Saddam Hoessein blijft het ritme bepalen van de akties der "geallieerden'

LONDEN - Weinig recente internationale tragedies zitten zo hopeloos vast en zijn zo geïnstitutionalizeerd als de Iraakse tragedie. De raid die geallieerde vliegtuigen deze week uitvoerden op het zuiden van Irak, bevestigt in de eerste plaats hoezeer zowel Saddam Hoessein als de geallieerden in hun posities opgesloten zitten. Ze kunnen vooruit noch achteruit.

Militaire konflikten die steeds scherper worden kenmerken de politieke carrière van Saddam Hoessein al sinds het begin van zijn regime in 1979. Op vier jaar na heeft Irak sinds 1979 konstant in staat van oorlog geleefd. De enige doelstelling van Saddam Hoessein was het overleven van het regime, zowel tijdens de acht jaar durende oorlog met Iran als tijdens de Golf-oorlog, in het vooruitzicht van de nederlaag in Koeweit.

Saddams houding zou voor de westerse wereld wat minder irrationeel lijken, wanneer men beter zou begrijpen dat binnenlandse onderdrukking en buitenlandse bedreigingen de enige overblijvende steunpilaren zijn van zijn autoriteit. Saddam kwam aan de macht, doordrenkt met de gedachte van Arabisch leiderschap, nadat Egypte deze rol kwijtspeelde door de vrede met Israel. Hij probeerde deze droom waar te maken door Iran aan te vallen, daarna door de invasie in Koeweit. Beide avonturen liepen uit op een sisser, maar zijn boodschap van Arabisch verzet tegen de Perzische en westerse ambities blijft nazinderen, al klinkt het soms gebrekkig.

Saddam heeft deze weg zo lang en zo hardnekkig gevolgd, dat hem geen alternatief meer overblijft dan op dezelfde weg verder te gaan. Gezien de effektiviteit van de sancties tegen Irak, heeft Saddam niet de mogelijkheid om de levensomstandigheden van de meerderheid van zijn bevolking te verbeteren. De genereuze vergoedingen voor families van soldaten die in de strijd gesneuveld zijn, behoren tot de verleden tijd. De inflatie steigert en het tekort aan voedsel en medicijnen wordt steeds erger.

Het blijft natuurlijk mogelijk dat het Iraakse volk uiteindelijk genoeg zal krijgen van zijn leider, of dat een moordenaar een eind zal stellen aan zijn regime. Op dat soort afloop kan je echter niet rekenen; de westerse wereld wordt dan ook gedwongen tot een politiek van machtsindamming, waarvan niemand weet waarop deze zal uitlopen. Dat blijft risico's opleveren voor de politieke stabiliteit van de regio.

Het Iraakse regime kan niet anders dan provoceren. Het kan zich niet veroorloven om in eigen land een andere toon aan te slaan. Op korte termijn kan het zich natuurlijk wel neerleggen bij de VN-resoluties, wapeninspekteurs toelaten en het vliegverbod respekteren boven de 36ste breedtegraad en beneden de 32ste breedtegraad. Maar de manier waarop Irak woensdag afgestraft werd voor zijn provokaties, zal het regime meer dan waarschijnlijk aanzetten om binnen afzienbare tijd opnieuw moeilijk te doen.

Saddam Hoessein nodigde de geallieerden bij wijze van spreken uit tot de aanval. Dat bewijst dat hij zich in een situatie voelt waarin hij niet kan verliezen. De beperkte raid bracht het Iraakse regime bijna geen schade toe, maar het liet Saddam wel toe om op TV opnieuw in heroïsche taal de overwinning te prediken. Bovendien bracht hij opnieuw de Arabische staten in verlegenheid, die tegenover hun eigen bevolking kwetsbaar zijn wegens een al te nauwe band met de VS.

Bagdad heeft wellicht uiterst tevreden aanhoord hoe de Jordaanse premier Sharif Zeid Bin Shaker "met diepe spijt en grote weerzin' over het nieuws van de aanval sprak. Arabieren en moslims ergeren zich steeds meer over de twee maten en gewichten bij het afdwingen van de VN-resoluties, zo zei de Jordaanse premier. Terwijl de geallieerden Irak aanvallen, zijn zij immers niet bereid om iets te doen aan de manier waarop Servië en Israel hun laars lappen aan de VN-resoluties.

Zowel Egypte, Turkije als Syrië, die allen deel uitmaakten van de geallieerde koalitie tijdens de Golf-oorlog, spraken zich op dezelfde manier uit. En met uitzondering van Koeweit laten alle monarchieën in de Golf-regio hun bezorgdheid blijken over de gevolgen van eventuele verdere aanvallen op Irak.

