Sectorale pensioenfondsen: een sociale oplossing?

Op vrijdag 26 januari keurde de ministerraad het wetsontwerp betreffende de tweede pensioenpijler goed. Minister van Pensioenen Frank Vandenbroucke is tevreden en goochelt met woorden als solidariteit, gelijkheid en sociale pensioenfondsen. Maar is het bevorderen van sectorale pensioenfondsen wel een stap naar een solidaire samenleving? De minister wil bevorderen dat sectoren per CAO afspreken dat werkgevers (en misschien ook werknemers) bijdragen storten in een pensioenfonds van de sector. De werknemers uit die sector genieten dan op het einde van hun loopbaan een aanvullend pensioen bovenop hun gewone wettelijke pensioen. Zon aanvullend pensioen zou nodig zijn omdat voor de meeste mensen de kloof tussen het laatste loon en het wettelijke pensioen te groot is.Tot nu toe bestonden zulke pensioenfondsen vooral op bedrijfsniveau. Meestal waren het extralegale voordelen die enkel gelden voor kaderleden en bedienden. De minister wil bevorderen dat alle werknemers van een bepaalde sector die voordelen kunnen genieten. Op die manier verhoogt hij de solidariteitskring.Natuurlijk worden deze pensioenfondsen dan ook overladen met allerlei fiscale voordelen. Zo worden de bijdragen in de fondsen onder bepaalde sociale voorwaarden niet meer belast. En wordt ook het aanvullend pensioen dat hiermee vergaard wordt lager belast.Maar toch slaat de regering de bal onzes inziens volledig mis. Zij promoot immers systemen die de solidariteit afbreken. Het superieur solidair systeem is immers het wettelijk pensioenstelse: dat steunt op solidariteit tussen generaties, tussen grootverdieners en kleinverdieners, tussen werkenden en niet-werkenden. Sectorale of bedrijfspensioenfondsen zijn systemen waar de solidariteit beperkt blijft tot ons kleine groepje. Werknemers uit andere bedrijven of sectoren, en zeker de niet-werkenden worden uitgesloten van deze systemen. Zo zullen sterke sectoren de middelen kunnen vrijmaken om een pensioenfonds op te starten, maar zwakke sectoren niet. Je kunt maar beter een gepensioneerde metaalarbeider zijn dan een ex-textielarbeider. En wie lang werkloos geweest is, valt helemaal uit de boot. Dit bijkomende pensioensysteem ondersteunen is een fiscaal cadeau voor diegenen die het zich kunnen permitteren, en dus geen stap naar meer gelijkheid. Integendeel, het vergroot de kloof tussen arm en rijk in onze samenleving. De fiscale bevoordeling van het individueel pensioensparen was en is nog een cynischer voorbeeld. Wie het zich kan permitteren een centje opzij te leggen voor de oude dag, krijgt van de staat een steuntje in de rug. Wie al zijn geld nodig heeft om rond te komen, ziet dit voordeel aan zijn neus voorbijgaan. Een mooi voorbeeld van hoe je met fiscale maatregelen de kloof tussen arm en rijk verder kunt uitdiepen.Wil de SP-minister echt werk maken van de strijd tegen ongelijkheid, dan zou hij beter alle zeilen bijzetten om het wettelijk pensioenstelsel verder uit te bouwen. Dit stelsel wordt nu meer en meer afgedaan als een zwak broertje, maar heeft na de Tweede Wereldoorlog toch maar eventjes de faillissementen van enkele pensioenfondsen opgevangen. De hoogte van het wettelijk pensioen is de laatste 30 à 40 jaar bovendien stelselmatig blijven stijgen. Gezien de nakende omkering van de bevolkingspiramide ten gevolge van de vergrijzing van de bevolking is een aanvullende financiering nodig. Elke fiscale maatregel die de regering neemt ten voordele van de tweede en derde pijler kost de Belgische staat miljarden franken aan inkomsten. Geld dat beter kan geïnvesteerd worden in het wettelijk systeem. Als de regering met haar pensioenbeleid werk wil maken van een hogere solidariteits- en gelijkheidsgraad, lijkt het verhogen van de belastingen op kapitaalinkomsten een aangewezen weg om de financiering te vinden. Zeker gezien de huidige discrepantie tussen lasten op inkomsten uit arbeid en die uit kapitaal.En last but not least doorbreken de vakbonden zelf de solidariteit tussen werknemers van verschillende bedrijven, sectoren, landen en werelddelen indien zij meewerken aan de uitbouw van dergelijke sectorale pensioenfondsen. Deze fondsen zullen immers de bijdragen beleggen op de internationale beurzen. Wat als de aandeelhouders van een bedrijf X aandringen op ontslagen om de rendabiliteit op te drijven? De lokale bonden van bedrijf X zullen tegen deze ontslagen protesteren, maar zullen de bonden-aandeelhouders dat ook doen? De kans is groot dat zij de belangen zullen verdedigen van hun leden die via hun pensioenfonds aandeelhouders zijn van bedrijf X en dus belang hebben bij die ontslagen. Hoger rendement levert hun immers een vetter pensioen op. Dat worden lange vergaderingen bij de vakbonden.Laten we eens eerlijk zijn, mijnheer Vandenbroucke. Het uitbouwen van een sectorale tweede pensioenpijler bestempelen als een stap naar solidariteit en gelijkheid getuigt in het beste geval van een zeer beperkte sociale ambitie, in het slechtste geval van je reinste cynisme en huichelarij. Christophe SCHEIREDe auteur is educatief medewerkerNetwerk Vlaanderen VZW