Steeds verder weg

Een week geleden overleed onverwacht Boudewijn Büch, de Nederlandse intellectuele duizendpoot. Hij was bedrijvig in alle media en dus ook in het boekenvak, op velerlei wijzen, onder meer als schrijver. Net voor zijn dood kregen we nog zijn jongste boek op tafel.Het zijn niet echt reisverhalen maar het lijkt er vaak wel op. Büch verplaatst zich veel, naar diverse locaties maar toch vooral in de geest. Hij leefde van lectuur. Dat is te merken, ook als hij zich in Amerika, Australië of Brazilië bevindt. De vertelsels, laten we ze zo noemen, zijn niet zelden bizar tot macaber. Op zoek naar de penis van Napoleon, de vondst van een in Waterloo afgeschoten generaalsbeen, in de sporen van de keizer van de Verenigde Staten.Keizer Norton I (1819-1890) was een woekeraar die gek werd bij zijn faillissement. In San Francisco dweilde hij de straten af in parade-uniform, schreef ongevraagde adviezen aan de twee zijden in de burgeroorlog, bemoeide zich met de staatshoofden van Europa, liep minzaam wuivend door de stad en kreeg al snel een echt publiek dat applaudisseerde. De homogemeenschap van Frisco verhief hem tot held. Op zijn begrafenis waren tienduizenden mensen.Dat soort verhalen zijn het. Een mix van anekdotes, bergen lectuur, fabels en fantasie. Geen grote literatuur, meestal wel geestig en informatief maar altijd doorleefd en enthousiast. Steeds verder weg is volop van toepassing op de auteur. Dit is deel 1 van de verzamelaar op reis. Het zal, jammer maar helaas, ook het laatste deel zijn - tenzij de uitgever nog iets achter de hand houdt.Boudewijn Büch - Steeds verder weg/ De verzamelaar op reis - 2002, Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 247 blz., 16,95 euro, ISBN 90-295-0429-3.Stad in marmerApart, dat is het gepaste woord voor deze reisgids van Rome. Leerzaam bovendien. Niet dat we uit de geschiedenislessen onthouden hebben dat de Romeinen een vredelievend volk waren, maar ze waren wel extreem wreed. Politieke conflicten werden er systematisch met geweld opgelost. In de onderontwikkelde Romeinse economie bestond geen ambtenarenapparaat dat voldoende toezicht kon houden op de naleving van wetten en regels. Daarom werd de doodstraf gehanteerd als middel tot ordehandhaving. Dat principe bestaat ook in onze tijd nog, op diverse plaatsen in de wereld.Het oude Rome ging wel erg ver in het handhaven van zijn orde. Bevelen tot executie of gelegaliseerde lynchpartijen kwamen niet enkel van de burgerlijke autoriteiten maar bijvoorbeeld ook van de opperpriester. Het gebeurde doorgaans met veel genoegen, opportunisme en winstbejag, de laagste instincten in de mens werden aangesproken. Terechtstellingen vonden plaats in de vorm van geënsceneerde mythologische taferelen, bij wijze van volksvermaak. De veroordeelde werd als Ixion op een vurig rad gebonden, als Prometheus door roofvogels aangevallen, als Aktaion door honden verscheurd, sloeg als Ikaros te pletter, of werd onder dreiging met een langgerektere dood gedwongen zichzelf als Attis te castreren.De auteur van dit boek werkte aan de hand van teksten van oude schrijvers. Hierbij een stukje Ploutarchos: Iemand sloeg Gaius hoofd eraf en nam het mee. Onderweg werd het geroofd door ene Septemuleius. Wie de hoofden van Gaius en Fulvius zou brengen, was het tegenwicht in goud uitgeloofd. Septemuleius bracht het hoofd gestoken op een speer. Op de balans woog het vijf en een halve kilo. Ook hierin betoonde Septemuleius zich een misdadige oplichter, want hij had de hersens verwijderd en lood in de schedel gegoten.Dit is waarlijk een geheel nieuwe manier om je op instructieve wijze te laten loodsen door het Colosseum, het Marsveld en het Forum. Om het Circus Maximus niet te vergeten.Jona Lendering - Stad in marmer/ Gids voor het antieke Rome aan de hand van tijdgenoten - 2002, Amsterdam, Atheneum-Polak & van Gennep, 349 blz., 22,95 euro, ISBN 90-253-3153-X.Over de val van de duivelAnselmus van Canterbury (1033-1109) wordt weleens de vader van de scholastiek genoemd: het geloof trachten te rationaliseren door de regels van de taal en de didactiek te hanteren. Dat het nooit werkt voor niet-gelovigen, is misschien een dramatisch aspect maar ligt eigenlijk voor de hand. De literaire neerslag van deze pogingen tot bekering van de ongelovige medemens is er niet minder leesbaar om.De hardnekkigheid van de kerkvader om God van alle blaam te zuiveren, vertoont enkele vermakelijke trekjes die overigens theologisch erg betwistbaar zijn. Voor Anselmus is het Kwaad, de Duivel dus, juist gelegen in de fragmentatie van de scheppingsorde. Ze vertoont een gebrek aan gezamenlijke gerichtheid op het einddoel: het Goede. Het mangelt aan eenheid tussen engelen en mensen. Nou, dat kan de Schepper mooi in zijn zak steken. Er is geen ontkomen aan: God heeft alles geschapen, dus ook het Kwaad. De schepping zit slecht in elkaar.Maar heeft God dat dan niet zo gewild? Natuurlijk wel. Het is de responsabilisering van de Mens die het m doet. God noch duivel is verantwoordelijk voor het Kwaad, maar uitsluitend wijzelf. Dat is de redenering die we nog altijd te horen krijgen van de ongelovige new-ageaanhangers: als het niet goed met je gaat, zelfs als de therapie niet werkt, ligt het uitsluitend aan jezelf.Anselmus, die overigens een groot deel van zijn leven in Frankrijk doorbracht, werd drie keer verbannen om zijn non-conformistische ideeën. Kerkhistorisch wordt hij gezien als de verbinding tussen Augustinus van Hippo en Thomas van Aquino. Zijn stelregel was: Credo ut intelligam, ik geloof opdat ik begrijpe. Dat lijkt niet echt gelukt. Anselmus voerde als eerste het feest in van Marias Onbevlekte Ontvangenis. Om een duistere reden is hij ook de patroon van de pluimveehouders. Hij heeft dus een hoop werk te doen gehad, de jongste jaren.Anselmus van Canterbury - Over de val van de duivel - (ingeleid, vertaald en geannoteerd door Arjo Vanderjagt), 2002, Kampen, Klement, 170 blz., 22,90 euro, ISBN 90-77070-06-0.