Soho versus Chelsea versus Williamsburg

Tijdens The Armory Show maken heel wat kunstinstellingen gebruik van de aanwezigheid van de vele kunstliefhebbers, verzamelaars, galeriehouders en andere professionelen om hun artistieke activiteiten extra onder de aandacht te brengen. Musea en galeries pakken uit met een bijzondere programmatie. Een geslaagde galerietour maken in Manhattan is echter geen sinecure: er zijn onnoemelijk veel galeries in New York.De galeries liggen in Manhattan min of meer gegroepeerd bij elkaar. Vooral in de jaren zeventig en tachtig ontstond een hele reeks galeries in lower Manhattan, in en rond Soho. Deze wijk was toen een verpauperde buurt, de thuisbasis voor heel wat kunstenaars, een plek waar veel ruimte ter beschikking was tegen aanvaardbare prijzen. Naast beeldende kunstenaars waren er ook veel dansers actief, zodat Soho een artistiek mekka werd: al snel werden panden opgekocht door galeriehouders die het werk van al dat talent wilden tonen. In het zog van de galeries vestigden heel wat befaamde modehuizen er hun zetel, Soho werd hip. Vastgoedspeculanten deden er met de verkoop van lofts gouden zaken.In het begin van de jaren negentig volgde de crisis in de kunstensector, en tegelijk werd Soho onbetaalbaar voor zowel kunstenaars als galeriehouders. De modehuizen Prada, Miu Miu, Yamamoto en andere toonaangevende merken namen de fakkel over. The Prada Foundation nam het gebouw over op de hoek van Princestreet en Broadway, waar een bijzetel van het New Yorkse Guggenheimmuseum gevestigd was, en presenteerde er in een door Rem Koolhaas ontworpen interieur modecollecties. Deitch Projects, een van de projectruimtes die het langst in Soho bleef, presenteerde recent een ander betekenisvol project: kunstenaar Richard Woods verbouwde de hele galerie (met inbegrip van gevel en interieur) tot een heuse Engelse manor. De valse maar decoratieve gevelstructuur wees op de betekenisvolle gedaanteverwisseling die Soho in de loop der jaren had ondergaan: van onrustige kunstenaarsbuurt was de plek uitgegroeid tot een toeristische trekpleister. Het Drawing Center is artistiek nog de enige min of meer interessante plek in Soho.Kunstgaleries trokken massaal weg uit Soho en creëerden een levendig nieuw kunstcentrum in Chelsea, in het westen van Manhattan. Daar was heel wat kritiek op: de buurt zou te afgelegen zijn, te ruw, er zijn niet voldoende eetgelegenheden, geen hippe shops, enzovoort. Chelsea, vlak bij de Hudson, is een buurt vol garages en stockageruimtes. Vorig jaar waren er al meer dan 170 galeries gevestigd, vooral tussen de 29ste en de 13de straat. Aanvankelijk was ruimte er relatief goedkoop maar vandaag is deze buurt volledig in handen van vastgoedspeculanten. Galeriehouders betalen zich ook nu weer blauw aan kleine ruimtes.Chelsea huisvest naast het toonaangevende Diacenter ook de top van de New Yorkse artdealers: Marian Goodmann, Matthew Marks, David Zwirner, Casey Kaplan... Maar er zijn vooral kleine galeries die samenhokken in heuse kunstwarenhuizen. De kwaliteit die hier wordt gebracht, is vaak bedroevend laag. Chelsea mist duidelijk artistieke roots. Bouwspeculanten veeleer dan kunstenaars worden beter van de buurt. Enkele modehuizen (o.a. Balenciaga) en restaurants proberen een graantje mee te pikken van de artistieke vibes van Chelsea, maar meer dan een artificiële indruk maakt dat niet.Sinds kort duikt een nieuwe trendy buurt op, waar artistieke ontdekkingen zouden kunnen worden gedaan. Williamsburg ligt in Brooklyn maar is met de metro eenvoudig te bereiken vanuit het hart van Manhattan. Sinds enkele jaren is deze buurt in opmars. In tegenstelling tot Chelsea is Williamsburg een vrij leefbare buurt, wat sjofel maar gesneden op mensenmaat. Het centrum wordt bewoond door een hoofdzakelijk jonge populatie, je vindt er tal van kleine ateliers, vegetarische restaurants en hippe platenzaken. En natuurlijk ook galeries. Een dertigtal kunsthuizen zocht er al een onderkomen. Helaas is ook in Williamsburg de kwaliteit van de getoonde kunst bedroevend laag.De New Yorkse kuntscene mag dan al erg uitgebreid zijn, wat de stad duidelijk ontbeert zijn niet-commerciële organisaties die los van de commerciële druk projecten kunnen realiseren. Overheidssteun aan culturele organisaties is in de VS echter haast onbestaand. Het lijkt erop dat de kunstbedrijvigheid in de stad gedoemd is te blijven hollen, op zoek naar telkens weer een nieuwe hippe buurt die even kan drijven op de kracht van de hype. ER