Advertentie
Advertentie

Short selling in een berenmarkt

Vele investeerders raken van het concept short selling in de war, maar eigenlijk is het vrij simpel. Indien een belegger aandelen, warrants enzovoort koopt, heeft hij de bedoeling deze later te verkopen aan een hogere koers. Bij short selling moet deze redenering simpelweg omgedraaid worden. Een short seller verkoopt nu in de hoop dat hij later kan aankopen aan een lagere koers. Short selling is kortweg een methode om winst te maken uit de daling van de marktwaarde van aandelen, warrants... Short selling veronderstelt dus eerst een verkoop vooraleer er een aankoop is. De vraag is natuurlijk hoe dit mogelijk is. Het antwoord is simpel: het gebruik van drie partijen.Ten eerste de oorspronkelijke eigenaar van de aandelen, ten tweede de short seller en ten derde de koper van de aandelen. De short seller leent aandelen van de oorspronkelijke eigenaar en verkoopt ze onmiddellijk op de open markt aan een willekeurige koper. Veronderstel dat hij dit vandaag doet. Als de aandelen sterk beginnen te dalen kan de short seller beslissen naar de aandelenmarkt te stappen en dezelfde hoeveelheid aandelen aan te kopen als op het moment dat hij de verkoop deed. De short seller maakt winst omdat zijn aankoopkoers lager is dan de verkoopkoers. Op die manier wordt de openstaande short-salepositie vereffend en heeft hij de winst binnen. In welke mate is short selling nu nuttig voor de werking van de kapitaalmarkten? Mochten de markten efficiënt werken, dan zou een aandeel op ieder moment de juiste prijs weerspiegelen en zou er eigenlijk geen grond zijn om aan short selling te doen. Het feit dat er veel informatie beschikbaar is in de markt betekent nog niet dat beleggers, portefeuillebeheerders, en anderen, een juist oordeel vormen over wat de juiste prijs is van een aandeel. De aandelenmarkten worden gekenmerkt door vraag en aanbod zodat er in werkelijkheid dikwijls een afwijking is tussen de koers en de fundamentele waarde van aandelen. Daarbij kan verwezen worden naar de dotcom-sector begin 2000. Achteraf blijkt dat heel wat bedrijven overgewaardeerd waren. De short seller wil voordeel halen uit de verkeerde interpretatie van de waarde van een aandeel door andere beleggers. Vanaf het moment de koers aanzienlijk boven de fundamentele economische waarde stijgt, grijpt de short seller zijn kans en zal hij aandelen short verkopen. Een eenvoudigere manier om in te spelen op een dalende markt is het kopen van een bear-fonds. Deze fondsen gaan zich vooral bezig houden met het shorten van aandelen, maar maken daarnaast ook soms gebruik van opties, futures of andere derivaten. Het doorsnee Amerikaanse gediversifieerde aandelenfonds verloor gemiddeld 1,67 procent over het hele jaar 2000. In die periode verloor het gemiddelde technologiefonds liefst 33,9 procent. Over het eerste kwartaal van 2001 waren de verliezen nog veel hoger: -13,59 procent voor het gemiddelde aandelenfonds. Maar, zelfs in een dalende markt zijn er opportuniteiten om te beleggen. De bearfondsen presteerden als nooit tevoren en kunnen positieve returns voorleggen van 50 procent op kwartaalbasis en meer dan 100 procent op jaarbasis. Zoals de meeste gewone fondsen bestaan er in de bearfondsen ook twee grote groepen: De fondsen die een index volgen en de fondsen die aandelen beheren. Zo kan een bear fonds de S&P 500, Dow Jones Industrial of Nasdaq Composite shorten of kan het daarentegen op zoek gaan naar overgewaardeerde aandelen. Een voorbeeld van een indexfonds is het Rydex Ursa fonds, dat gelanceerd werd op 7 januari 1994 en tevens het langst bestaande is. Het fonds probeert een return te geven die gelijk is aan het inverse rendement van de S&P500-index. Het behaalde in het eerste kwartaal van 2001 een return van 14,87 procent, terwijl de S&P500 er met 11,93 procent op achteruit ging. Sinds 31 maart 2000 boekte het fonds zelfs een winst van 35,44 procent. Op langere termijn behalen de meeste bearfondsen echter een negatief rendement. Sinds de lancering van het Ursa fonds, behaalde het een jaarlijkse negatief return van 7,23 procent terwijl de S&P500 een return van 15,95 procent behaalde. De conclusie is dat dergelijke fondsen een interessante belegging zijn ten tijde van dalende markten. Het grote probleem blijft echter het voorspellen van een berenmarkt. Zolang dat moeilijk is blijft het beter te beleggen in een goed gespreide portefeuille van kwaliteitsaandelen en de dalingen te aanzien als een opportuniteit om te kopen of bij te kopen.Frederik BRAETDe auteur is laatstejaarsstudent handelswetenschappen aan de Hogeschool Gent