Advertentie
Advertentie

Specialisatie is één ingrediënt van het succesrecept van Scania

De Zweedse vrachtwagenfabrikant Scania heeft zijn winst vorig jaar aanzienlijk zien teruglopen. De onderneming, die sinds 1 april 1996 genoteerd wordt op de beurzen van Stockholm en New York, moest haar productieapparaat laten overschakelen op de nieuwe 4-serie, wat uiteraard niet altijd even vlot verliep. De novemberstaking in Frankrijk was ook een kink in de kabel. Scania had verder te lijden van negatieve wisselkoerseffecten en een lagere rendabiliteit in Latijns-Amerika. 'Ondanks de daling van onze winst blijven we de meest rendabele vrachtwagenbouwer ter wereld', zegt een zelfverzekerde Arne Karlström.De Zweed Karlström is gedelegeerd bestuurder van het invoerfiliaal Scania Belgium. Hij woont al 17 jaar in ons land. In 1995 noteerde Scania met de verkoop van trucks, bussen en motoren nog een exploitatiewinst van 5,1 miljard Zweedse kroon op een omzet van 31,7 miljard. De hele Scania-groep scoorde toen ruim 5,3 miljard exploitatiewinst bij een omzet van 34,8 miljard. Tussen 1970 en 1995 haalde Scania een gemiddelde exploitatiewinstmarge van 14 procent, stukken beter dan de meeste concurrenten. Karlström verklaart het succes onder meer door de specialisatie in bussen en zware vrachtwagens (boven 16 ton). Andere ingrediënten van het succes zijn de concentratie op groeimarkten, het 'unieke' systeem van modulaire producten (als het ware een soort Lego voor transporteurs), de doorgedreven integratie van de naverkoopactiviteiten (die veel geld binnenbrengen) en de kwaliteit van de dealers. 'Het totale productconcept is ook een belangrijke troef', onderstreept Karlström.