Stefaan De Clerck,

voorzitter van CD&V, over politiciIn feite heb je nu drie soorten politici: democraten, emocraten en egocraten. En vooral met die laatsten is het uitkijken. Dàt zijn de echte hovaardigen, en van hen heeft de paars-groene regering er een hele reeks in huis. Ministers die op hun eigen domeintje met hun eigen experts hùn waarheid als het enige juiste verhaal presenteren. Antoine Duquesne doet maar wat op Binnenlandse Zaken, Frank Vandenbroucke heeft vrij spel op Sociale Zaken, Rik Daems hebben ze op een afgelegen stukje van de wei geplaatst waar hij verder met rust wordt gelaten... Iedereen doet zijn eigen ding en trekt zich van de rest nauwelijks iets aan. Guy Verhofstadt is daarvan het toppunt: hij laat iedereen de vrijheid, of ze er nu goede of slechte dingen mee aanvangen. Dat heb je in CVP-regeringen nooit meegemaakt. We zijn soms te veel machtspartij geweest, maar we waren altijd ploegspelers. Teamgeest zit in onze genen en bij de liberalen niet, en dat merk je. HumoAnton Zijderveld, columnist, over externe adviseurs in de politiekWe zijn steeds meer terechtgekomen in een politieke wereld waarin colleges en kabinetten voor de duur van hun regeertermijn aan gedetailleerde regeerakkoorden vastzitten, omdat koste wat het kost de coalitie bijeengehouden moet worden. Er wordt niet op politieke hoofdlijnen bestuurd, maar op tal van concrete beleidsdetails die gedetailleerde adviseringen vereisen. Die kunnen door goed opgeleide, generalistische ambtenaren niet altijd geleverd worden. Dan worden al gauw voor veel geld adviseurs van buiten het apparaat erbij betrokken. Zo vindt gaandeweg een proces van ontpolitisering plaats - niet alleen van ambtenaren, maar wat nog erger is, ook van de bestuurders en de politici. (...) Vooralsnog beantwoord ik de vraag of de politiek externe adviseurs moet aantrekken, met: nee, tenzij. Daarbij besef ik dat in de gecompliceerde maatschappij van vandaag de dag dit tenzij regelmatig zal voorkomen. Het Financieele DagbladCoos Huijsen, historicus, over het Nederlandse koningshuisHet zou weleens kunnen dat het koningschap juist aan betekenis en symboliek heeft gewonnen in het vacuüm van de religiositeit. Misschien is het koningshuis wel een soort civic religion waarmee het religieuze deficit van de samenleving nog enigszins wordt opgevuld. (...) De instituties zijn kleurlozer geworden, de maatschappij amorfer. Dan is het mooi meegenomen dat we nog een koningshuis hebben dat een gezicht geeft aan een geseculariseerd volk als de Nederlanders, voor wie altijd alles gelijk moet zijn. Elsevier