Schubert Lieder

Schubert Lieder Anne Sofie von Otter, Thomas Quasthoff Chamber Orchestra of Europa o.l.v. Claudio Abbado DG 471 586-2 Met stem en klavier verklankte Franz Schubert tientallen gedichten van vooraanstaande dichters van zijn tijd. De rijkdom van zijn liederen en de dramatische uitstraling van sommige composities zetten verschillende componisten na Schuberts dood aan om zijn liederen te orkestreren. Claudio Abbado brengt met het Chamber Orchestra of Europe en met mezzosopraan Anne Sofie von Otter en basbariton Thomas Quasthoff een programma met orkestraties van Schubertliederen door beroemde componisten als Britten, Brahms, Reger, Liszt, Webern en Offenbach. Deze vakkundige orkestraties brengen vaak nog meer kleur in de muziek, zoals in 'Ellens Zweiter Gesang' waar Brahms zich op de tekstregel 'Jager, ruhe von der Jagd !' baseerde om een niet alledaagse orkestratie met vier hoorns en drie fagotten voor te schrijven. Er zijn ook twee versies van het beroemde 'Erlkonig' te horen. Thomas Quasthoff zingt de versie van Max Reger en Anne Sofie von Otter kiest de uitwerking van Berlioz waarin vooral de tussenkomsten van de elfenkoning nog dramatischer ingekleurd werden. Beide zangers brengen intense en genuanceerde interpretaties van twintig Schubertliederen. Dankzij de inbreng van Claudio Abbado en het geraffineerde orkestspel van het Chamber Orchestra of Europe blijft het orkest een attente kamermuziekpartner die de zangers niet van het voorplan verdringt. (TE) Heinrich Schutz Historia der Auferstehung Jesu Christi, Kleiner geistlichen Concerten Akademia o.l.v. Francoise Lasserre ZZT030101 Heinrich Schutz verleende de Duitse muziek internationale allure tijdens de eerste helft van de 17de eeuw. Het ensemble Akademia onder leiding van Francoise Lasserre grijpt terug naar enkele van zijn 'Kleiner geistlichen Concerten' en, erg toepasselijk voor de tijd van het jaar, naar de 'Historia der Auferstehung Jesu Christi'. Ten gevolge van de Dertigjarige Oorlog waren de muzikale mogelijkheden aan het hof in Dresden zeer beperkt. Daarom componeerde Schutz twee bundels 'Kleine geistlichen Konzerte', motetten voor een of enkele stemmen met basso continuo en soms ook met enkele toegevoegde instrumenten. Het is opmerkelijk dat in Schutz' oeuvre de Duitse tekst meestal de muzikale inhoud dicteert. De uitvoerders van het ensemble Akademia maken ook hun uitvoering schatplichtig aan de tekst. Ze slagen erin de rijke melodische ontplooiing in deze recitatiefstijl spontaan te vertolken. In het bijgevoegde voorwoord tot zijn 'Historia der Auferstehung Jesu Christi' verwoordt Schutz dat de Evangelist de tekst goed verstaanbaar en met de juiste woordaccenten moet vertolken. In deze uitvoering wordt de evangelist - zoals Schutz het, als de omstandigheden het ten minste toelieten, wenste - door vier viola da gamba's begeleid. Dat zorgt voor een kleurrijke maar tegelijk ingetogen begeleidingsvorm die in deze uitvoering soepel en efficient aangewend wordt. (TE) About Schmidt Rolfe KentNew Line Records 5050466-4422-2-2 Na 'Citizen Ruth' (1996) en 'Election' (1999) mocht Rolfe Kent voor de derde keer op rij de score schrijven voor Alexander Paynes nieuwste 'About Schmidt'. Deze hortende en stotende film die voortdurend twijfelt tussen tragisch en komisch zonder een moment tragikomisch te zijn, heeft twee pluspunten: er is Jack Nicholson en er is de muziek. Kent componeerde een subtiele en charmante soundtrack. Als in het eerste nummer, 'The Adventurer', het lichtvoetig en herkenbaar leidmotief door de strijkers en vervolgens de piano wordt gepresenteerd, wordt de indruk gewekt dat je met een oerklassieke score te maken hebt. Die indruk wordt met de volgende track netjes van tafel geveegd. Terwijl Schmidt een brief zit te schrijven naar zijn Afrikaans foster parents-kindje klaagt op de achtergrond, niet gehinderd door enige culturele bagage van Schmidts kant, de shamisen, een Japans snaarinstrument, met hem mee. Aanvankelijk klinken de etnische interventies nog een beetje onzeker, maar nadien gaat Kent voluit. De brommende grondtonen van de Tuvaanse keelstemmen begeleiden Schmidt op zijn weg naar Denver. Wanneer hij aan tafel zit bij de familie van zijn aanstaande schoonzoon klinkt droevig de ehru, een Chinees strijkinstrument, en in 'Constantin & Warren' worden Oost-Europese zigeunermuziek en Franse musette vrolijk dooreen geroerd. En bij dit alles blijft onverstoorbaar het klassiek symfonisch orkest het leidmotief meespelen. Tot juist voor het einde, want het frapantste, het meest exotische staaltje wereldmuziek werd bewaard voor de laatste muzikale track. Terwijl elke rechtgeaarde burger van voor de maanlanding wegglijdt in zoete nostalgie klinkt Bert Kaempferts swingende score voor Kapitein Zeppos uit de boxen. Rolfe Kents soundtrack van 'About Schmidt' is mooi, interessant en het meest humoristische aspect van de film. (RT) Daniel Lanois 'Shine'Anti-/Epitaph/PiaS 'De beste platen komen voort uit persoonlijke levenservaringen. Ze stapelen zich op in je lijf tot dat uitpuilt en het je plicht is om te zeggen wat gezegd moet worden.' Waarom verwondert het ons niet dat deze woorden uit de mond van Daniel Lanois komen? De producer liet zijn publiek tien jaar wachten op een opvolger voor 'For the Beauty of Wynona'. Ondertussen nam hij onder andere Bob Dylan's 'Time Out of Mind', U2's 'All That You Can't Leave Behind' en recenter nog, Solomon Burke's 'Don't Give Up On Me' op. In vergelijking met de 'grote' platen die hij produceerde is zijn organische solowerk veeleer bescheiden. Maar laat je niet misleiden: de sobere en subtiele muzikale omlijsting intrigeert en geeft zich pas bloot na ettelijke beluisteringen met de hoofdtelefoon. Lanois' bevreemdende, maar beperkte stemgeluid zet de broosheid en de persoonlijke stempel van zijn composities extra in de verf. De muzikale ontboezemingen van de man zijn gesofisticeerd, en toch instinctief. Dat blijkt meteen uit opener 'I Love You', met de smekende harmonieen van Emmylou Harris, en 'Falling at Your Feet', een fraai overschotje uit de sessies voor 'All That You Can't Leave Behind' waarin Bono op zijn breekbaarst de meester bijstaat. 'As Tears Go By' bevat vervolgens een gitaarsample van blueslegende Charlie Patton. De gelijkenis met Robert Wyatt is hier frappant, zowel qua stem als qua voorliefde voor een panoramisch, dromerig geluidstapijt. Met het eenvoudige arrangement van het meer uptempo 'Sometimes' en de pakkende melodie van het titelnummer bewijst Lanois zijn kunde als songschrijver. De artiest-producer speelt alle instrumenten zelf, behalve de drumpartijen, die afwisselend voor de broers Brian en Brady Blade zijn. Malcolm Burn en bassist Darryl Johnson maken sporadisch hun entree. De liedjes worden op tijd en stond onderbroken door instrumentale fragmenten. Dat leidt tot wazige, elektronische golven, zoals in 'Matador', of streepjes vintage pedal steel, zoals in de melancholische afsluiter 'JJ Leaves La'. Dat laatste nummer noemt Lanois trouwens het eenzaamste dat hij ooit deed. Met de release van 'Shine' lijkt die eenzaamheid overwonnen. (TPe) John Doe 'Dim Stars, Bright Sky'iMusic/PiaS In de eerste helft van de jaren tachtig maakte John Doe deel uit van de legendarische punkgroep X. De zangpartijen deelde hij toen nog met frontman Exene Cervenka en dat leverde messcherpe harmonieen op, met veel echo's naar de vroege Jefferson Airplane. Op zijn latere soloalbums tapte hij uit een heel ander vaatje. 'Meet John Doe' (1990), 'Kissingsohard' (1995) en 'Freedom Is_' (2000) werden stuk voor stuk opgetrokken uit stevige countryrockklei. Op zijn vierde en meest recente cd 'Dim Stars, Bright Sky' laat de voormalige punkicoon zich bijstaan door een begenadigd kransje sessiemuzikanten en vocalisten. Uit die keuze blijkt dat vorm en schreeuwzucht hebben plaatsgemaakt voor inhoud en scherpzinnigheid: Joe Henry coproducete, de opgetrommelde sessiemuzikanten halen een erg hoog niveau en Aimee Mann, Juliana Hatfield, Jane Wiedlin en Jacob Dylan duiken afwisselend in het achtergrondkoortje op. Hun stemmen passen mooi bij het fragiele, erg introspectieve en beeldrijke palet van de plaat. Opener '7 Holes' klinkt met zijn orgel, mandoline en akoestische gitaar bitterzoet. De countryrocker 'Closet of Dreams' kabbelt op een pedal steel. Op het gedreven 'This Far', een stoffige popsong over een verloren liefde, figureren de drums van Abe Laboriel Jr., die momenteel met Paul McCartney door Europa toert. De andere tracks varen wel met de gedempte percussieve toets van Beck-protege Joey Waronker. Tussen al deze sober musicerende collega's overtuigt Doe - geen fantastisch zanger, wel een mooi timbre - vooral als chroniqueur van afgesprongen relaties en als talentvol zondagsdichter. 'A memory is a terrible thing to waste' zingt hij ergens halverwege 'Dim Stars, Bright Sky'. Zo lang Doe zijn herinneringen in liedjes kan blijven gieten, ligt de buitenwereld daar niet wakker van. (TPe) Afrocelts 'Seed'Real World/Virgin Het Afro Celt Sound System gaat nu als Afrocelts door het leven, waarmee stichter en opperbrein Simon Emmerson meteen wil aantonen dat er niet langer over een los-vast collectief van muzikanten maar over een hechte groep kan gesproken worden. Het wegvallen van het Sound System wijst er ook op dat de pulserende technobeats uit het verleden niet langer de aandacht opeisen en er veel meer via de songs zelf een mix wordt gezocht tussen Keltische folk, Afrikaanse traditionele instrumenten en dance. Ook het aantal samples en loops is sterk teruggelopen nu de band uit tien vaste leden bestaat waaronder Emmerson, zanger Iarla O Lionaird, koravirtuoos N'Faly Kouyate, dhol-drummer Johnny Kalsi en multi-instrumentalist James McNally. Tekenend voor de sfeer van de hele cd is bijvoorbeeld de titeltrack waarin alle tijd wordt genomen om de juiste sfeer op te bouwen en de Afrikaanse zang van N'Faly Kouyate een zekere trance oproept. Met een gemiddelde lengte van zo'n zes minuten hebben de songs alle ruimte om de meest uiteenlopende instrumenten toe te laten (de lijst gastmuzikanten tikt af op 22!). En ander opmerkelijk feit is het ontbreken van bekende verschijningen zoals labelbaas Peter Gabriel, Sinead O'Connor of Robert Plant ten voordele van minder bekende namen zoals de Braziliaanse Nina Miranda, de Ierse singer-songwriter Mundy, meester-percussionist Hossam Ramzy en bassist Jah Wobble. Hoogtepunt is ongetwijfeld de sfeerzetting op het ingetogen 'All Remains' dat zo op een album van de onvolprezen Blue Nile had kunnen staan. 'Seed' is zeker niet het meest grensverleggende albums de Afrocelts maar wel het meest standvastige over heel de lijn. Afspraak deze zomer op het podium in Dranouter. (DF) Lais & Ludo Vandeau 'A La Capella'Virgin Belgium Het succes van een recente kerken- en kapellentournee van Lais krijgt nu een staartje met het verschijnen van de acht nummers tellende mini-cd 'A La Capella'. In amper twee dagen live (maar zonder publiek) door Jo Francken opgenomen in de Academiezaal van Sint-Truiden - ooit een deel van een klooster en vaak door klassieke ensembles gebruikt - laat 'A La Capella' horen dat de stemmen van Jorunn Bauweraerts, Annelies Brosens en Nathlie Delcroix door de jaren heen steeds beter op elkaar weten in te spelen. Mooi is ook dat Lais in vier nummers vocaal ondersteund wordt door Ludo Vandeau van Ambrozijn en Olla Vogala. Net die toevoeging van een mannenstem levert een nieuwe, welgekomen klankkleur op die toch niet van het origineel afwijkt. Het trio spreekt dan ook van 'drie plus een' i.p.v. een kwartet. Vandeau bracht ook twee songs uit het Ambrozijn-repertoire aan ('Wee Mij' en 'Belle'), maar de grootste verrassing is de in het Latijn gezongen opener 'Tria Cantica Eucharistica', een lied uit de polyfone mis van de Vlaamse componist Jules van Nuffel. 'A La Capella' lijkt lichtjes grensverleggend voor Lais, zeker door de ruimere repertoirekeuze die het Vlaamse folkkarakter meer op de achtergrond plaatst. ( DF) Fischerspooner '#1'Capitol Records/ EMI Eind jaren negentig startten de New Yorkers Warren Fischer and Casey Spooner of Fischerspooner een interessant experiment: ze wilden het mechanisme van entertainment exploreren. Geruggensteund door de New Yorkse galerist Jeffrey Deitch en door internationale kunstplatformen zoals het aan het MoMa verbonden P.S.1 (New York) of Kunst-Werke (Berlijn) groeide Fischerspooner uit tot een twintigkoppig collectief. Hun theatrale, kitscherige performances leken het circus dat popmuziek soms is binnenstebuiten te keren. In 2001 verscheen Fischerspooners opwindende debuutalbum '#1' bij DJ Hells International Deejay Gigolo Records, waarvoor Hell indertijd enkele tracks zelf in zong. Nummers als de single 'Emerge' werden clubhits. Ondertussen werkten Warren Fischer and Casey Spooner remixes uit voor ondermeer Kylie Minogue en namen Terry Richardson, Jurgen Teller en Stephane Sednaoui hun foto's voor de hipste lifestyle- en roddelbladen. Quotes uit die bladen - 'Fischerspooner are the best thing to happen to music since electricity' (NME) - staan verzameld op de achterkant van de hoes van de heruitgave van '#1'. Daartoe vond Fischerspooner onderdak bij Capitol Records. Veel nieuws heeft de heruitgave niet te bieden: drie extra nummers werden toegevoegd, snelle kopers krijgen een DVD bij de plaat. Ook na twee jaar ademt de sterke popart-electro van Fischerspooner ongegeneerd een animale vorm van seksualiteit. Fischerspooners punkesthetiek sluit aan bij de nog steeds woedende retrohype rond de jaren tachtig, maar bezit een enorme drive die eightiesklonen ver achter zich laat. Opvallend detail aan deze heruitgave: het nummer dat oorspronkelijk 'The Fucker' heette werd voor het schijnbaar erg preutse Capitol naar '!a*$%#.' vertaald. (IS) Autechre 'Draft 7.30'Warp/ Zomba 'All Tomorrow's Parties curated by Autechre'All Tomorrow Parties/ Lowlands Een nieuwe langspeler van Autechre is altijd de moeite. In de eerste plaats brengen Sean Booth en Rob Brown maar zelden een langspeler uit onder hun bekendste alter ego - daarvoor moet je eerder bij hun flauwere, meer electro-gerichte project Gescom zijn. In de tweede plaats is de muziek van het duo steeds het product van een logische evolutie: vasthoudend aan een duidelijk herkenbaar stramien tracht Autechre met elke release een stapje verder te gaan. Ten derde, en de meest belangrijke reden: in tien jaar stelde geen enkel Autechre-spelletje ons echt teleur. Goed twee weken ligt Autechre's achtste in de rekken en ook 'Draft 7.30' geeft zich niet zomaar prijs. Zoals vanouds moet Browns en Booths gedeconstrueerde computermuziek door de luisteraar eerst gereconstrueerd eer hij gesmaakt kan worden. Met 'Draft 7.30' lijkt het bijzonder invloedrijke duo echter een stapje terug te zetten: Autechre zoekt verder naar de ziel van elektronische ritmes, maar creeert minder ingewikkelde constellaties dan op de voorganger 'Confield' uit 2001. Toch kan je ook dit album moeilijk als dansmuziek aan de man brengen; daarvoor zijn Autechre's tegenritmische bewegingen te complex en ademen de nummers een al te droefgeestige sfeer. Bijzonder knap is 'Surripere', een lang uitgesponnen track die een sober tapijt van melodieen legt waarop metalige beats met elkaar de confrontatie aangaan. Hoewel 'Draft 7.3' enkele mindere momenten bevat en zeker niet zo sterk is als de eerste platen, stelt Autechre andermaal niet teleur. Meer Autechre en compagnie biedt 'All Tomorrow's Parties curated by Autechre', een dubbele compilatie van het gelijknamige festival dat het Britse duo begin april samenstelde. De klemtoon van de cd's ligt op onuitgegeven tracks. Autechre levert een bloedmooi dansnummer, ook ondermeer Jim O'Rourke, Push Button Objects, Pita, Mark Broom, Baby Ford en Disjecta bieden oudere maar erg knappe staaltjes van hun kunnen. Grofweg gesteld neigt de eerste cd van 'All Tomorrow's Parties curated by Autechre' eerder naar hiphop, de tweede naar avontuurlijke techno. Samen staan ze borg voor een uitgelezen begeleiding op gestroomlijnde feestjes. (IS) Samenstelling: Tom EELEN, Dirk FRYNS, Tom PEETERS, Ive STEVENHEYDENS, Rik THEUNS