Advertentie

Sovjetunie moet misschien vanaf 1993 ruwe olie invoeren

NICOSIA/MOSKOU (reuter) - De Sovjetunie, nu nog 's werelds grootste olieproducent, moet binnen twee jaar olie gaan invoeren als zij haar olie-industrie niet snel modernizeert. Dit schreef het kommunistische dagblad Pravda. De Middle East Economic Survey (MEES) meldde dat de OPEC-produktie in januari gemiddeld 23,1 miljoen vaten per dag bereikte, of duidelijk minder dan de gemiddelde dagproduktie van 23,86 miljoen in december.

Volgens de Pravda bleef de produktie van het belangrijke Tyumen-olieveld in West-Siberië vorig jaar 40 miljoen ton onder het niveau van 394 miljoen dat in 1988 werd gehaald. Experts schatten dat het Tyumen-olieveld goed is voor circa de helft van jaarlijkse olie-export van 61 miljoen ton. "Indien die situatie aanhoudt, moet de Sovjetunie al in 1993 olie importeren.'

De Pravda vraagt zich dan ook af hoe de Sovjetunie in dat geval nog kredieten zal kunnen terugbetalen. Hiermee onderschrijft het dagblad de berichten van het in Parijs gevestigde Internationaal Energiebureau (IEA), dat de gemiddelde olieproduktie in het afgelopen jaar met 0,7 miljoen vaten per dag verminderde tot 11,4 miljoen vaten per dag. In de jongste achttien maanden ging de olieproduktie er in de Sovjetunie op achteruit door de verouderde installaties en de politieke en ekonomische onrust.

Sovjet-president Mikhail Gorbatsjov maakte in januari bekend dat specialisten maatregelen moeten voorbereiden om de technische verzorging en de werkomstandigheden in de olie- industrie te verbeteren. De Pravda steunt de plannen van de sovjetleider om aan de lokale autoriteiten meer invloed te geven op het reilen en zeilen van de olie-industrie. Dekoncentratie kan leiden tot meer gezonde konkurrentie, waardoor op zijn beurt het funktioneren van de oliesektor kan verbeteren, stelt de Pravda. Volgens de krant is Moskou van plan de binnenlandse prijzen voor olie en benzine aan te passen aan het wereldmarktniveau.

OPEC-produktie

MEES maakte bekend dat de ruwe olieproduktie van de landen van de Organizatie van Olie Exporterende Landen (OPEC) in januari 23,1 miljoen vaten per dag bereikte. Dit betekende tegenover december een terugval van de OPEC-produktie met driekwart miljoen vaten per dag. De produktievermindering kwam vooral op rekening van Iran, dat zijn produktie met bijna 500.000 vaten per dag verlaagde tegenover de 3,45 miljoen die in december werden opgetekend. Volgens MEES ondervindt de Iraanse olie-uitvoer problemen sinds de uitbraak van de Golfoorlog op 17 januari. Benevens de Iraanse olie-produktie is ook de olieproduktie van Koeweit en Irak verder afgenomen. In januari bereikte ze samen 350.000 vaten per dag, tegen nog 550.000 in december.

De prijs van de ruwe olie viel ook sterk terug in januari. Nadat de prijs van de OPEC-korf van zeven verschillende oliekwaliteiten in december nog 26,11 dollar het vat bereikte, viel hij in januari terug tot een gemiddelde van 22,38 dollar het vat.

Intussen blijven de OPEC-landen naar verluidt bij hun beslissing om de bijeenkomst van het kontrolekomitee op de agenda te houden voor 11 maart, in Wenen. Op de bijeenkomst moet de balans van de situatie op de oliemarkt opgemaakt worden. Eventueel kan het kontrolekomitee ook oproepen tot een voltallige OPEC-ministerkonferentie, die dan bevoegd zal zijn het OPEC-beleid inzake prijzen en produktie te herzien. Eind augustus beslisten de OPEC-ministers het akkoord over een kartelproduktie van 22,5 miljoen vaten per dag en een minimumrichtprijs van 21 dollar het vat tijdelijk op te schorten, gezien het konflikt tussen Irak en Koeweit.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud