij hun belastingaangifte gevoegd en belast.Aangezien een eigen woning voor vele gezinnen een peperdure zaak is geworden, zwelt in de samenleving de categorie (semi-)woonbehoeftigen aan. De meest kwetsbare groep daarvan wordt weliswaar opgevangen met een Vlaams huisvestingsbeleid, dat echter in de begroting amper 375 miljoen euro voor zijn rekening neemt (1998). Dat is een druppel op een hete plaat, omdat vooral de fiscale druk en de reglementering van de ruimtelijke ordening er de oorzaak van zijn dat eigenaars rendement missen om te investeren (Hoge Raad van Financiën 1997) en zo te voorzien in voldoende en betaalbare huur- of koopwoningen.Kortom, de opwaartse druk op de bouw(grond)prijzen kan zakken door significante maatregelen om de stadsvlucht tegen te gaan, samen met initiatieven om de eigen woning fiscaal aantrekkelijker te maken. En blijkt dat onvoldoende, dan kan de overheid doelgroepen bijspringen met bouwpremie, huursubsidie, rentetoelage, à la limite zelfs met een woning. Tegemoetkomingen die ook ruimtelijk zullen worden gestuurd.Dergelijk denkspoor is minder origineel dan het lijkt, aangezien de subsidiëring van de huisvestingsmaatschappijen toch moet worden afgebouwd (Europa) en derhalve de sociale huisvesting aan fundamentele heroriëntering toe is. Als de liberalen de opwaartse prijsdruk op de bouwplannen in het algemeen willen milderen, dan is er wat anders te doen dan gemakshalve woonuitbreidingsgebieden voortijdig aan te spreken. Jaak DELBEKE De auteur is uitgever van het tijdschrift Aspecten