SCSI - meid voor alle werk

(tijd) - SCSI mag dan een modewoord zijn dat pas de jongste jaren echt ingang lijkt te vinden, toch is het principe al meer dan een decennium oud. De Small Computer Systems Interface werd immers in het begin van de jaren tachtig ontwikkeld in opdracht van ANSI, het American National Standards Institute, om een interface te vinden die een einde zou maken aan de beperkingen van de bestaande interfaces voor harde schijven en die tegelijkertijd meerdere opslagtoestellen voor personal computers samen zou kunnen aansturen. In '86 kwam de eerste interface uit, vier jaar later gevolgd door SCSI-2, de huidige standaard (intussen wordt er al volop gewerkt aan SCSI-3, die tegen begin volgend jaar klaar zou moeten zijn). Dat SCSI aan een reële behoefte beantwoordt, is duidelijk. Vooral sedert de opkomst van multimedia wil iedereen audio- en videokaarten in zijn PC stoppen, maar aangezien ook die PC's steeds kleiner worden, blijft er almaar minder plaats over voor al die uitbreidingskaarten. Aangezien een SCSI-interface in staat is om zowel harde schijven als CD-ROM-drives, scanners, tape streamers, enz. aan te sturen, wordt dit de ideale oplossing voor eng behuisde computers. Het voordeel is immers dat je al die toestellen in een 'daisy-chain' kan zetten, dus gewoon het ene naar het andere kan doorverbinden, meestal tot zeven stuks na elkaar.