Het lijkt best mogelijk dat de beperkte omvang van de aanval woensdag gedeeltelijk te wijten is aan deze bezorgdheid. Sommige ambtenaren van het Pentagon hadden voordien immers laten uitschijnen dat de aanvallen grootschalig zouden zijn. Een optie die in het Pentagon zeker op tafel moet gelegen hebben en die indien uitgevoerd veel meer politieke schade had aangebracht aan het regime in Bagdad.

Neveneffekten

Als Irak verder gaat met zijn provokaties aan het adres van de Veiligheidsraad, zal de verleiding voor de geallieerden natuurlijk groot worden om de dozering van het medicijn op te voeren. Een medicijn waarvan de effektiviteit op korte termijn echter zeer omstreden is. In dit geval riskeren zij echter om twee gevaarlijke neveneffekten nog te versterken.

Vooreerst is er de kans op een eventuele politieke desintegratie van Irak. De twee zones van het land waar het vliegverbod voor de Iraakse luchtmacht geldt, hebben reeds een begin van autonomie gecreëerd voor de Koerden in het noorden en de Sji'ieten in het zuiden. Zelfs als Saddam van het toneel verdwijnt, zullen de politieke strukturen van de regerende Baath-partij echter blijven bestaan en haar leiders zullen blijven vasthouden aan het model van een unitaire staat geregeerd door de Soenitische minderheid in het centrum van het land. Hoe groter de miserie van het Iraakse volk nu, hoe groter de eventuele wraak later en hoe groter dus de kans dat Irak ooit afglijdt naar een politieke chaos zoals we die zien in Libanon.

Daarnaast, en minstens even moeilijk te beoordelen, is er de impact die eventuele verdere westerse aanvallen op Irak zullen hebben op de volkeren in het Midden-Oosten. Er is de voorbije dertig jaar nooit een meer geoefend koorddanser geweest dan de Jordaanse koning Hoessein. De reaktie van de regering in Amman illustreert echter duidelijk de richting waarnaar hij nu overhelt.

In de rest van de Arabische wereld heeft de instorting van de panarabische gedachte en de ongeëvenaarde militaire suprematie van Israel, dat de zelfbeschikkingsrechten van de Palestijnen blijft ontkennen, bovendien een machtsvacuüm geschapen. Islamitische fundamentalisten, met Iran op kop, zijn maar al te gretig om dit vacuüm op te vullen.

Dat de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië geen vinger uitsteken om de moslims in Bosnië of de Palestijnen in de bezette gebieden te helpen, maar wel vastberaden Irak bombarderen, dat blijft natuurlijk ideale propaganda. "Waarom alleen Irak?', was de pertinente vraag die in heel wat Arabische hoofdsteden weerklonk. Ongeacht het antwoord van de westerse wereld, het zal in elk geval het gevoel van onbehagen niet wegnemen bij de Arabische landen zoals Saoedi-Arabië die zich niet kunnen distanciëren van de geallieerde aktie.

Vanaf de dag in augustus vorig jaar waarop de regering in Riyadh schoorvoetend geallieerde vliegtuigen toeliet, heeft zij zich immers geassocieerd met een politiek die zeer onpopulair is bij alle moslims in de wereld. Tegelijkertijd was Saoedi-Arabië er zich van bewust dat de invloed van Iran in de regio alleen maar zal toenemen naargelang Irak zwakker wordt. Iran heeft sinds de revolutie in 1979 overigens nooit zijn verachting voor de Saoedische monarchie onder stoelen of banken gestoken. In de lange historische rivaliteit tussen beide landen is de mislukking van de ene immers steeds het sukses van de ander geweest. Er zijn bovendien tekenen van een groeiende bekommernis in Washington over de politieke en ook nucleaire ambities van Iran, hoewel deze tegengesproken worden door de meer pragmatische leiders in Teheran.

Hoewel de geallieerden zich bewust zijn van deze risico's, zullen zij waarschijnlijk niet meer dan een taktische weerslag hebben op de vastberadenheid waarmee de geallieerden Saddam de VN-resoluties willen doen naleven. De geallieerden zijn vastberaden het vliegverbod af te dwingen en de stationering van Amerikaanse troepen in Koeweit bewijst dat Washington zich heeft gebonden aan het overleven van een regering die internationaal weinig respekt krijgt en die onderhevig is aan toegenomen kritiek uit eigen land.

In dergelijke situatie, waarbij het enige westerse antwoord op Iraks provokaties militair is, verliezen de geallieerden bijna onvermijdelijk alle kontrole over de politieke gevolgen van hun daden. Dat is de kostprijs van de konfrontatie. Maar het blijft Saddam Hoessein die, hoe wanhopig en in de problemen hij ook zit, toch de richting en het tempo van de gebeurtenissen vrij kan bepalen.

Financial Times

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud