Advertentie
Advertentie

Schuldverlichting wordt gerealiseerd, maar dat is nog maar het begin

Zondagnacht vieren we het aanbreken van een nieuw millennium. Daarmee bevestigen we de belofte dat we door samen te werken de omstandigheden van alle mensen kunnen verbeteren - met name de armsten in de wereld. Deze geest van de eeuwwisseling wordt misschien wel het beste weergegeven door een buitengewone stap om de externe schulden van de armste landen met de zwaarste schuldenlast in de wereld kwijt te schelden.Deze geest staat centraal in de missie van de Wereldbank. Vier jaar geleden hebben we met de internationale gemeenschap de eerste wereldwijde reactie gegeven op de schuldencrisis in de armste landen in de wereld en in oktober 1999 hebben we het programma versterkt door de verlichting dieper, breder en sneller te maken. Het doel van het plan, het Heavily Indebted Poor Countries Initiative (HIPC), is steeds volkomen duidelijk geweest: schuld als obstakel voor vermindering van armoede weg te nemen.In de laatste dagen van dit jaar, na de grote inspanningen en toewijding van zo velen, is het passend te vragen wat bereikt is. Ten eerste hebben we ons eindejaarsdoel bereikt, namelijk dat schuldverlichting voor 22 landen gerealiseerd is. Hiermee wordt een toezegging nagekomen dat die landen gesteund worden die de benodigde moeilijke maatregelen hebben genomen om schuldverlichting te vertalen in ontwikkeling van mensen. Ten tweede wordt door het programma een enorme hoeveelheid schuld kwijtgescholden: de verlichting bedraagt ongeveer 35 miljard dollar.Het meest stimulerend is echter wat in die landen gebeurt. Nieuwe middelen stellen regeringen in staat broodnodige sociale investeringen sterk te verhogen.Er is veel bereikt. Maar we kunnen nog veel meer doen. de millenniumwissel biedt een unieke kans, of beter, verantwoordelijkheid om de belangrijkere, lastiger vragen te stellen. De belangrijkste: zal wat bereikt is stand houden? Als schuldverlichting, ongeacht hoeveel, ons enige of zelfs primaire antwoord is, is het antwoord nee. Als we echter onze eisen, en onze inspanningen, uitbreiden om de diepere oorzaken van armoede aan te pakken, kunnen we iets bereiken.Ten eerste, hoewel schuldverlichting van cruciaal belang is, zal dit alleen helpen armoede te verminderen als ontwikkelingslanden er hard aan blijven werken om hun economisch beleid te verbeteren. We kunnen uitgebreid discussiëren over welk beleid vermindering van armoede het beste ondersteunt. Maar het is onbetwistbaar dat galopperende tekorten en inflatie de armen het meeste straffen, subsidies die ten goede komen aan elites onbillijk zijn en corruptie de zwaksten het eerst wurgt. Gelukkig vindt er echte vooruitgang plaats. Kijk bijvoorbeeld naar Uganda en Mozambique, de eerste landen die zich kwalificeerden voor schuldverlichting onder het HIPC en tot tien jaar geleden twee van de landen met de meeste problemen in de wereld. Beide landen hebben een sterke economische groei gaande gehouden, terwijl ze de absolute armoede verminderd en het aantal kinderen dat naar de basisschool gaat verhoogd hebben. Deze vooruitgang is niet alleen te danken aan schuldverlichting, maar aan de inspanningen en ideeën van de mensen in de landen.Schuldverlichting die die inspanningen ondersteunt, is duidelijk een verstandige investering, maar kan ontwikkelingshulp niet vervangen. En het is op dit gebied dat een brede en krachtige publieke discussie hoognodig is. Wijd en zijd geloven mensen het verzinsel dat enorme hoeveelheden geld aan hulp besteed worden. Het feit is dat geïndustrialiseerde landen ongeveer een kwart van 1 procent van hun bruto binnenlands product aan hulp aan de arme landen in de wereld besteden. Hulp werkt en we kunnen meer doen om die hulp voor meer mensen te laten werken.Hoe gaat het met lenen in de toekomst? Toegang tot extern kapitaal is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van ieder land, maar kredietnemers en kredietverschaffers moeten waakzaam zijn dat de daaruit voortvloeiende schuld op de lange termijn gedragen kan worden. In vele gevallen zal dit verschuiving naar giften betekenen en nieuwe leningen strikt beperken tot uitsluitend de meest gunstige voorwaarden. De Wereldbank, die renteloos fondsen aan de armste landen verstrekt, onderzoekt nieuwe instrumenten, waaronder giften, voor dringende behoeften zoals aids, het milieu, basisonderwijs en gezondheidszorg.Vervolgens is de tijd gekomen om serieus over handel te praten. Belemmeringen voor exporten van ontwikkelingslanden naar geïndustrialiseerde markten benadelen arme landen nog steeds ernstig. Vorig jaar bijvoorbeeld besteedden geïndustrialiseerde landen meer dan 300 miljard dollar aan landbouwsubsidies. Dit is ongeveer gelijk aan het bruto binnenlands product van alle landen in Afrika ten zuiden van de Sahara. Schuldverlichting zonder ruimere toegang tot markten is zinloos.Tenslotte maakt de aids-epidemie actie op al deze gebieden met de dag belangrijker. In een aantal van de Afrikaanse landen die het hardst getroffen zijn, kan de levensverwachting in de komende tien jaar van 60 jaar tot onder de 30 dalen - waarbij productieve werkers en ouders het meest getroffen worden. Ambities voor gezondheidszorg, onderwijs, landbouw, energie en andere ontwikkelingsgebieden worden in gevaar gebracht door het simpele vooruitzicht dat er niet genoeg leraren, studenten, boeren en werkers in leven zullen zijn om ze te realiseren. Er blijft echter hoop. In landen die voorlichtings-, test- en behandelingsprogrammas in gang gezet hebben, daalt het percentage geïnfecteerden. Bemoedigende samenwerkingsprogrammas worden uitgevoerd om deze pogingen te ondersteunen, maar dit vergt een duurzame inspanning.De uitdagingen waarmee we in de nieuwe eeuw geconfronteerd worden, zijn gigantisch. Maar we treden ze tegemoet met hernieuwd vertrouwen. Voor hen die de geest van het jubelfeest hebben behouden en voor schuldverlichting hebben gevochten: we weten wat bereikt kan worden door samen te werken. We moeten deze geest levend houden, volgend jaar en jaren daarna. Er is geen alternatief. James D. WOLFENSOHNDe auteur is voorzitter van de Wereldbank